Tariefswijziging mag niet met terugwerkende kracht worden doorgevoerd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: grondslag en/of hoogte tarief    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 158768/169313

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht gaat over een tariefswijziging door de aanbieder. De aanbieder heeft een tariefswijziging met terugwerkende kracht laten ingaan, terwijl dit volgens de consument niet mogelijk is. De ondernemer voert aan dat de tariefswijziging in overeenstemming met de Warmtewet is aangekondigd. De commissie oordeelt dat het verweer van de ondernemer zich niet verenigt met de consumentenbescherming. Een tariefswijziging kan pas na een termijn van 30 dagen ingaan. De klacht is gegrond.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of tariefverhoging met terugwerkende kracht mogelijk is.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft zijn tariefverhoging niet op juiste wijze doorgevoerd. Tariefverhoging dient vooraf bekend te zijn en kan nimmer met terugwerkende kracht zoals de ondernemer dit wel heeft gedaan.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Artikel 2 lid 5 van de Warmtewet bepaalt (onder andere) dat een ondernemer zijn verbruikers op toereikende wijze in kennis stelt van elke wijziging van de prijzen voor de levering van warmte. De consument geeft aan dat het in kennis stellen niet toereikend kan zijn gezien het feit dat de tarieven, die bekend zijn gemaakt op 3 februari 2022, met terugwerkende kracht per 1 januari 2022 in werking zijn getreden. Met andere woorden koppelt de consument “toereikende wijze” aan het met terugwerkende kracht in werking treden van de tarieven. De ondernemer publiceert de tariefwijziging jaarlijks op zijn website en heeft de verbruikers per e-mail d.d. 3 februari 2022 individueel geïnformeerd over de nieuwe tarieven. Het individueel aanschrijven en publicatie op de website betreft een toereikende in kennis stelling van de betreffende wijziging. Dat die tarieven met terugwerkende kracht in werking treden heeft naar de mening van de ondernemer geen invloed op de toereikendheid van de in kennis stelling. De ondernemer kan het standpunt van de consument niet volgen in deze. Dat de bekendmaking van tariefwijzigingen persoonlijk of algemeen op de website plaats kan vinden hebben partijen overigens ook contactueel met elkaar afgesproken. Uit artikel 23 lid 3 van de Algemene Voorwaarden volgt dat.

De tarieven die een leverancier ten hoogste in rekening mag brengen liggen wettelijk vast zoals volgt uit artikel 2 lid 3 van de Warmtewet. De maximumprijs voor de levering van warmte worden volgens artikel 5 lid 1 van de Warmtewet vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) en worden jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant. Hetzelfde geldt voor de overige tarieven die door de ondernemer in rekening worden gebracht zoals de vaste kosten voor de meterhuur en afgifteset (artikel 8 Warmtewet), ook hiervan worden de maximale tarieven vastgesteld door de ACM. In de Warmtewet en/of onderliggende regelgeving is niet vastgelegd voor wanneer een leverancier de jaarlijkse tarieven moet hebben vastgesteld. Dit is contractueel geregeld.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft, ook ter zitting, een beroep gedaan op artikel 3d lid 2 Warmteregeling, waarin staat Indien een leverancier de prijs waarvoor geleverd wordt, bedoeld in artikel 5c, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wijzigt, informeert hij de verbruiker hier uiterlijk 1 maand voordat de tariefwijziging wordt geëffectueerd persoonlijk en schriftelijk over.

Artikel 5c Warmtebesluit verwijst naar artikel 5a lid 1 Warmtewet. Dat artikel ziet op een aanbod van een ondernemer dat afwijkt van de vastgestelde maximumprijs. In het kader van een dergelijk aanbod dient transparantie aan de consument gegeven te worden voor de situatie dat hij wel de maximumprijs zou willen laten toepassen op de te sluiten overeenkomst. De toelichting op dit artikel is te vinden in de kamerstukken (2e kamer 2016-2017, 34723 nr. 3), waarin het volgende staat:

Met het voorgestelde artikel 5a wordt het voor leveranciers mogelijk gemaakt verbruikers tarieven aan te bieden voor levering van warmte die afwijken van het maximumtarief, bedoeld in artikel 5. Minimumeis is dat een verbruiker bij een aanbod ten minste een tarief kan kiezen dat niet hoger is dan dat maximumtarief, dat op grond van artikel 5, eerste lid door de ACM is vastgesteld en gepubliceerd. Op basis van het aanbod moet het voor een verbruiker voldoende duidelijk zijn wat de gevolgen zijn van de keuze voor een afwijkend tarief en of een afwijkend tarief voor hem aantrekkelijker is dan het maximumtarief. Derhalve kunnen op grond van het tweede lid van artikel 5a nadere regels worden gesteld aan het aanbod.

Uit het voorgaande volgt, nu bij de aanvang van de tussen partijen gesloten overeenkomst geen sprake is geweest van een aanbod als bedoeld in artikel 5a lid 1 Warmtewet, de consument geen beroep toekomt op artikel 3d lid 2 Warmteregeling.

Vervolgens is de vraag of de ondernemer met terugwerkende kracht een tariefwijziging kan invoeren. Over dat onderwerp heeft de ACM op 27 september 2022 een openbare brief geschreven dat bij tariefwijzigingen een termijn van 30 dagen gehanteerd dient te worden. Die brief is gebaseerd op uitgangspunten van consumentenbescherming. Een consument dient voorafgaande aan een wijziging zich de gevolgen daarvan te kunnen realiseren, zodat hij desgewenst maatregelen kan nemen, zoals opzegging van de overeenkomst. Weliswaar ziet die brief vooral op gas en elektriciteit, maar dezelfde uitgangspunten van consumentenbescherming zijn van toepassing op andere vormen van geleverde energie, zoals warmte.

De commissie conformeert zich aan het standpunt van de ACM, nu zij de uitgangspunten van consumentenbescherming onderschrijft. Overigens heeft de commissie inzake gas en elektriciteit eenzelfde standpunt ingenomen, waarnaar de ACM verwijst.

De ondernemer heeft nog betoogd dat voor warmte een afwijkend systeem geldt, mede omdat de ACM pas aan het eind van 2021 de maximumtarieven heeft vastgesteld, terwijl eerst daarna de ondernemer in staat is zijn tarieven te bepalen. Dan kan niet eerder dan in het begin van 2022, derhalve met terugwerkende kracht naar 1 januari 2022, door de ondernemer zijn tarieven bepaald worden. De commissie volgt dat betoog niet. Niet valt in te zien waarom de ondernemer eerst de maximumtarieven dient te kennen voordat hij zijn tarieven bepaalt. Weliswaar is een dergelijke handelwijze gedurende vele jaren usance geweest, maar dat doet er niet aan af dat een en ander zich niet verdraagt met het hiervoor geformuleerde punt van consumentenbescherming. Hoewel juist is dat een consument aan wie warmte geleverd wordt, niet de mogelijkheid heeft van leverancier te wisselen, zoals bij gas en elektriciteit, heeft hij de mogelijkheid de leverantie te schorsen of te beëindigen. Die tijdige keuze wordt hem onthouden indien hij niet voorafgaande aan de tariefwijziging over die wijziging geïnformeerd wordt. Voorts is geenszins duidelijk waarom de tariefwijziging per 1 januari 2022 dient plaats te vinden. Niets staat eraan in de weg om de tariefwijziging
30 dagen na aankondiging te laten ingaan.

De commissie komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat de tariefwijziging, zoals aan consument bericht op 3 februari 2022, eerst 30 dagen daarna kan ingaan. Het tarief van voor 1 januari 2022 blijft dan ook van kracht tot de 30-dagen termijn voorbij zijn. Met het voorgaande is afgewezen het standpunt dat een nieuwe aanzegging dient plaats te vinden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De door de consument gevorderde kostenvergoeding wordt afgewezen op grond van artikel 23 van het reglement. Van een bijzonder geval als in dat artikel bedoeld, is geen sprake.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient de door hem op 3 februari 2022 aan de consument medegedeelde tariefwijziging niet op 1 januari 2022 te laten ingaan, maar eerst 30 dagen na 3 februari 2022.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer en de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 25 oktober 2022.