Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
236724/243237
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt dat zijn energieleverancier de salderingsregeling verkeerd toepast bij zijn variabel contract. Hij vindt dat de teruglevertarieven lager zijn dan de inkooptarieven. De ondernemer saldeert op jaarbasis, maar rekent af per tariefperiode (normaal- en daltarief). De commissie oordeelt dat deze methode eerder is goedgekeurd in vergelijkbare zaken en ook past bij dynamische contracten. De wet geeft geen vaste regels voor saldering, maar de minister heeft aangegeven dat salderen op jaarbasis de bedoeling is. De klacht is ongegrond en wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
In deze zaak gaat het om de wijze van salderen van elektriciteit. De ondernemer saldeert op jaarbasis en rekent af per tariefperiode. De commissie keurt die wijze van afrekenen goed.
Beoordeling
De consument stelt dat de teruglevertarieven lager zijn dan de inkooptarieven. Daarmee bedoelt hij, naar hij ter zitting toelichtte, dat de ondernemer de salderingsregeling niet juist toepast op zijn variabel contract.
Het gaat om de jaarrekening van 24 september 2022 tot en met 23 september 2023. In dat jaar heeft de consument 4924 kWh (normaal tarief) en 6814 kWh (daltarief) van de ondernemer afgenomen. Hij heeft zelf opgewekt 4152 kWh (normaal tarief) en 1918 kWh (daltarief). De ondernemer heeft vastgesteld dat de consument in totaal meer opgewekt heeft dan de afgenomen stroom tegen normaal tarief. Vervolgens heeft hij per tariefperiode het verbruik en de opwekking (gesaldeerd) afgerekend tegen het daltarief.
De commissie overweegt dat de wet geen regels geeft voor saldering. Wel heeft de minister verklaard dat het de bedoeling was om op jaarbasis te salderen (beantwoording Kamervragen op 23 september 2022).
De commissie overweegt ook dat in eerdere uitspraken (nummers 202466/207819, 183496/187832 en recent 234854/237782) de in deze klacht bedoelde salderings- en afrekeningsmethodiek goedgekeurd is. De commissie merkt op dat zij in de zaken bedoeld met de eerste twee nummers, in samenhang met de betwiste jaarnota’s in die eerdere zaken, de in de thans aan de orde zijnde procedure vergelijkbare methodieken goedgekeurd heeft. Immers de consumenten worden in die eerdere zaken op dat onderwerp in het ongelijk gesteld.
De commissie overweegt ook dat voorgaande methodiek goed toepasbaar is op dynamische contracten en niet goed valt in te zien dat op dergelijke contracten een andere methodiek van toepassing is dan op contracten met variabele tarieven. Die methodiek wordt bij dynamische contracten al toegepast. Ook neemt de commissie in aanmerking dat een door de Tweede kamer aangenomen amendement op de (niet aangenomen) Energiewet een soortgelijke afrekenmethodiek volgt (2e kamer, 2022-2023, wetsvoorstel 35.594 kamerstuk 28). De commissie komt dan ook tot het oordeel dat zij in lijn met voornoemde uitspraken van de commissie zal oordelen. Dat betekent dat de klacht afgewezen zal worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 28 maart 2024.