Schikking over onduidelijkheid terugleverkosten zonne-energie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1128942/1239459

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument verlengde telefonisch zijn energiecontract, maar stelt dat daarbij is toegezegd dat er geen terugleverkosten voor zonne-energie zouden gelden. De ondernemer betwist dit, en een opname van het gesprek is niet beschikbaar. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen een schikking: de ondernemer betaalt € 750 aan de consument, deels via verrekening met het voorschot. De consument zal het contract volledig uitdienen en partijen verlenen elkaar finale kwijting. De commissie doet geen inhoudelijke uitspraak.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Klacht jaarafrekening. Consument moet op basis van verbruik € 1.808,19 bijbetalen. Daadwerkelijk verbruik bleek hoger dan geschat verbruik. Onvoldoende duidelijk wat aan afrekening fout zou zijn. Klacht ongegrond. Echter ondernemer heeft niet getoond bij afsluiten van het contract en de behandeling van de klacht voldoende zorg jegens consument te hebben betracht. Commissie acht daarvoor compensatie van € 250,00 aangewezen.

Beoordeling
Consument stelt dat er een fout is gemaakt in de afrekening. Nadat zij naar huidige aanbieder (ondernemer) is overgestapt zou haar verbruik opeens veel hoger zijn dan de jaren daarvoor, zonder dat er iets wezenlijks aan haar woning of gezinssamenstelling is gewijzigd.

Ondernemer stelt zich op het standpunt dat de afrekening deugt. Volgens ondernemer is geoffreerd op basis van een te lage inschatting van het verbruik. Het gevolg daarvan is dat het meer verbruikte achteraf, bij de jaarafrekening alsnog in rekening is gebracht.

De commissie oordeelt dat door consument te weinig concrete feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, die, voor zover al aangevoerd ook niet zijn voorzien van enige onderbouwing met stukken, zoals eerdere afrekeningen, om te kunnen vaststellen dat de jaarafrekening niet juist zou zijn.

De commissie stelt echter ook vast dat ondernemer bij het aangaan van het contract kennelijk klakkeloos de opgegeven verbruikscijfers heeft overgenomen en voor de bevoorschotting heeft gebruikt. Dit ondanks het feit dat ondernemer op de contractbevestiging de volgende tekst heeft opgenomen: “Volgens het landelijk register wijkt jouw termijnbedrag af van wat je hebt opgegeven. Wij houden jouw gewenste termijnbedrag aan. Voorkom verrassingen achteraf en pas jouw termijnbedrag aan als dit nodig is. Dit kan makkelijk via het klantportaal”. Ondernemer was er dus van op de hoogte dat er een gerede kans was dat het opgegeven verbruik niet zou overeenkomen met het daadwerkelijke verbruik. Te meer nu de overeenkomst tot stand is gekomen middels de diensten van een commerciële tussenpersoon, waarvan bekend is dat er daaronder zijn die klanten lokken door een ten onrechte te gunstig beeld te schetsen, had het op de weg van ondernemer gelegen meer onderzoek naar het daadwerkelijke verbruik te doen. Bijvoorbeeld door consument nadere gegevens over het verleden te vragen.

Daar komt bij dat ondernemer bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op geen enkele wijze in staat bleek ook maar enige inhoudelijke vraag adequaat te beantwoorden. Zo stelde ondernemer bijvoorbeeld meermaals dat het opgegeven verbruik van consument afwijkt van “de standaard”, maar kon ondernemer geen antwoord geven op de vraag wat die standaard dan in kwantitatieve of kwalitatieve zin behelst. Ondernemer schermde ter zitting met terminologie, zonder zelf te weten wat deze terminologie inhoudt of daadwerkelijk inhoudelijk antwoord te kunnen geven op de vragen van de commissie. Daardoor werd het tevens onmogelijk om aan consument op een voor die begrijpelijke wijze uitleg te geven waarom het wel klopt dat zij alsnog zo’n groot bedrag moet betalen.

De commissie is van oordeel dat ondernemer door op de hierboven omschreven wijze te handelen onvoldoende zorg aan de dag heeft gelegd ten aanzien van consument en dat enige financiële compensatie daarvoor op zijn plaats is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ten dele gegrond en bepaalt dat ondernemer ter compensatie aan consument een bedrag van € 250,00 moet betalen, te voldoen middels verrekening met het nog openstaande door consument aan ondernemer verschuldigde bedrag.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 23 september 2025.

Opslaan als PDF