Student hoeft slechts één maand lesgeld te betalen na vroegtijdige beëindiging opleiding

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Financiële afwikkeling    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 276915/488084

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een student schreef zich in voor een opleiding Verzorgende IG, maar besloot na drie weken te stoppen vanwege persoonlijke omstandigheden. De onderwijsinstelling wilde 40% van het totale lesgeld van €4.900 in rekening brengen, wat neerkomt op €2.450. De student vond dit onterecht en diende een klacht in. De Geschillencommissie oordeelde dat er geen duidelijke afspraak was over deze annuleringsregeling en dat de wet bepaalt dat een consument altijd mag opzeggen zonder extra schadevergoeding. Daarom hoeft de student alleen te betalen voor de periode waarin hij daadwerkelijk stond ingeschreven, wat neerkomt op één maand lesgeld van €438. Alles wat hij meer heeft betaald moet binnen 30 dagen worden terugbetaald. Ook moet de instelling het klachtengeld van €107,50 vergoeden. Als de terugbetaling te laat komt, is wettelijke rente verschuldigd.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de financiële afhandeling van een tussentijds opgezegde studieovereenkomst.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Per 13 december 2023 ben ik begonnen met de opleiding Verzorgende IG, die de ondernemer aanbiedt.

Op 2 januari 2024 heb ik de ondernemer per e-mail laten weten dat ik wil stoppen met die opleiding. Ik had privé namelijk een aantal vervelende dingen meegemaakt en kon me niet meer concentreren. Ik ben per 2 januari 2024 uitgeschreven. Vanaf deze datum had ik geen toegang meer tot hun systemen en werd ik ook bij DUO uitgeschreven.

Conform haar algemene en betalingsvoorwaarden bracht de ondernemer annuleringskosten in rekening. Deze zien er als volgt uit: 40% van de studiekosten van € 4.900, — oftewel € 2.450, –.

Ik wil de algemene voorwaarden vernietigen en vind dat ik alleen annuleringskosten en materiaalkosten moet betalen.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van het recht haar verweer in te dienen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit dossier is niet gebleken dat de consument contractueel gebonden was aan de regeling om bij tussentijdse beëindiging veertig procent van de opleidingskosten te betalen. Daarnaast is het bovendien de vraag of een consument aan zo’n regeling zou zijn gebonden als die wel was afgesproken.

Artikel 7:408 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt namelijk dat “de opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst (kan) opzeggen.” Ingevolge artikel 7:413 lid 2 BW kan van deze bepaling niet ten nadele van een consument worden afgeweken. Uit artikel 7:408 lid 3 BW volgt dat een consument, “onverminderd artikel 406, ter zake van een opzegging geen schadevergoeding verschuldigd is”. Ingevolge artikel 7:413 lid 1 BW kan hiervan jegens een consument niet worden afgeweken.

Dit betekent dat de consument alleen hoeft te betalen voor de periode dat de opleidingsovereenkomst van kracht was. Door het ontbreken van verweer van de zijde van de ondernemer is niet geheel duidelijk hoe lang dit heeft geduurd. Volgens de consument gaat het slechts om een periode van een week of drie. Bij gebrek aan specifieke informatie houdt de commissie een periode van één maand aan. Op het inschrijvingsformulier dat de consument heeft geüpload staat dat de ondernemer maandelijks rond de 27ste € 438,– incasseert vanaf de eerste maand waarin de opleiding start. Hierdoor bepaalt de commissie dat de consument aan de ondernemer niet meer dan € 438,– hoeft te betalen. Wat hij meer heeft betaald aan kosten (incl. bijkomende kosten) moet aan hem worden terugbetaald.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument is aan de ondernemer ter zake van de opleiding een bedrag van € 438,– verschuldigd.

Wat de consument meer heeft betaald aan kosten (inclusief bijkomende kosten) moet aan hem worden terugbetaald binnen 30 dagen na de datum van verzending van dit bindend advies.

Als de ondernemer hier niet tijdig aan voldoet is de wettelijke rente over dit bedrag verschuldigd vanaf het tijdstip van verzending van dit advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 107,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C. Broers, mevrouw mr. R. Jelicic, leden, op 6 november 2024.

Opslaan als PDF