Schikking over opzegboete verduidelijkt: depot verdeeld

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 607710/648000

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een zakelijke verbruiker zegde zijn energiecontract voortijdig op. Over de hoge opzegboete ontstond discussie, waarna partijen een schikking sloten. De commissie verduidelijkte dat het afgesproken bedrag correct verwerkt is in de eindnota’s. Van het depot van € 13.807,36 gaat € 4.389,62 naar het bedrijf en € 9.417,74 naar de verbruiker. De klacht is gegrond, maar door de schikking verder afgedaan.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Bij de verbruiker/aangeslotene was na een schikking onduidelijkheid ontstaan over de nog te betalen bedragen. De commissie geeft de gevraagde uitleg.

Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene had met het bedrijf een overeenkomst gesloten voor 32 maanden, eindigend op 31 maart 2027. Hij heeft de overeenkomst voortijdig opgezegd. Partijen verschillen van mening over de in rekening te brengen opzegboete.

Voorafgaande aan de zitting, doch in de loop van de procedure, hebben partijen over de hoogte van de boete een schikking getroffen. Die schikking kwam erop neer dat de verbruiker/aangeslotene aan het bedrijf € 2.848,28 exclusief BTW diende te betalen. Ter zitting verklaarde de verbruiker/aangeslotene dat het hem niet duidelijk was waarom hij na de schikking erop gewezen is dat hij nog bepaalde bedragen diende te betalen.

De commissie overweegt dat de eindnota elektriciteit van de ondernemer d.d. 24 juli 2024 een eindbedrag vermeldde van € 13.807,36, waarin opgenomen een opzegboete van € 12.517,22. De eindnota gas vermeldde een eindbedrag van € 1.214,12, waarin opgenomen een boete ad € 1.618,57. Partijen zijn in de schikking een bedrag van € 2.848,28 exclusief BTW (€ 2.561,55 voor elektriciteit en € 286,72 voor gas; de optelling klopt niet helemaal, stelt de commissie vast) overeengekomen. In de gecorrigeerde nota’s elektriciteit en gas d.d. 18 november 2024 zijn die bedragen vermeld, alsmede de daarover te berekenen BTW. De gecorrigeerde eindnota’s vermeldden als eindbedragen voor elektriciteit € 4.389,62 en voor gas € 57,52 credit. De commissie is van oordeel dat het schikkingsbedrag op een juiste manier verwerkt is in de gecorrigeerde eindnota’s. Dat betekent dat de verbruiker/aangeslotene de in die gecorrigeerde eindnota’s vermelde bedragen dient te betalen/ontvangen. Uit het dossier begrijpt de commissie dat de verbruiker/aangeslotene het bedrag van € 13.807,36 niet betaald heeft en bij de commissie in depot gestort heeft. Dat bedrag is volgens de gecorrigeerde eindnota verlaagd naar € 4.389,62. Dat betekent dat uit het depot laatstgenoemd bedrag aan de ondernemer betaald dient te worden en het restant (€ 9.417,74) aan de verbruiker/aangeslotene.

Het dossier vermeldt niet of de verbruiker/aangeslotene het bedrag van de oorspronkelijke eindnota gas ad € 1.214,12 betaald heeft en ook niet of het eindbedrag van de gecorrigeerde nota gas ad € 57,52 credit aan de verbruiker/aangeslotene betaald is. De commissie gaat ervan uit dat partijen zulks onderling geregeld hebben, althans dat alsnog onderling zullen regelen.
In het dossier vindt de commissie een discussie terug over de vraag of de afrekening voor gas correct is. In die afrekening wordt geen verbruik berekend, maar wel de kosten van de aansluiting. Hoewel de verbruiker/aangeslotene geen gas (meer) afneemt, maar wel een aansluiting heeft, dient hij de kosten van die aansluiting te dragen. Ook in dat opzicht is de gecorrigeerde eindnota gas correct.,

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is, maar dat partijen een schikking hebben getroffen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie stelt vast dat behoudens na te noemen verdeling van het depotbedrag niets meer te beslissen valt.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 13.807,36 als volgt verrekend:
– aan het bedrijf wordt € 4.389,62 uitgekeerd; en
– aan de verbruiker/aangeslotene € 9.417,74.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer , de heer W.F. de Ruijter , leden, op 19 december 2024.

Opslaan als PDF