Schadebeperkingsplicht bij gebrekkige ritssluiting in bruidsjurk. Consument had schade kunnen beperken door schade ter plaatse provisorisch te herstellen.

  • Home >>
  • Bruidsmode en Maatwerk >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Bruidsmode en Maatwerk    Categorie: Schade    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: TEX09-0022

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een d.d. 13 november 2008 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht tot het leveren van een bruidsjurk (hierna te noemen: het artikel) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.375,–.   De consument heeft op 16 mei 2009 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Tijdens de openingsdans op de bruiloft is de ritssluiting van de trouwjurk kapot gegaan. Als gevolg hiervan kon de jurk niet meer worden gedragen en is de jurk ter plekke vervangen door een broek, hetgeen een domper op de bruiloft heeft gezet. De consument verlangt een vergoeding van € 500,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ritssluiting is van hoge kwaliteit en kan bij normaal gebruik niet stukgaan. Nu dit wel het geval is geweest is het aannemelijk, dat de schade het gevolg is van onoordeelkundig gebruik. Voorts had de schade ter plekke hersteld kunnen worden met naald en draad dan wel met veiligheidsspelden. Aangeboden is om een nieuwe ritssluiting aan te brengen en de jurk te laten reinigen. Dit aanbod wordt alleszins passend geacht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het artikel zorgvuldig onderzocht. De commissie komt tot de volgende bevindingen en overwegingen.   Het artikel is voorzien van een samenstellingetiket met de gegevens: 100% polyester, voering: 100% acetaat.   Het artikel is voorzien van een behandelingsetiket met de symbolen:   u   p   v   D    l   Onderzoek van de commissie heeft het navolgende uitgewezen.   De commissie heeft vastgesteld, dat de ritssluiting niet is voorzien van een zogeheten tres of eindstop, waardoor deze onder spanning kan openspringen met als gevolg, dat zij onherstelbaar wordt vernield. Dit betekent dat aan de ritssluiting een gebrek kleefde. Gelet hierop kan de ondernemer zich ten aanzien van de ontstane schade niet geheel vrijpleiten. Daar staat evenwel tegenover dat de commissie proefondervindelijk heeft vastgesteld, dat de schade van dien aard is, dat deze ter plekke provisorisch, maar afdoende had kunnen worden hersteld, zodat de consument de schade in aanzienlijke mate had kunnen beperken. Het feit, dat zij dit niet heeft gedaan noch een poging daartoe heeft ondernomen valt haar in de ogen van de commissie dan ook evenzeer te verwijten. Immers van een consument mag te allen tijde worden verwacht, dat deze de schade voor de ondernemer zo beperkt mogelijk houdt ook al kan deze met betrekking tot de uitvoering van een gesloten overeenkomst een verwijt worden gemaakt.   Wat betreft de hoogte van de consument gevorderde schadevergoeding merkt de commissie nog het volgende op. Hoewel de commissie op zichzelf wel begrip op kan brengen voor het feit, dat het voor de consument onprettig was om met een dergelijke situatie op haar bruiloft te worden geconfronteerd, baseert zij de vordering tot schadevergoeding, zo heeft de commissie op grond van de door en namens haar overgelegde stukken begrepen, met name op immateriële schade. Voor het toekennen van een dergelijk grote vergoeding ten gevolge van immateriële schade is naar Nederlands Burgerlijk recht echter meer nodig dan het ongerief dat de consument in deze is overkomen. Dit temeer, daar de consument een deel van dit ongerief door adequaat ingrijpen had kunnen beperken.   Op grond van het vorenoverwogene komt de commissie dan ook tot de conclusie, dat de consument naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een zeker bedrag voor het ondervonden ongerief daaronder begrepen, een vergoeding toekomt van € 100,– vanwege de waardevermindering van het artikel op de trouwdag.   Voorts doet de ondernemer zijn gedane aanbod om de jurk te voorzien van een nieuwe ritssluiting gestand.   Ten slotte deelt de commissie ter voorlichting van de consument nog mede dat de jurk anders dan de consument heeft aangegeven wel een reinigingsbehandeling heeft ondergaan en voorts dat de jurk ten behoeve van het onderzoek plaatselijk is losgetornd.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 100,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Voorts vervangt de ondernemer de ritssluiting binnen een maand na verzending van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Het artikel wordt voor rekening van de consument aan haar teruggezonden.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 90,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Textiel en Schoenen, op 12 januari 2010.