Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: vervolg bindend advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
257189/349053
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument dient een vervolgklacht in over de manier waarop de ondernemer de saldering heeft herberekend na een eerdere uitspraak van de commissie. Hij vindt dat er over het hele jaar gesaldeerd moet worden, ook over de maanden waarin hij nog geen zonnepanelen had. De commissie oordeelt dat dit niet kan: er kan alleen worden gesaldeerd over perioden waarin daadwerkelijk stroom is opgewekt. De ondernemer heeft dus terecht alleen gesaldeerd vanaf april 2023, toen de zonnepanelen in gebruik werden genomen. Daarnaast vraagt de consument of het prijsplafond moet worden toegepast op de maanden vóór plaatsing van de zonnepanelen. De commissie verklaart zich hierover onbevoegd, omdat dit onder de Geschillencommissie Energie Prijsplafond valt. De klacht is daarom deels ongegrond en deels niet‑ontvankelijk.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het gaat om een vervolgklacht op een eerdere uitspraak van de commissie. De consument stelt ter discussie of de periode waarop de saldering ziet ook betrekking heeft op de maanden waarin hij nog niet over zonnepanelen beschikte. De commissie wijst de klacht af.
Beoordeling
Tussen partijen is op 3 september 2024 door de commissie een oordeel gegeven over de wijze van saldering op de jaarnota (5 januari 2023 tot en met 21 januari 2024) van de consument (zaak 257189/349053). De ondernemer heeft het af te rekenen verbruik herberekend. De consument maakt thans bezwaar tegen de wijze van herberekening. Het bezwaar richt zich tegen de salderingsperiode. De ondernemer heeft gesaldeerd over de periode 1 april 2023 tot en met 21 januari 2024, daarbij de eerste maanden van 2023 buiten beschouwing latend omdat de consument in die maanden nog niet over zonnepanelen beschikte (zonnepanelen met ingang van 8 april 2023). De consument is van mening dat over het gehele jaar gesaldeerd dient te worden.
De thans voorgelegde vervolgklacht richt zich dus op de vraag of voor de saldering de maanden januari tot en met maart 2023 meegenomen moeten worden waarin de consument nog niet over zonnepanelen beschikte. De commissie oordeelt dat zulks niet het geval is, omdat er niet gesaldeerd kan worden als er geen opwekking van elektriciteit is. De berekeningswijze van de ondernemer is dan ook correct. Dat leidt ertoe dat de commissie de klacht zal afwijzen.
Vervolgens heeft de consument aan de orde gesteld of het prijsplafond toegepast dient te worden op de maanden januari tot en met maart 2023. De commissie zal daarover niet oordelen omdat zij daartoe niet bevoegd is (zie artikel 3 lid 1 van het reglement). Desgewenst kan de consument zich wenden tot de geschillencommissie Energie Prijsplafond. Overigens heeft de ondernemer ter zitting toegezegd de vraag of het prijsplafond op die maanden van toepassing is nog eens te bekijken als de commissie zich uitgesproken heeft als zij hiervoor gedaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels ongegrond is en dat zij deels niet bevoegd is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst de klacht af voor zover deze ziet op de vraag over welke periode gesaldeerd dient te worden. Zij verklaart zich onbevoegd voor zover de klacht ziet op toepassing van het prijsplafond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 januari 2025.