schadevergoeding in plats van herstel

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Klussenbedrijven    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118575

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 4 september 2016 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren/plaatsen van een nieuw afdak met afschot met bijkomende werkzaamheden conform offerte/opdrachtbevestiging van 23 augustus 2016 tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.805,93. De oplevering vond plaats op 1 oktober 2016. De consument heeft op 15 januari 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft een overkapping gemaakt van ongeveer 3 x 3,5 meter tussen de achtergevel van de woning van de consument en de voorgevel van de schuur. De zijkant naar de buren toe is dichtgemaakt tussen de overkapping en de scheidingsmuur van de percelen.

Na vier maanden is een vochtprobleem ontstaan door optrekkend vocht. In de geplaatste underlaymentplaten is een lekkage opgetreden. Uiteindelijk zijn er vier vochtplekken ontstaan. Daarnaast trad er schimmelvorming op, zichtbaar op de underlaymentplaten en de balken.

De ondernemer heeft als oplossing voor het probleem voorgesteld om het hout met ontweringswater of een middel tegen schimmel te behandelen en daarna of het hout af te lakken of een dampopen folie tegen de balken aan te brengen, gevolgd door een rachelwerk en een kunststof plafond. Daarbij zou moeten worden gezorgd voor voldoende ventilatie en zouden de muren geïmpregneerd kunnen worden.

De consument vermoedt dat de oorzaak is gelegen in de omstandigheid dat vocht kon doortrekken vanuit de geïmpregneerde rabatdelen in de vuren platen. De consument heeft de ondernemer tevoren voorgesteld om daar folie tussen te plaatsen, maar de ondernemer vond dat niet nodig.

De schimmel moet behandeld worden en aflakken lijkt de meest voor de hand liggende oplossing, maar de consument wilde nu juist onbehandeld hout. Volgens de ondernemer was er voldoende ventilatie. Het impregneren van de muur biedt geen oplossing, omdat het hout dat in contact staat met de muur geen sporen van doortrekkend vocht vertoont.

Naar aanleiding van het rapport van de deskundige heeft de consument nog opgemerkt dat hij daarin niets heeft aangetroffen met betrekking tot het herstel van de esthetische schade (de vocht- en schimmelplekken in de underlaymentplaten).

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Kostenbesparing heeft helemaal niet voorop gestaan. Het enige materiaal dat is hergebruikt betreft een kozijn voor een raam in de muur tussen ons en de buren. We hadden bij vijf bedrijven gevraagd om een offerte. Op de offerte van de ondernemer zijn we ingegaan, zonder daar verder nog op te hebben afgedongen.

Ik ben een leek, dus ik kan niet beoordelen of het aanbrengen van EPDM in twee delen goed is of niet. Dat geldt ook voor ander overleg. Als de ondernemer voorstelt om ergens kit te gebruiken, wie ben ik dan om te zeggen dat dat geen goede oplossing is?

Over onvoldoende ventilatie is indirect wel gesproken. Er staat nogal veel wind op de overkapping, dus de vraag was hoe stevig die verankerd moest worden om niet weg te waaien. Ik droog geen was onder de overkapping. Onvoldoende ventilatie is niet de oorzaak voor mijn klacht. En voor zover de ondernemer nog verwijst naar een vochtige periode tijdens de bouw: ik heb navraag gedaan bij het KNMI en daaruit is mij gebleken dat het in de periode waarin de overkapping is gemaakt juist droog was. Kortom: niets van wat er in de reactie van de gemachtigde van de ondernemer staat is juist.

Dat de klacht niet voortkomt uit de muren, moge wel blijken uit het feit dat ik helemaal geen probleem ondervind bij de balken die tegen de muur aan zitten. Het probleem zit hem langs de rand bij de boeiboorden.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het werk is volgens de offerte/opdrachtbevestiging uitgevoerd. Daarin staat vermeld dat onbehandeld vurenhout zal worden toegepast. Dat is beïnvloedbaar door ons vochtig klimaat. Daardoor kunnen er weer- of schimmelplekken ontstaan.

Naar aanleiding van het rapport van de deskundige heeft de gemachtigde van de ondernemer nader verweer gevoerd. Daarin merkt zij op dat niet is gebleken dat de schimmelvorming in verband staat met de wijze waarop de dakbedekking is aangebracht. Dat de dakbedekking niet correct is geplakt, is niet gebleken.

Een causaal verband tussen het gebruik van een hoeklijn en de vochtplekken of lekkage is niet aangetoond, maar mocht dat bestaan, dan is de ondernemer bereid een daktrim aan te brengen.

Het gebruik van meerdere stukken EPDM is een gangbare toepassing van dat materiaal. Daartoe is in overleg met de consument besloten om kosten te sparen.

Evenmin is een causaal verband voor de schimmel- en vochtplekken gebleken tussen de op een foto vastgelegde ruimte, de wijze van aansluiting van het boeideel op de hoek van de afvoer, het plakken van de loodslabvervanger op het boeideel en/of het gebruik van transparante kit op de EPDM en die vlekken. Het infrezen van lood lijkt geen reële optie, omdat het hier een huurhuis betreft en daardoor schade zal ontstaan aan het huis.

De vocht- en schimmelplekken worden vermoedelijk veroorzaakt door luchtvochtigheid van onderen, gebrekkige ventilatie doorstroming, was drogen en/of een vochtige ondergrond. De ondernemer heeft op 18 mei 2018 water op het dak gezet en daarvoor en daarna vochtmetingen gedaan. Daaruit is gebleken dat een procentuele afwijking van 2% optrad en bij de uitloop 12%. Daaruit volgt niet dat er sprake is van lekkages.

Uit het rapport van de deskundige blijkt niet dat de klacht een gevolg is van de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden. De ondernemer is daarom van mening dat hij niet aansprakelijk is voorde door de deskundige genoemde kosten.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Als de conclusies van de deskundige juist zouden zijn, dan zou het probleem veel groter moeten zijn. Verder verwijs ik naar de schriftelijke reactie op het rapport van mijn gemachtigde. Voor veel van wat hij constateert blijkt uit het rapport niet van enig causaal verband met de lekkages.

Ik heb de consument niet gewaarschuwd voor mogelijke problemen bij het gebruiken van twee delen EPDM. Ik heb de oude overkapping verwijderd en een paar dingen hergebruikt, waaronder een polycarbonaatplaat en de dakdoorvoer. Als er echt sprake zou zijn van een serieuze lekkage, dan had het dak na twee jaar al verrot moeten zijn. Zou ik het werk nog een keer moeten doen, dan zou ik het op één ding na weer zo uitvoeren. Tegenwoordig wordt onder de EPDM een isolatielaag aangebracht om verstikking te voorkomen. Dat zou ik er nu ook onder leggen.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Er is een afdak/overkapping geplaatst tussen huis en schuur. In de dakplaten zijn vochtplekken ontstaan.

De constructie van het afdak is op een degelijke manier vervaardigd. De aangebrachte EPDM dakbedekking en de aansluiting op de overige constructie vertoont een aantal gebreken waardoor vochtindringing in de onderconstructie kon/kan ontstaan. Hierdoor zijn vochtplekken in de underlayment platen ontstaan:
1. De dakbedekking is aangebracht in twee delen (naad in het veld). Zodoende ontstaat er mogelijk lekkage indien het niet correct is geplakt. Bij deze dakmaat is het gebruikelijk de dakbedekking als één stuk aan te brengen.
2. Er is een hoekstrip gebruikt i.p.v. een daktrim. Regenwater dat langs deze hoekstrip loopt, kan door capillaire werking tussen hoekstrip en het hout, in het hout trekken. Bij de toepassing van een daktrim wordt dit voorkomen.
3. Er is geen EPDM plakstuk (groot en passend fabrieksmatig voorgevormde standaardtoepassing) voor de afvoer gebruikt, hetgeen een geëigende toepassing is. In plaats daarvan zijn kleinere stukjes EPDM provisorisch aan elkaar geplakt. Op foto is te zien dat een kleine losse flap EPDM wordt vastgehouden. Hier dringt vocht door in de onderconstructie.
4. De doorvoer van de afvoer door het boeideel is te ruim gemaakt, waardoor vochtindringing via deze kieren kan ontstaan.
5. De boeideel-aansluiting op de hoek bij de afvoer is provisorisch uitgevoerd.
6. Het boeideel aansluitend op de dakpannen van de schuur is provisorisch uitgevoerd. De aangebrachte loodslabvervanger kan worden toegepast, maar dient dan onder de rabatdelen van het boeideel en over de pannen te worden aangebracht. Hier is de loodslab vervanger op het boeideel geplakt wat geen geëigende toepassing is.
7. De aannemer heeft geprobeerd de lekkage te verhelpen. Er is erg veel siliconenkit aangebracht. Deze transparante kit hecht echter slecht/niet op EPDM (te zien is dat deze kitrand hier en daar al wijkt).
8. Er is een klemstrip gebruikt op de huis- en schuurmuur. Bij voorkeur dient er hier lood in de voeg te worden ingefreesd, maar daar het een huurhuis betreft, bekostigt de huurder zelf de overkapping. Bij een verhuizing is het mogelijk dat de overkapping verwijderd moet worden. Infrezen van lood geeft schade aan het huis. Het gebruik van een klemstrip geeft nauwelijks schade. De aangebrachte klemstrip kan hier worden gebruikt maar had echter over de gehele lengte aangebracht moeten worden.

Door bovenstaande is er op de kwetsbare plekken lekkage ontstaan. De onderliggende underlayment
platen zijn vochtig en er is schimmel ontstaan.

De dakbedekking vertoont veel verschillende mankementen waardoor lekkage is ontstaan. Het is dan ook wenselijk om de dakbedekking in zijn geheel te vervangen, waarbij aansluitingen op de overige constructie wordt verbeterd/vervangen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie volgt de deskundige in zijn rapport en de daarin opgenomen conclusies. Deze komen erop neer dat het dak diverse gebreken vertoont waardoor een lekkage is ontstaan. De lekkagesporen op de bij het rapport gevoegde foto’s tonen naar het oordeel van de commissie ook aan dat de vochtproblemen zijn ontstaan door vochtindringing van bovenaf en niet vanwege een gebrekkige ventilatie of te veel vocht onder de overkapping. Bij dergelijke oorzaken zou naar het oordeel van de commissie een ander schadebeeld zijn ontstaan dan nu blijkt uit de overgelegde foto’s. Ook vochtindringing vanuit de muren komt de commissie niet aannemelijk voor, omdat blijkens de foto’s aan en rond de balken die aan de muur zijn bevestigd geen bijzonder vocht- of lekkageplekken zichtbaar zijn.

Een exact lekdetectie-onderzoek gaat de opdracht van de commissie aan de deskundige te buiten. Vanuit zijn deskundigheid constateert hij op een aantal punten dat de uitvoering van het werk kan leiden tot lekkages. Voorts stelt hij vast dat er schade is ontstaan door lekkages. Dat andere oorzaken dan lekkages de schade hebben veroorzaakt, acht de commissie niet aannemelijk. In dat geval volgt uit het rapport van de deskundige afdoende dat één of meer van de door hem als mogelijke oorzaken aangeduide omstandigheden ook daadwerkelijk de oorzaak van de lekkage is geweest.

De commissie volgt de deskundige in zijn oordeel dat herstel eigenlijk alleen mogelijk is door het dak te vervangen. Daarbij merkt de commissie op dat bij vervanging van het dak ook de underlaymentplaten kunnen worden vervangen, waarmee het esthetisch probleem ook is opgelost. De ondernemer heeft ter zitting niet onderkend dat bij een andere uitvoering van het werk het risico van lekkages veel beperkter of uitgesloten zou zijn. De commissie vindt daarin aanleiding om aan de consument een vergoeding toe te kennen als begroot door de deskundige, zodat de consument het herstel door een derde kan laten uitvoeren.

Of daarbij ook de underlaymentplaten vervangen moeten worden, blijkt niet uit het rapport van de deskundige. In een naar aanleiding van zijn rapport nog gegeven reactie merkt de deskundige op:
“De aantasting van de underlaymentplaten is oppervlakkig, waardoor deelvervanging niet op zijn plaats is. Na de uitgevoerde werkzaamheden zal het vocht in het underlayment ter plaatse van de schimmelplekken opdrogen. De opgedroogde schimmel kan dan met een borstel, dan wel met schuurpapier worden verwijderd. Naar verwachting geeft deze behandeling slechts een gering esthetisch verstorend resultaat.”

De commissie merkt echter op dat het verwijderen van de EPDM van de underlayment-platen een lastige klus is, waardoor ook kan schade ontstaan aan de oppervlakte van de platen. Die schade tekent dan af in de nieuw aan te brengen EPDM. Het verwijderen van de bestaande en het aanbrengen van nieuw underlayment kan tijd besparen, waarbij de kostprijs van de nieuwe materialen ondergeschikt zal zijn (slechts 10 m2) aan de tijds- en kwaliteitswinst. De commissie is dan ook van oordeel dat het herstel mede de vervanging van de platen kan omvatten, maar dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat het vervangen van de underlaymentplaten tot relevante meerkosten voor het herstel zal leiden. De commissie ziet daarom geen aanleiding om de herstelkosten op een hoger bedrag vast te stellen dan door de deskundige begroot.

Het voorgaande voert dan tot na te melden beslissing.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.805,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Klussenbedrijven, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, en mr. B.W. Weilers en de heer R.C. Schenk, leden, op 8 oktober 2018.