Soepele hantering termijnen. Aanhangig maken klacht of indienen vragenformulier maatgevend voor driemaandentermijn?

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: AUT-D03/0336

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 12 oktober 2002 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte [merk en type] tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 14.974,–. De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 15 oktober 2002.   De consument heeft in november 2002 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op of omstreeks 16 oktober 2002 heeft consument bij de ondernemer een [merk en type] personenauto gekocht. Volgens een brochure die consument voor de aankoop onder ogen had gekregen zou deze auto veel extra opties bezitten. Deze opties zijn ook door de ondernemer in het verkoopgesprek bevestigd. Daarnaast stond ook de auto op het internet als zodanig aangeprijsd. De opties blijken echter niet aanwezig.   Zo zijn niet aanwezig: – De buitentemperatuurmeter; – De elektrische ramen achter; – De elektrische buitenspiegels; – De mistlampen; – De sportstoelen.   Daarnaast blijkt het navigatiesysteem dermate verouderd dat deze niet meer behoorlijk bruikbaar is. De leverancier van de software heeft consument meegedeeld dat er sinds maart 2001 geen updates meer van het betreffende systeem worden gemaakt. Consument vindt dat dergelijke informatie door de ondernemer als deskundige partij in casu aan consument had moeten worden meegedeeld.   Consument stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst aan de zijde van de ondernemer. Consument wil dan ook alsnog aanspraak maken op de ontbrekende opties dan wel, indien feitelijke levering van de opties onmogelijk is, aanspraak maken op een vermindering van de koopprijs.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De omschrijving van de auto heb ik ingezien toen ik de auto zag staan bij de dealer in de showroom. Deze omschrijving bevond zich in een map welke op een tafeltje lag. De omschrijving was gelijk aan die welke op internet stond, welke ik later heb geraadpleegd.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer kan erkennen aan consument te hebben verkocht een [merk en type] voor een bedrag van € 14.974,–. Van consument werd gekocht een [merk en type] met [het kenteken] voor een bedrag van € 649,–. Consument diende derhalve een bedrag van € 14.325,– bij te betalen.   De bovengenoemde koopovereenkomst kwam tot stand nadat consument het bedrijf van de ondernemer had bezocht. Consument heeft [merk en type] uitvoerig bekeken. Vervolgens heeft hij een proefrit gemaakt en is tot aankoop van het voertuig overgegaan.   Gezien het bovenstaande moge reeds duidelijk zijn dat consument zichzelf van de eigenschappen van [merk en type] had kunnen vergewissen. De door consument genoemde opties zijn immers allen direct visueel waarneembaar. Consument heeft dus gekocht wat hij heeft gezien. De verwijzing naar de internetsite van de ondernemer en/of de brochure doet daaraan niet af. Reeds om deze reden dient de vordering van consument te worden afgewezen.   Voorts – en voorzover nog relevant – merkt de ondernemer op zich niet te kunnen verenigen met de stelling van consument dat zijn verwijzigen naar de disclaimer geen soelaas biedt, omdat er een aantal verschillen tussen de advertentie en de feitelijke uitvoering van de auto zijn. Immers, juist om discussies als de onderhavige te voorkomen, is de disclamer toegevoegd.   Ook met betrekking tot het navigatiesysteem is de ondernemer van mening dat consument eenvoudig had kunnen waarnemen dat het een ouder systeem betrof. Voorts moet het voor consument duidelijk zijn geweest dat de leeftijd van het systeem gelijk is aan die van de auto. Ofwel dat het systeem drie jaar oud is. Consument mocht derhalve niet zonder meer er van uitgaan dat het navigatiesysteem up to date is. Nu consument hieromtrent ook geen vragen heeft gesteld, en hij derhalve zijn onderzoeksplicht heeft geschonden, kan niet gesteld worden dat de ondernemer toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst van oktober 2002. Ook op dit punt dient de vordering van consument te worden afgewezen.   Navraag heeft de ondernemer overigens geleerd dat er voor het navigatiesysteem een update te verkrijgen is. De kosten voor deze update (een cd-rom) bedragen € 159,– exclusief BTW. Consument kan het navigatiesysteem dus eenvoudig zelf actualiseren. Het leveren van een nieuw navigatiesysteem, al dan niet tegen een meerprijs, is dus niet noodzakelijk.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Naar het oordeel van de commissie is de omschrijving waaronder/waarmede de auto wordt aangeboden en zoals deze is vermeld op internet en in de omschrijving welke zich in de showroom bevond – hetgeen door de ondernemer onvoldoende is weersproken zodat dit als vaststaande wordt aangenomen – voor risico van de ondernemer. Hij dient voor die omschrijving in te staan en de aanwezigheid van een disclaimer – ter zake internet – doet daaraan niet af. Een eventuele onderzoeksplicht van de consument reikt niet zover dat dit controle van de omschrijving welke zijdens de ondernemer is geplaatst in zou moeten houden. Het voorgaande betekent derhalve dat de ondernemer aansprakelijk is voor de door de consument geleden schade nu deze niet de auto geleverd heeft gekregen in de uitvoering zoals hem deze is aangeboden, dat wil zeggen voorzien van de zaken welke de consument in zijn klacht heeft aangegeven. Daarnaast is de auto voorzien van een navigatiesysteem: dit dient adequaat te functioneren nu de auto hiermede is aangeboden. De schade die de consument lijdt ter zake het ontbreken c.q. disfunctioneren van het bovenstaande waardeert de commissie, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op € 2.500,–.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 2.500,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 115,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 330,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 2 februari 2004.