Schade door stroomonderbreking als gevolg van gebrekkige aansluiting; kosten voor onderzoek en reparatie van de apparatuur komen in aanmerking voor vergoeding vanwege schadebeperking.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Stroomonderbreking    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 119402

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Schade door stroomonderbreking als gevolg van gebrekkige aansluiting.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene

De verbruiker/aangeslotene stelt in hoofdzaak, dat het bedrijf een fout heeft gemaakt bij de werkzaamheden rond de verlichting (naar kleinverbruik) van de aansluiting van elektriciteit. Daardoor is een storing opgetreden in de koel/vriesinstallaties van zijn bedrijf. Als gevolg daarvan heeft hij schade geleden aan zijn bedrijfsvoorraad en door het inschakelen van reparatiebedrijven voor de elektrische installatie en voor koeling. De schade bedraagt € 16.538,58. Dat is nog afgezien van omzetschade.

Het bedrijf wil € 1.621,35 betalen als tegemoetkoming.

De verbruiker verlangt vergoeding van zijn volledige schade.

Standpunt van het bedrijf

In hoofdzaak stelt het bedrijf dat de werkzaamheden voor de verlichting naar kleinverbruik in september 2017 goed zijn afgesloten: de installatie werd werkend opgeleverd. Eerst in oktober 2017 is de storing opgetreden, in een voorgemonteerde automaat.

De algemene voorwaarden welke van toepassing zijn betreffen de uitvoering van werkzaamheden en het verlenen van diensten. Daarin is aansprakelijkheid beperkt tot gevallen van opzet en grove schuld. Daar is hier geen sprake van.

Niet is gebleken dat de verbruiker/aangeslotene zijn verzekering heeft ingeroepen.

De schade is overigens niet gespecificeerd en komt ook al daardoor niet voor vergoeding in aanmerking.

Een eerder gedaan coulanceaanbod voor verdere schadevergoeding is afgewezen en daardoor vervallen.

Het bedrijf concludeert tot afwijzing van de klacht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het bedrijf heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het defect is opgetreden in een automaat. In de automaat zelf heeft geen montagewerk plaatsgevonden door het bedrijf. De verbruiker/aangeslotene heeft daar ter zitting wel opmerkingen over gemaakt, maar de stelling van het bedrijf niet of onvoldoende weersproken.

Dat betekent naar het oordeel van de commissie dat de toepasselijke voorwaarden hier niet die voor de uitvoering van werkzaamheden zijn, maar dat sprake is van een falende stroomlevering bij een kleinverbruiker.

Daarmee dient de eventuele vergoeding voor stroomonderbreking door een gebrekkige aansluiting op de algemene voorwaarden voor aansluiting en transport te worden gebaseerd.

In deze voorwaarden is schade aan zaken wel voor vergoeding aangewezen, maar beperkt tot een bedrag van € 3.500,– (art 17.4).

De commissie acht de schade welke kennelijk is ontstaan aan de voorraad van verbruiker/aangeslotene in principe wel voor vergoeding vatbaar. Het gaat daarbij immers om schade aan goederen, waarbij de omzetschade niet is geteld. De verbruiker/aangeslotene heeft echter niet of onvoldoende aangetoond waaruit zijn schade aan goederen bestaat.

De kosten voor onderzoek en reparatie van de apparatuur ad € 2.669,– komen naar het oordeel van de commissie wel in aanmerking voor vergoeding, nu zij in redelijkheid gemaakt zijn ter schadebeperking en eerst later is gebleken dat het defect in de installatie van het bedrijf zat.

De klacht is daarmee gedeeltelijk gegrond; de commissie zal als volgt beslissen.

Beslissing

Het bedrijf zal aan de verbruiker/aangeslotene een bedrag van € 2.669,– ter vergoeding van zijn schade betalen, binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing, waarna partijen in het kader van dit geschil niets meer van elkaar te vorderen zullen hebben.

Ingevolge het reglement van de commissie is het bedrijf behandelingskosten verschuldigd.

Bovendien dient het bedrijf het klachtengeld aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt, bestaande uit
mr. R.J. Haakmeester, voorzitter,
mr. C.M.H. Vlaanderen en mr. W.H. van Oorspronk, leden, op 29 oktober 2018