Commissie:
Categorie: -
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1324281/1337773
De uitspraak:
Waar gaat de zaak over?
De oudercommissie (OC) diende een klacht in omdat een buitenschoolse opvanglocatie per 5 januari 2026 werd gesloten. De ondernemer maakte dit besluit op 18 december 2025 bekend aan ouders. De OC was hierover niet vooraf geïnformeerd en kreeg ook geen kans om advies te geven, terwijl dat volgens de Wet kinderopvang wel verplicht is.
De ondernemer gaf toe dat de communicatie niet goed is verlopen. Ook erkende de ondernemer dat de OC eerder betrokken had moeten worden bij het besluit. Volgens de ondernemer was er veel tijdsdruk en was het belangrijk om ouders en kinderen snel duidelijkheid te geven. De locatie is inmiddels gesloten en dat besluit kan niet meer worden teruggedraaid. Daarom wil de ondernemer vooral leren van deze situatie en betere afspraken maken voor de toekomst.
De commissie onderzocht of de ondernemer de OC de mogelijkheid heeft gegeven om haar wettelijke adviesrecht uit te oefenen. Daarbij stelde de commissie vast dat de OC pas werd geïnformeerd nadat het besluit al was genomen. Ook werd de mogelijke sluiting niet besproken tijdens een vergadering van de OC op 16 december 2025. De commissie oordeelde dat de ondernemer ernstig nalatig heeft gehandeld door de OC niet op tijd te betrekken. Daarom zijn de klachten over het adviesproces en de communicatie gegrond.
De commissie wees andere verzoeken van de OC af. De commissie mag namelijk geen waarschuwingen geven, geen oordeel geven over de geschiktheid van een andere opvanglocatie en geen toezicht houden op toekomstige maatregelen van de ondernemer.
De klacht van de OC is daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. Daarnaast moet de ondernemer het door de OC betaalde klachtengeld van € 25 binnen 14 dagen terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de totstandkoming van en communicatie over het besluit tot sluiting van een locatie.
Standpunt van de OC
Voor het standpunt van de OC verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft besloten om BSO-locatie [naam] per 5 januari 2026 te sluiten. Dit besluit is op 18 december 2025 aan de ouders gecommuniceerd. Zelfs op de OC-vergadering van 16 december 2025 heeft de ondernemer de OC hierover niet geïnformeerd. Het besluit is ook niet vooraf ter advisering aan de OC voorgelegd, wat in strijd is met de Wet kinderopvang.
De OC verzoekt de commissie om:
• Erkenning van procedurele tekortkoming
• Advies en waarschuwing aan de ondernemer
• Beoordeling van de alternatieve opvanglocatie
• Rapportage en follow-up
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ten tijde van de besluitvorming kende locatie [plaatsnaam] geen locatie-specifieke oudercommissieleden. Er was op dat moment wel sprake van een functionerende centrale OC.
Achteraf constateert de ondernemer dat de OC eerder en explicieter betrokken had kunnen worden bij het proces rondom deze wijziging. Met name gezien de impact en de korte tijdslijn had hierover zorgvuldig overleg kunnen plaatsvinden. Tegelijkertijd is het besluit genomen onder tijdsdruk, waarbij is gehandeld vanuit de verantwoordelijkheid van de houder om snel duidelijkheid te bieden aan de betrokken kinderen en ouders.
De sluiting heeft inmiddels begin januari 2026 plaatsgevonden en kan niet worden teruggedraaid. De inzet van de ondernemer is daarom gericht op het op zorgvuldige wijze afronden van deze kwestie en het trekken van lessen voor de toekomst. De ondernemer heeft de OC uitgenodigd om in gesprek te gaan om te bezien of deze kwestie in onderling overleg kan worden afgerond, waarbij afspraken kunnen worden gemaakt over toekomstige betrokkenheid, communicatie en besluitvorming bij wijzigingen met impact.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Toetsingskader
Op grond van artikel 1.60, eerste lid, sub c van de Wet kinderopvang dient de ondernemer de OC in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit met betrekking tot de openingstijden van de kinderopvang.
Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de ondernemer slechts van een door de OC uitgebracht advies afwijken indien hij schriftelijk en gemotiveerd aangeeft dat het belang van de kinderopvang zich tegen het advies verzet.
Bevindingen commissie
De kern van het geschil is niet gelegen in de inhoud van het besluit tot sluiting van de locatie, maar in de vraag of de ondernemer de OC in de gelegenheid heeft gesteld haar wettelijke adviesrecht uit te oefenen.
Vaststaat dat de ondernemer de OC op 18 december 2025 heeft geïnformeerd over het besluit de locatie met ingang van 5 januari 2026 te sluiten. Eveneens staat vast dat op 16 december 2025 nog een vergadering met de OC heeft plaatsgevonden, waarin de voorgenomen sluiting niet aan de orde is gesteld.
De ondernemer heeft erkend dat het gevolgde traject, en met name de communicatie richting de OC, niet zorgvuldig is verlopen. Daarbij heeft de ondernemer toegelicht dat tijdens de vergadering van 16 december 2025 nog geen definitief besluit was genomen en dat geen sprake is geweest van een bewuste keuze om de OC buiten het besluitvormingsproces te houden. De ondernemer heeft evenwel erkend dat de OC eerder bij het voorgenomen besluit had moeten worden betrokken.
De commissie stelt vast dat de ondernemer ernstig nalatig heeft gehandeld door de OC niet in staat te stellen haar wettelijk adviesrecht uit te oefenen. Daarmee heeft de ondernemer niet voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 1.60 van de Wet kinderopvang. Voor de ondernemer spreekt dat hij zich hiervan bewust is en dat hij voor de toekomst beterschap heeft beloofd. De klachten met betrekking tot het adviestraject en de communicatie zijn gegrond.
Daarnaast heeft de OC de commissie verzocht de ondernemer te adviseren of te waarschuwen, de geschiktheid van de nieuwe opvanglocatie te beoordelen en de ondernemer te verplichten tot rapportage en follow-up. De commissie overweegt dat haar taak beperkt is tot het beslechten van geschillen die aan haar worden voorgelegd. Het behoort niet tot haar bevoegdheid om de ondernemer aanwijzingen te geven over de toekomstige inrichting van de bedrijfsvoering, toezicht te houden op de uitvoering daarvan of de geschiktheid van een opvanglocatie te beoordelen buiten het kader van het voorliggende geschil.
Deze verzoeken van de OC moeten worden afgewezen.
Conclusie
De klacht van de OC is ten dele gegrond. Het door de OC betaalde klachtengeld dient door de ondernemer te worden vergoed.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klachten over het adviestraject en de communicatie gegrond;
– wijst de verzoeken zoals hierboven omschreven af;
– bepaalt dat de ondernemer het door de OC betaalde klachtengeld van € 25, — aan de OC dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.