Commissie: Water
Categorie: tarieven
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
975229/1005192
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een factuur van € 2.834 voor de verplaatsing van een drinkwateraansluiting, terwijl zij in 2024 akkoord was gegaan met een offerte van € 2.180. Door vertraging werd het werk pas in 2025 uitgevoerd en gold het nieuwe tarief. De Geschillencommissie Water oordeelde dat het tarief van het uitvoeringsjaar van toepassing is en dat de verhoging niet buitensporig is, mede door overheidstoezicht. Hoewel de ondernemer de consument beter had kunnen informeren, werd de klacht ongegrond verklaard. Het volledige depotbedrag ging naar de ondernemer.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over een te hoge tariefstijging. De commissie wijst dat, marginaal oordelend, af, mede vanwege het overheidstoezicht op tariefvaststelling
Beoordeling
De consument beklaagt zich over de hoogte van de factuur betreffende de verplaatsing van de drinkwateraansluiting. De consument heeft bij de ondernemer een aanvraag ingediend om verplaatsing van de vaste aansluiting van drinkwater. In juli 2024 ontving de consument hiervoor een offerte ad € 2.180,–. Hiervoor heeft zij haar akkoord gegeven. Door lange wachttijden bij de ondernemer en de aannemer werden de werkzaamheden pas in februari 2025 uitgevoerd, in plaats van eind 2024 zoals oorspronkelijk gepland. De consument ontving hiervoor een factuur van € 2.834,–. Dit is een onredelijk hoge verhoging van 30%. De ondernemer heeft niet gecommuniceerd over deze prijsverhoging. De nieuwe tarieven zijn onterecht toegepast omdat de consument direct in 2024 haar akkoord heeft gegeven op de offerte. De vertraging ligt bij de ondernemer en niet bij de consument. Zij vindt het onredelijk dat zij extra moet betalen vanwege de lange wachttijd waarop zij geen invloed had. Sprake is van inconsistentie met andere nutsvoorzieningen. Tegelijkertijd met deze werkzaamheden zijn ook de gas- en elektriciteitsmeters verplaatst door dezelfde aannemer, waarbij de offerteprijs wél werd gehonoreerd. De consument verzoekt aanpassing van de factuur tot het oorspronkelijke bedrag van € 2.180,-. De ondernemer heeft het volgende aangevoerd. Op grond van de toepasselijke Algemene Voorwaarden is de consument gehouden de kosten van de, in dit geval, verplaatsing van haar aansluiting te vergoeden. De kosten zijn opgenomen in de tarievenregeling. In 2024 waren de kosten voor het aanbrengen van een, in dit geval, nieuwe aansluiting €2.180,- incl btw, zoals ook vermeld op de orderbevestiging en de factuur. In 2025 bedroeg dit vastgestelde bedrag € 2.834,- incl btw. Het gehanteerde tarief is een standaardtarief, een zogenaamd ‘postzegeltarief’, wat inhoudt dat het een gemiddelde is van de kosten die normaal met dit soort werkzaamheden gepaard gaan. In sommige gevallen zullen de daadwerkelijke kosten lager uitvallen, in sommige gevallen ook hoger. De consument is het standaardtarief in rekening gebracht en de kosten zijn ook daadwerkelijk gemaakt. Door een tekort aan menskracht voor het uitvoeren van dit soort werkzaamheden is het werk in 2025 uitgevoerd. De ondernemer verzoekt de klacht ongegrond te verklaren.
Ter zitting voerde de ondernemer nog aan dat de forse stijging komt door een inhaalslag. Het in 2024 gehanteerde tarief was niet kostendekkend en dat is in hoge mate ingehaald door het in 2025 gehanteerde tarief.
De commissie overweegt dat de ondernemer, zoals op zijn orderbevestiging van 17 juli 2024 vermeldt, het tarief hanteert van het jaar van uitvoering. De consument heeft dat aanvaard (zij had binnen een bepaalde tijd op- of aanmerkingen kunnen maken), zodat die afspraak onderdeel van de overeenkomst tussen partijen is. De uitvoering heeft in 2025 plaatsgevonden, zodat het tarief van 2025 aan de consument berekend mocht worden.
Ter zitting is nog aan de orde geweest of de hoogte van het standaardtarief in 2025 redelijk is. De commissie heeft in diverse eerdere beslissingen uitgemaakt dat de gehanteerde tariefstijging een marginale toetsing kan doorstaan (zie bijvoorbeeld de door de ondernemer overgelegde uitspraak met nummer 222833/233943). Immers, uitgangspunt is dat de commissie niet bevoegd is een tariefhoogte te beoordelen, tenzij deze buitensporig is. In die eerdere beslissingen is uitgemaakt dat mede door het toezicht op tarieven van overheidswege er geen aanleiding is, marginaal oordelend, een tarief als het onderhavige af te wijzen of te matigen. Voor een wat uitvoeriger onderbouwing van een vergelijkbare zaak verwijst de commissie naar haar uitspraak onder nummer 254194/312523 (te raadplegen op de website van de commissie onder uitspraken en analyses). Daarmee staat voldoende vast dat het tarief niet excessief is. Dat tegelijkertijd met deze werkzaamheden ook de gas- en elektriciteitsmeters door de netbeheerder zijn verplaatst door dezelfde aannemer, waarbij de aanvankelijke prijs wel werd gehonoreerd, maakt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, dit niet anders. De klacht wordt dan ook afgewezen.
De commissie overweegt ten overvloede, eveneens onder verwijzing naar eerdere, recente, uitspraken dat de ondernemer er verstandig aan had gedaan zich, naast de publicatie van zijn tarieven voor het volgend jaar op zijn website, communicatiever op te stellen. De commissie doelt erop dat de ondernemer na vaststelling van deze forse tariefstijging (in november 2024) de consument daarop had kunnen wijzen en haar wellicht de mogelijkheid had kunnen bieden haar opdracht te annuleren, al dan niet met een kostenvergoeding.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 2834,00
Depotverrekening, bedrag aan consument € 0
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer mr. J.H. Willems, leden, op 13 juni 2025.