Salderingsrecht vervalt door contractovername: consument krijgt schadevergoeding

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: contractovername    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 240572/247976

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een energiecontract van januari tot september 2023. Door bedrijfsbeëindiging van de ondernemer werd het contract per 1 oktober overgenomen door een andere leverancier. Hierdoor kon de consument haar opgewekte stroom niet meer volledig salderen met het verbruik in het najaar van 2023. De ondernemer rekende het overschot af tegen een lager tarief, wat leidde tot financieel nadeel. De commissie oordeelt dat de ondernemer verantwoordelijk blijft voor het salderingsrecht en dat dit bij contractovername had moeten worden gewaarborgd. Omdat dit niet is gebeurd, moet de ondernemer € 250 schadevergoeding betalen plus € 52,50 klachtengeld. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Door de bedrijfsbeëindiging van de ondernemer ontgaat de consument de mogelijkheid binnen één
verbruiksjaar de door haar opgewekte energie geheel te salderen. Omdat er sprake is van
contractovername door de opvolgende leverancier, is de commissie van oordeel dat ook het door de
consument opgebouwde recht ter zake van de saldering behoorde over te gaan. Nu dat niet gebeurd is, lijdt de consument schade die vergoed behoort te worden door de ondernemer

Beoordeling
Aanleiding

Tussen partijen heeft van 1 januari 2023 tot en met 30 september 2023 een overeenkomst voor de levering van energie gegolden. De ondernemer heeft zijn bedrijfsuitoefening gestopt met ingang van 1 oktober 2023. Het contract is in juridische zin overgenomen door energieleverancier. De ondernemer heeft met de consument afgerekend per 1 oktober 2023. Niet alleen het verbruik na saldering heeft hij afgerekend, maar ook de door de consument meer geleverde energie dan gesaldeerd kon worden. Die laatste afrekening vond plaats tegen een laag tarief. Bij energieleverancier is op 1 oktober 2023 voor de saldering een nieuw jaar gestart.

Het geschil

De consument klaagt erover dat, indien het contract na 1 oktober 2023 doorgelopen zou zijn, alle door haar
opgewekte energie gesaldeerd zou zijn met haar verbruik voor en na 1 oktober 2023. Door de saldering
zou zij in feite voor die geleverde energie een hogere vergoeding ontvangen hebben dan nu per 1 oktober
2023 is afgerekend. De ondernemer betoogt dat hij conform de door de Autoriteit Consument en Markt
(ACM) opgestelde spelregels gehandeld heeft (afrekening bij bedrijfsbeëindiging dient plaats te vinden op
dezelfde manier als bij overgang naar een andere leverancier), de geautomatiseerde verwerking van leveringsgegevens maakt het onmogelijk dat de overnemende leverancier de gegevens van de overdragende leverancier gebruikt bij het opstellen van een jaarrekening en dat de consument door deze gang van zaken geen schade lijdt.

Contractsovername

De ondernemer is met energieleverancier een contractovername overeengekomen. Ingevolge artikel 6:159 BW zijn daardoor alle rechten en verplichtingen overgegaan op energieleverancier. Dat geldt in beginsel ook voor het recht van de consument dat de door hem aan de leverancier teruggeleverde energie op jaarbasis wordt gesaldeerd met de door hem verbruikte energie.
Voorzover de ACM mocht hebben laten weten dat de consument tegen de contractsovername bezwaar kan maken, merkt de commissie het volgende op.
Op de overeenkomst tussen partijen zijn algemene voorwaarden van toepassing waarvan art. 2.12 als volgt luidt: ‘Wij mogen de rechten en plichten van de overeenkomst die wij met u hebben in twee situaties wel aan een andere energieleverancier overdragen. U geeft ons hiervoor nu al toestemming en onze afspraken blijven gelden. Als wij dit doen, melden wij u dit schriftelijk of digitaal.
Wij mogen dat in deze twee situaties:
■ ons bedrijf wordt overgenomen door een ander bedrijf;
■ wij geven de rechten en plichten van de overeenkomst die wij met u hebben aan een ander bedrijf, maar wij blijven ervoor verantwoordelijk dat het andere bedrijf deze rechten en plichten nakomt.’

Hieruit volgt enerzijds dat de ondernemer zonder meer bevoegd was om de overeenkomst tussen partijen over te dragen aan energieleverancier, omdat de tweede situatie als genoemd in die bepaling aan de orde was. Anderzijds impliceert de laatste bijzin van deze bepaling dat de ondernemer daarbij wel gehouden was ervoor te zorgen dat de consument er door de contractsovername niet op achteruit gaat. Door de overdracht en het sturen van een eindafrekening is naar het oordeel van de commissie de ondernemer jegens de consument niet gekweten, in het bijzonder niet wanneer de consument door een en ander schade lijdt.

Schade?
De commissie stelt voorop dat wanneer de ondernemer had gehandeld conform artikel 6:159 BW en de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden de consument de door haar voor 1 oktober 2023 opgewekte stroom had kunnen verrekenen met de door haar in de periode 1 oktober 2023 tot en met 30 december 2023 verbruikte stroom. Die mogelijkheid is haar ontnomen en levert haar financieel nadeel op.
De ondernemer heeft dit laatste betwist. De ondernemer heeft erop gewezen dat hij de consument in de gelegenheid heeft gesteld zo spoedig mogelijk over te stappen naar een nieuwe leverancier. Bij dit laatste had de consument geen belang, want dan zou zij in dezelfde situatie terecht komen als nu, namelijk dat zij voor de overstap opgewekte stroom niet zou kunnen verrekenen met verbruik in het najaar van 2023.
In feite is sprake van een knip in de saldering waardoor de salderingsperiode in het nadeel van de consument verschuift. Volgens de ondernemer is geen sprake van een nadeel, omdat de consument bij de nieuwe leverancier een nieuwe salderingstermijn van 12 maanden begint. Dit argument gaat naar het oordeel van de commissie niet op, omdat het berust op de speculatie dat de consument in het leveringsjaar 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024 zoveel stroom opwekt dat na saldering op de juiste manier op jaarbasis (waarvan niet bij voorbaat vaststaat dat energieleverancier dat zal doen) ook het verbruik in de laatste maanden van 2023 kan worden verrekend.

Had de ondernemer het anders kunnen doen?

De commissie stelt vast dat de ondernemer met betrekking tot de (administratieve) afhandeling van de overdracht van het contract heeft gehandeld volgens de ‘spelregels van de ACM’ zoals die worden toegepast in gevallen van een leverancierswissel op initiatief van de consument of van een situatie waarin leveringszekerheid aan de orde is. Kennelijk voorzien die spelregels niet in een geval van contractsovername als het onderwerpelijke. Het is niet aan de commissie daarin te voorzien. Anderzijds kan dit niet met succes aan de consument worden tegengeworpen en moet de commissie vaststellen dat aan de consument de mogelijkheid is onthouden de in de zomer van 2023 teruggeleverde energie te verrekenen met de in het najaar van 2023 afgenomen energie. In wezen komt het erop neer dat de consument tenminste het aan salderen verbonden belastingvoordeel is ontgaan. Met betrekking tot dit belastingvoordeel heeft de ondernemer aangevoerd dat de belastingwetgeving de overnemende leverancier verhindert verrekening toe te passen met betrekking tot niet door hem geleverde energie.

Met dit in het achterhoofd had de ondernemer moeten voorzien dat de consument dit belastingvoordeel zou mislopen en had de ondernemer wellicht beter het contract niet om niet aan energieleverancier kunnen overdragen maar aan energieleverancier een bruidsschat kunnen geven. De ondernemer kan zich jegens de consument niet verschuilen achter ‘de spelregels van de ACM’. De ACM heeft ook aan een consument desgevraagd laten weten:” Wat ik u aangaf is dat wij op de hoogte waren van het feit dat ondernemer de energiemarkt wilde gaan verlaten. Het gevolg van het verlaten van de markt door ondernemer is, dat zij de verplichting jegens hun afnemers niet meer waar konden maken. Wat er met ondernemer is besproken, is dat er in dat geval een eindafrekening naar alle afnemers dient te worden gestuurd.’’
Het bovenstaande staat echter los van het feit dat ondernemer een contractuele verplichting had jegens zijn afnemers. Als je als contractspartij vroegtijdig een nog lopend contract eenzijdig verbreekt, dan kunnen hier financiële gevolgen aan verbonden zijn. In hoeverre er in dit geval sprake is van schadeplichtigheid is niet aan de ACM om vast te stellen.

Schadeberekening

Naar het oordeel van de commissie bestaat het door de consument geleden nadeel uit het resultaat van het door hem in de periode 1 oktober 2023 tot en met 30 december 2023 afgenomen aantal kWH maal het daarover aan hem in rekening gebrachte leveringstarief verminderd met dat aantal kWH vermenigvuldigd met het door hem bij de eindafrekening ontvangen terugleveringstarief.
De ondernemer heeft aangevoerd niet te beschikken over de voor een schadeberekening benodigde gegevens over de periode na 1 oktober. De ondernemer had dit kunnen ondervangen door in het kader van deze procedure die gegevens op te vragen bij de consument en/of energieleverancier en/of de netbeheerder. Ook de commissie beschikt niet over deze gegevens en zal noodgedwongen in plaats van de schade exact te berekenen deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid begroten op het hierna te noemen bedrag.

Conclusie

De commissie stelt vast dat de consument ten gevolge van de contractsovername en de ondernemer toe te rekenen nadeel heeft ondervonden. De commissie kent aan de consument ten laste van de ondernemer een vergoeding toe van € 250,–. Ook is de ondernemer aan de consument klachtengeld verschuldigd en aan de commissie behandelingskosten.

Hetgeen partijen overigens naar voren hebben gebracht kan niet tot een andere beslissing leiden en hoeft daarom niet apart besproken te worden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient aan de consument binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing € 250,– te betalen. Indien geen tijdige betaling plaatsvindt, dient over dat bedrag de wettelijke rente vergoed te worden tot de dag der voldoening.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 19 maart 2024.

Opslaan als PDF