Commissie: Energie
Categorie: wijze van berekening kosten warmte verbruik
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
244997/ 253111
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over warmteverbruik terwijl zijn verwarming uit stond. Volgens hem ontstond dit sluipverbruik na een drukverhoging in het centrale systeem door de leverancier. De leverancier erkende dat er in 2023 sprake was van sluipverbruik door een fout in de installatie en bood daarvoor een vergoeding aan. Voor eerdere jaren kon de oorzaak niet worden vastgesteld en viel het vermoedelijke verbruik buiten de verantwoordelijkheid van de leverancier. De commissie vindt de aangeboden vergoeding voor 2023 redelijk en ziet geen bewijs voor fouten in eerdere jaren. Daarom is de klacht ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De vergoeding die de ondernemer aan de consument heeft voor sluipverbruik van warmte acht de commissie redelijk. Dat in eerdere jaren sprake is geweest van sluipverbruik heeft de commissie niet kunnen vaststellen.
Standpunt van de consument
Op 8 september 2022 heeft ondernemer, vanwege klachten van bewoners op hoger gelegen verdiepingen in het appartementsgebouw de druk in het centrale systeem opgehoogd. Sindsdien vindt stelselmatig sluipverbruik plaats, hetgeen inhoudt dat het warmteverbruik volgens de meter toeneemt terwijl de verwarming volledig uitstaat.
Op al de klachten kwam éénmaal reactie ondernemer, waarin werd aangegeven dat er inderdaad door ondernemer is vastgesteld dat sprake is van sluipverbruik en dat daar onderzoek naar wordt gedaan. Dit zou veroorzaakt zijn door een fout aan de zijde van ondernemer, namelijk vanwege “een te groot drukverschil in het distributiesysteem, dat ervoor zorgde dat de hoofdklep warmte doorliet”. Hierna niets meer vernomen – er is niet ingegaan op wanneer de kwestie zal worden opgelost, en er heeft nog altijd geen vergoeding van de door ondernemer veroorzaakte kosten voor dit sluipverbruik plaatsgevonden.
Standpunt van de ondernemer
Zoals door ondernemer in een eerdere fase door ondernemer werd aangegeven zou ondernemer een afspraak met consument inplannen om de aanwezige meter op het woonadres van consument handmatig uit te kunnen lezen om zodoende mogelijke op dat moment beschikbare meetdata te achterhalen en te analyseren. Dat heeft inmiddels plaatsgevonden op 24 april 2024. Naar aanleiding en op basis van de handmatige uitlezing van de meter op het woonadres van consument, is inmiddels terugkoppeling van nader onderzoek en analyse ontvangen. Uit de handmatige uitlezing van de meter is geconstateerd dat er bij consument over de jaren 2021, 2022 en 2023 inderdaad sprake is geweest van enige afwijkingen in het verbruik bij consument. Het betreft afwijkingen die kúnnen duiden op mogelijk enig sluipverbruik over de aangegeven jaren 2021, 2022 en 2023. De handmatige uitlezing van de meter laat de volgende afwijkingen zien: 2023 2.14GJ 2022 1.53GJ 2021 2.14GJ 3 Zoals eerder door ondernemer werd aangegeven is de geconstateerde zichtbare afwijking over 2023 reeds bestempeld als sluipverbruik en is dit sluipverbruik over 2023 toe te schrijven aan (verrichte aanpassingen ten aanzien van) een geconstateerde te hoge druk in de installatie. Hierbij is eerder al vanuit ondernemer aangegeven dat dit een instelling aan de (algemene) installatie betrof die vanuit ondernemer werd geïnitieerd en derhalve aan ondernemer valt toe te rekenen. Dit sluipverbruik mag ondernemer worden aangerekend en hiervoor is consument ook een compensatievergoeding aangeboden. Dit is evenwel anders met betrekking tot de geconstateerde afwijkingen over 2021 en 2022. Die afwijkingen zouden ook mogelijk kunnen worden gezien als sluipverbruik, echter, de oorzaak van die afwijkingen over 2021 en 2022 zijn naar alle waarschijnlijkheid toe te rekenen aan de werking van de binnenhuisinstallatie op het woonadres van consument. De werking van de binnenhuisinstallatie op het woonadres van consument valt niet onder de demarcatie en derhalve niet binnen de verantwoordelijkheid van ondernemer. De oorzaak hiervan is dus niet gelegen in een doorgevoerde aanpassing van de (algemene) installatie vanuit ondernemer. Gezien de omstandigheid dat de exacte oorzaak van het sluipverbruik over 2021 en 2022 niet (meer dan wel zeer lastig) exact kan worden vastgesteld, is het voorstel vanuit ondernemer – dus afgezien van de omstandigheid dat ondernemer van mening is dat dit sluipverbruik haar niet aan te rekenen valt – om de kosten van de geconstateerde afwijkingen over de jaren 2021 en 2022 (mogelijk te typeren als sluipverbruik) gezamenlijk met consument pondsgewijs te delen en derhalve te verdelen op basis 50/50-basis verdeling. Ondernemer is van mening dat zij hiermee een coulante en passende oplossing aan consument biedt ter afdoening van deze geschilklacht.
Oordeel van de commissie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft ook commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Het sluipverbruik in 2023 is, naar tussen partijen vaststaat veroorzaakt door een ingreep van de ondernemer en daardoor aan hem toe te rekenen. De commissie acht de door de ondernemer in dat verband aangeboden vergoeding niet onredelijk. Dat in eerdere jaren sprake is geweest van sluipverbruik heeft de commissie niet kunnen vaststellen. Het is niet aan de ondernemer of de commissie fluctuaties in het verbruik van de consument te verklaren. Voor zover deze veroorzaakt mochten worden door de binnen installatie Is het aan de consument deze te laten controleren. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 20 juni 2024.