Schade als gevolg van geplande en vervolgens niet uitgevoerde werkzaamheden komt voor rekening van de netbeheerder

  • Home >>
  • Energie Zakelijk >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Schadevergoeding product/dienst    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 122891

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De netbeheerder heeft een stroomonderbreking aangekondigd in verband met werkzaamheden maar die zijn toch niet doorgegaan. De klager heeft in verband met de stroomonderbreking een aggregaat gehuurd en wil de onnodig gemaakte kosten vergoed krijgen. Ook wil hij de schade vergoed krijgen die is ontstaan als gevolg van de stroomonderbreking bij de wel uitgevoerde werkzaamheden en schade ontstaan bij een stroomonderbreking als gevolg van onvoorziene storingen in het net. De netbeheerder wijst erop dat is gemeld dat de werkzaamheden uitgesteld kunnen worden, dat de schade onder het ondernemersrisico van klager valt en dat in de algemene voorwaarden staat dat transport van elektriciteit niet wordt gegarandeerd en de verbruiker/aangeslotene geen recht heeft op een gegarandeerde continue transport van elektriciteit.
De commissie oordeelt dat in dit geval geen sprake was van overmacht en dat de onnodig gemaakte kosten voor de huur van het aggregaat door de netbeheerder vergoed moeten worden. De schade als gevolg van de vervolgens aangekondigde stroomonderbreking komen wel voor risico van de klager. Wat betreft de schade als gevolg van de onvoorziene stroomonderbreking, oordeelt de commissie dat het gestelde in de algemene voorwaarden niet betekent dat het bedrijf onder alle omstandigheden gevrijwaard is van het vergoeden van kosten die samenhangen met een storing in het net.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een verzoek tot vergoeding van schade ontstaan door werkzaamheden.

De verbruiker/aangeslotene heeft op 27 augustus 2018 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene
Het standpunt van de verbruiker/aangeslotene luidt in hoofdzaak als volgt.
Op 27 juli 2018 zou het bedrijf werkzaamheden uitvoeren in de straat van de verbruiker/aangeslotene tussen 9.00 uur en 16.00 uur. Aangezien de verbruiker/aangeslotene niet zo lang zonder stroom kan in verband met de verschillende koelingen en vriezers in de zaak, heeft de verbruiker/aangeslotene een aggregaat gehuurd en laten aansluiten.
Het bedrijf besloot vervolgens de werkzaamheden uit te stellen omdat het te warm zou zijn en er te veel storingen zouden zijn.
Het bedrijf dient de kosten van het aggregaat te vergoeden omdat er geen sprake was van overmacht en er geen goede reden was om de werkzaamheden uit te stellen.
In de algemene voorwaarden staat dat de afnemer in beginsel zelf de kosten voor vervangende stroom dient te betalen maar de kosten had de verbruiker/aangeslotene niet gemaakt als het uitstellen van de werkzaamheden eerder bekend was gemaakt.
Op 14 augustus 2018 zijn de werkzaamheden uitgevoerd met een behoorlijke uitloop waardoor de verbruiker/aangeslotene weer extra kosten heeft moeten maken.
Direct na de werkzaamheden deden 2 lichtmasten het niet meer en kreeg de verbruiker/aangeslotene bericht dat er op 14 september tussen 9.00 uur en 16.00 uur weer werkzaamheden zouden plaats vinden.
In de nacht van 12 op 13 september 2018 vond er een grote stroomstoring plaats, die pas om 16.00 uur was verholpen. Ook door deze stroomstoring heeft de verbruiker/aangeslotene schade geleden. Veel gekoelde producten moesten weggegooid worden omdat die niet meer verkocht konden worden. De verbruiker/aangeslotene heeft personeelskosten moeten maken omdat de temperaturen in de koelingen en vriezers gecontroleerd moesten worden, een rolluik moest worden gerepareerd na opengebroken te zijn om het aggregaat aan te sluiten, er zijn verschillende apparaten kapot gegaan en de verbruiker/aangeslotene heeft omzetderving geleden.
Het bedrijf is verantwoordelijk voor de stroomstoring en moet daarom de schade vergoeden. De verbruiker/aangeslotene leidt dat onder meer af uit het feit dat een medewerker van het bedrijf heeft gezegd dat men had gehoopt dat de kabel het zou houden.

Ter zitting heeft de verbruiker/aangeslotene verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Door de stroomstoring is een groot deel van de schade ontstaan. In een chaotische situatie moest uitgezocht worden welke producten behouden konden worden en welke producten zodanig aan bederf onderhevig waren, dat die weggegooid moesten worden.
In die situatie is het niet gelukt de schade meer specifiek te onderbouwen.
De storing had voorkomen kunnen worden als de eerdere werkzaamheden sneller en zorgvuldiger waren uitgevoerd.
De verzekeraar van de verbruiker/aangeslotene heeft laten weten, dat gevolgschade is uitgesloten in de polis.

De verbruiker/aangeslotene verlangt betaling van een bedrag van € 4.602,80.

Standpunt van het bedrijf
Het standpunt van het bedrijf luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 17 juli 2018 heeft het bedrijf een stroomonderbreking voor werkzaamheden aangekondigd op 27 juli 2018. In de aankondigingsbrief stond dat het voor kan komen dat de geplande werkzaamheden worden opgeschort.
Op 27 juli 2018 bleek sprake van drie foutplaatsen in het net in plaats van de ene foutplaats die op voorhand was vastgesteld. Om de onvoorziene foutplaatsen te kunnen verhelpen moest zwaar lichamelijk werkzaamheden in de volle zon worden uitgevoerd en een van de onvoorziene foutplaatsen was niet bereikbaar. De werkzaamheden zouden meer tijd in beslag nemen dan vooraf voorzien, het was bovendien niet mogelijk die werkzaamheden uit te voeren en in het kader van de veiligheid en het welzijn van de monteur was het niet verantwoord de werkzaamheden die dag uit te voeren.
Deze onvoorziene omstandigheden hebben de uitvoerder van het bedrijf op goede gronden en niet verwijtbaar doen besluiten de werkzaamheden op te schorten.
Op 7 augustus 2018 heeft het bedrijf een stroomonderbreking voor werkzaamheden aangekondigd op 18 augustus 2018 en op die datum hebben de werkzaamheden ook daadwerkelijk plaatsgevonden.
Op 13 september 2018 heeft een onvoorziene stroomstoring plaatsgevonden en in verband daarmee zijn er op 14 september 2018 geen werkzaamheden uitgevoerd.
Het bedrijf heeft aan zijn wettelijke verplichtingen voldaan.

De stroomonderbreking als gevolg van de geplande en uitgevoerde werkzaamheden zijn tijdig aangekondigd. De verbruiker/aangeslotene heeft een eigen verantwoordelijkheid om schade te voorkomen.
Het is aan iedere ondernemer om te beslissen of er preventieve maatregelen worden genomen om de gevolgen van een stroomonderbreking op te vangen en om een verzekering af te sluiten.
De stroomonderbreking op 13 september 2018 is ontstaan door onvoorziene storingen in het net, waardoor hij niet in staat was energie te transporteren.
In dit verband is van belang dat ook in de Algemene Voorwaarden staat dat de ondernemer het transport van elektriciteit niet garandeert en de verbruiker/aangeslotene heeft geen recht op een gegarandeerde continue transport van elektriciteit.
Verder heeft de verbruiker/aangeslotene zijn schade onvoldoende onderbouwd met een enkel kostenoverzicht. De foto’s tonen de schade niet aan en de ondernemer betwist die ook. Verder ontbreekt enig causaal verband tussen de gestelde schade en handelen van de ondernemer.
Subsidiair beroept de ondernemer zich op artikel 17.1a onder d van de Algemene Voorwaarden waarin – kort gezegd – indirecte kosten worden uitgesloten en eventuele aansprakelijkheid wordt beperkt tot een maximum van € 3.500,–.
Het aanbod dat eerder uit coulance overwegingen is gedaan aan de verbruiker/aangeslotene is vervallen nu de verbruiker/aangeslotene het aanbod heeft afgewezen.

Ter zitting heeft het bedrijf verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De kosten voor de verbruiker/aangeslotene, die samenhangen met de eerste keer dat de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd, moet de verbruiker/aangeslotene in het kader van zijn ondernemersrisico dragen. De algemene voorwaarden gaan daar ook van uit.
Verder was er sprake van overmacht.
Het bedrijf heeft geprobeerd er voor de zitting met de verbruiker/aangeslotene uit te komen en toen is ook een hoger bedrag aangeboden als vergoeding. Jammer genoeg zijn partijen het niet eens kunnen worden.

Het bedrijf heeft d.d. 31 januari 2019 een vergoeding aangeboden van € 1.000,–.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Over de feitelijke gang van zaken rond de aangekondigde maar niet uitgevoerde werkzaamheden op 27 juli 2019 bestaat tussen partijen geen verschil van mening.
Over de vraag wie de kosten van het aggregaat moet betalen, dat de verbruiker/aangeslotene heeft gehuurd om tijdens de stroom onderbreking door te kunnen werken, bestaat tussen partijen wel verschil van mening.
Anders dan het bedrijf is de commissie van oordeel dat de kosten die de verbruiker/aangeslotene heeft gemaakt in verband met werkzaamheden die om het bedrijf moverende redenen niet zijn doorgegaan, niet kunnen worden aangemerkt als kosten die behoren tot het risico van de verbruiker/aangeslotene.
De kosten die de verbruiker/aangeslotene heeft moeten maken in verband met de werkzaamheden die op 18 augustus 2018 door het bedrijf zijn uitgevoerd, behoren naar het oordeel van de commissie wel tot het ondernemersrisico van de verbruiker/aangeslotene en dienen daarom wel voor zijn rekening te blijven.

Voor zover het bedrijf heeft willen betogen dat de werkzaamheden op 27 juli 2018 niet zijn uitgevoerd omdat zich voor het bedrijf een overmacht situatie had voorgedaan, overweegt de commissie dat zulks naar het oordeel van de commissie niet aannemelijk geworden.
Het enkele feit dat het bedrijf zegt onvoorziene foutplaatsen te hebben gevonden is onvoldoende om onder de gegeven omstandigheden overmacht aan te nemen.
De commissie wil wel aannemen dat voor het personeel van het bedrijf niet verantwoord was om de werkzaamheden toch uit te voeren op 27 juli 2018, maar
ook deze omstandigheid levert naar het oordeel van de commissie geen overmacht voor het bedrijf op.

De verbruiker/aangeslotene heeft aangegeven dat het voor het huren van het aggregaat in verband met de geplande werkzaamheden op 27 juli 2018 een bedrag van ongeveer € 1.270, — heeft betaald.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de commissie van oordeel dat het bedrijf dat bedrag dient te vergoeden, nu die kosten uiteindelijk voor niets door de verbruiker/aangeslotene zijn gemaakt.

Met betrekking tot de gevorderde vergoeding van de schade door de verbruiker/aangeslotene geleden als gevolg van de stroomstoring op 13 september 2018 overweegt de commissie het volgende.
Het enkele feit dat in de Algemene Voorwaarden staat dat het bedrijf het transport van elektriciteit niet garandeert en de verbruiker/aangeslotene geen recht heeft op een gegarandeerde continue transport van elektriciteit, betekent geenszins dat het bedrijf onder alle omstandigheden gevrijwaard is van het vergoeden van kosten die samenhangen met een storing in het net.
Omstandigheden, die rechtvaardigen dat het bedrijf geen enkele schade zou vergoeden, die voor de verbruiker/aangeslotene zijn ontstaan als gevolg van de stroomstoring, zijn gesteld noch aannemelijk geworden.

De vraag die thans beantwoord moet worden is hoe hoog die vergoeding zal moeten zijn.
Hoewel de commissie zich kan indenken dat de verbruiker/aangeslotene onder de gegeven omstandigheden geen kans heeft gezien om een deugdelijke onderbouwing van de gestelde schade te leveren, is de commissie met het bedrijf van oordeel dat wat thans voor ligt onvoldoende is om de volledige vordering toe te wijzen.
Dat de verbruiker/aangeslotene schade heeft geleden als gevolg van de stroomstoring is naar het oordeel van de commissie wel aannemelijk. De commissie stelt deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op € 730,–.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het bedrijf betaalt aan de verbruiker/aangeslotene een vergoeding van € 2.000,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt het bedrijf bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard en de heer A.F. Kolkman, leden, op 21 mei 2019.