Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Jaarrekening
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
853854/853888
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De ondernemer klaagde over een jaarnota van € 1.962,28, omdat hij in de wintermaanden minder energie had gebruikt door aanpassingen in zijn bedrijfsvoering. De commissie vond dat een herberekening nodig was en dat te veel verbruik aan dure wintermaanden was toegerekend. Volledige kwijtschelding wees zij af, maar bepaalde dat de leverancier slechts € 700 ontvangt en dat € 1.262,28 wordt terugbetaald aan de ondernemer. Daarnaast moet de leverancier € 181,50 klachtengeld vergoeden en de behandelingskosten betalen. De klacht is gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De commissie past naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een correctie toe op de jaarnota.
Beoordeling
Tussenadvies
In het tussenadvies heeft de commissie het volgende overwogen. Uit de stukken en verhandelde ter zitting blijkt dat de klacht eigenlijk is gericht tegen de netbeheerder, omdat de kern van het probleem is gelegen in het functioneren van de meter. Ter zitting heeft de klager naar voren gebracht dat hij in de wintermaanden aanpassingen aan zijn bedrijfsvoering heeft gedaan om de energiekosten te beperken. Om die reden zou een schatting op basis van historisch verbruik in dit geval niet adequaat zijn. Een en ander is aanleiding de netbeheerder in het geschil te betrekken.
Oordeel van de commissie
De klager maakt bezwaar tegen de jaarrekening die uitkomt op bijbetaling van een bedrag van € 1.962,28. Dit bedrag heeft de klager bij de commissie in depot gestort. Volgens de -klager kan deze rekening niet kloppen, -omdat hij in zijn bedrijfsvoering zodanige aanpassingen heeft gedaan dat hij geen bijbetalingen hoefde te verwachten bij de termijnbedragen die hij netjes heeft betaald. Het geschil heeft met name betrekking -op de verdeling per maand over de periode -waarop de afrekening ziet; aangezien het om een variabel contract ging, maakt het uit welk verbruik aan welke maanden wordt toegerekend. Anders dan de commissie overwoog, speelt het functioneren van de meter daarbij geen rol. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie overigens nog steeds van oordeel dat hetgeen de klager heeft aangevoerd, wel degelijk aanleiding gaf tot een herberekening. Omdat zo’n herberekening uiteindelijk toch weer een kwestie van schatting is, ziet de commissie geen andere oplossing dan ervanuit te gaan dat ook in de gecorrigeerde rekening meer verbruik aan de dure wintermaanden is toegerekend dan in verband met aanpassingen in de bedrijfsvoering redelijk is te achten. Voor volledige kwijtschelding van de openstaande nota, zoals de klager wenst, is naar het oordeel van de commissie geen plaats bij ontbreken van concrete data die daarvoor een basis zouden kunnen zijn. De Commissie is daarom van oordeel dat -naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aan de leverancier van het openstaande bedrag niet meer dan
€ 700,– toekomt, welk bedrag uit het depot aan de – leverancier zal worden betaald. Het restant zal aan de -klager worden gerestitueerd. Of en in hoeverre – in de verhouding tussen de leverancier en de netbeheerder sprake zal zijn van verrekening, gaat het oordeel van de commissie te buiten.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De leverancier dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 700,–
Depotverrekening, bedrag aan consument € 1.262,28
Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de leverancier aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 3 april 2025.