Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen
Categorie: Annulering / Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
811350/1003378
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De student meldde zich aan voor een opleiding, maar gaf tijdens het intakegesprek aan dat hij de studie niet kon volgen vanwege tijdgebrek en taalproblemen. De medewerker van de opleiding zei dat zij de uitschrijving zou regelen, waardoor de student ervan uitging dat dit kosteloos was. Toch ontving hij later een factuur van € 1.450 aan annuleringskosten, terwijl hij nooit met de opleiding was gestart, geen lesmateriaal had ontvangen en niet aan de introductiedag had deelgenomen. De ondernemer voerde geen verweer en verscheen niet op de zitting, waardoor de commissie het verhaal van de student als vaststaand aanneemt. De ondernemer moet daarom het betaalde bedrag van € 433 terugbetalen, mag geen verdere kosten rekenen en moet ook het klachtengeld van € 107,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een rond 17 augustus 2024 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verzorgen van een eenjarige opleiding [naam opleiding] voor de som van € 2.900,-.
De student heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de student
Voor het standpunt van de student verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Rond 17 augustus 2024 heb ik mij bij de ondernemer aangemeld voor de opleiding [naam]. Op 11 september 2024 had ik een intakegesprek met [naam]. Tijdens dit gesprek heb ik aangegeven dat ik de opleiding niet zou gaan volgen in verband met tijd en ook in verband met taal zou de opleiding voor mij niet haalbaar zijn. Dat heb ik na de intake ook op 24 september 2024 telefonisch besproken met [naam]. Zij heeft toen gezegd dat ze het in orde ging maken. Ik ging er hierna dan ook vanuit -en mocht dat ook doen- dat alles (kosteloos) was geregeld.
Op 15 oktober 2024 heb ik contact gehad met de studentenadministratie omdat ik veel e-mails kreeg en er vanuit ging dat de uitschrijving was geregeld. Door de studentenadministratie is een verslag gestuurd van mijn intakegesprek en een rekening. Dat laatste verbaasde me want ik had tijdens het intakegesprek aangegeven dat de opleiding door tijd en in verband met de taal niet zou volgen. Ik spreek Nederlands, maar niet vloeiend en Nederlands is niet mijn moedertaal. Door de ondernemer zijn dan ook de vragen op het intakeformulier ingevuld en niet door mij. Ik heb dat formulier ook niet ondertekend na het gesprek. Dat gesprek kan daarom ook niet gelden als overeenkomst.
Op grond van de wet kan ik altijd stoppen met een opleiding en dan hoef ik alleen maar de kosten te betalen die de ondernemer heeft gemaakt voordat ik stopte.
Er wordt 50% van de opleidingskosten aan annuleringskosten gevraagd: € 1.450,-. Dat klopt niet. Ik ben niet gestart met de opleiding. Ik heb geen lesmateriaal ontvangen en ik heb niet deelgenomen aan de introductiedag. Ik stel mij op het standpunt dat de ondernemer geen kosten heeft gemaakt. Daarom moet de gestuurde rekening vervallen.
De actuele stand van zaken is dat ik een bedrag van € 433,- heb betaald.
De student verlangt restitutie van een bedrag van € 433,- en een verklaring dat hij niets meer is verschuldigd aan de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Hoewel daartoe uitgenodigd heeft de ondernemer aan de commissie niet laten weten op welk standpunt zij zich stelt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De klacht is niet althans onvoldoende weersproken nu de ondernemer niet aan de commissie heeft laten weten op welk standpunt zij zich stelt en zij niet ter zitting aanwezig was, zodat de klacht vaststaat.
Dit betekent dat de student zich terecht op het standpunt stelt dat zijn aanmelding voor de opleiding [naam opleiding] is geannuleerd en dat hem geen (annulerings)kosten in rekening zouden worden gebracht. Nu de ondernemer inmiddels een bedrag van € 433,- heeft ontvangen dient dat bedrag te worden terugbetaald aan de student. Het betekent ook dat de student niets meer is verschuldigd aan de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de student een vergoeding van € 433,-. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
De student is niets meer verschuldigd aan de ondernemer.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 107,50 aan de student te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer mr. J.A. Frederik, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 2 mei 2025.