Commissie: Energie
Categorie: Bevoegdheid/ overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
938466/1119339
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een verhoging van de in- en verkoopvergoeding met 25% binnen zijn dynamisch energiecontract en vroeg om onderbouwing van de tariefwijziging. De ondernemer stelde dat de verhoging contractueel toegestaan is en onder toezicht staat van een toezichthoudende instantie. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de tariefwijziging binnen de contractuele afspraken valt, dat marktgevoelige informatie niet gedeeld hoeft te worden, en dat de verhoging niet apert onredelijk is. Ook een discussie over de term “vergoeding” achtte de commissie niet relevant. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument met een dynamisch energiecontract klaagt o.a. over de verhoging van de in-en verkoopvergoeding met 25%. Ondernemer voert verweer dat dit contractueel is toegestaan, de [bedrijf] dit contractmodel heeft goedgekeurd en de wijziging van tarieven onder toezicht staat van de [bedrijf].
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft een dynamisch energiecontract bij ondernemer en heeft geklaagd bij ondernemer dat hij de verhoging van de in-en verkoopvergoeding met 25% niet proportioneel vindt.
Hij heeft ondernemer verzocht om een onderbouwing van [energieleverancier] wat binnen de wettelijke kaders de maximale verhoging mag zijn voor in- en verkoopvergoeding bij een dynamisch energiecontract;
Hij heeft ondernemer verzocht om een onderbouwing van de doorgevoerde verhoging van de in- en verkoopvergoeding van € 0,02534 naar € 0,03142;
Hij vindt de term vergoeding misleidend.
De ondernemer heeft op alle punten verweer gevoerd en geconcludeerd dat de klachten ongegrond zijn. Evenwel heeft ondernemer tot afwikkeling van de klacht bij wijze van minnelijke regeling een coulancevergoeding van € 100,– aangeboden + vergoeding van het klachtengeld, wanneer consument de procedure bij de Geschillencommissie voor de zitting zou intrekken.
De commissie wijst de verzoeken van consument tot onderbouwing door ondernemer van zowel de maximaal mogelijke wettelijke verhogingen, als de feitelijk doorgevoerde verhogingen af, omdat sprake is van een dynamisch contract, wijziging van de tarieven door de ondernemer contractueel is overeengekomen, de [bedrijf] bij uitstek bevoegd en in staat is om toezicht op de tarieven van de ondernemer uit te oefenen, te meer omdat ook de [bedrijf] kan beschikken over de marktgevoelige informatie, die ten grondslag ligt aan de tariefwijziging, welke informatie de ondernemer niet met consumenten of derden als de Geschillencommissie hoeft te delen. Voor de commissie is niet komen vast te staan dat de omstreden tariefverhogingen apert onredelijk zijn.
De commissie benoemt verder dat voor een definitie discussie over het woord “vergoeding”, nu dat is opgenomen in zowel de afrekening als het contract zelf (welk contract onder toezicht staat van de [bedrijf]) geen plaats is bij de Geschillencommissie
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 16 juli 2025.