Tariefverhoging; persoonlijke kennisgeving + mogelijkheid opzeggen overeenkomst – 1

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE07-1333

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil betreft de eindafrekening levering elektriciteit over de periode van 1 april 2006 tot en met 13 februari 2007.   De consument heeft op 1 februari 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.    De consument stelt dat de ondernemer een hogere prijs voor de geleverde elektriciteit rekent dan afgesproken, ondermeer door de inclusief BTW prijzen nu als exclusief BTW in rekening te brengen, dat de ondernemer herhaaldelijk verzuimt om tijdig en juist te informeren over voorgenomen aanpassingen van tarieven en dat de ondernemer niet adequaat reageert op de klachten van de consument.   De consument verlangt een herberekening van de eindafrekening in geschil naar de tarieven inclusief BTW zoals afgesproken, te weten € 0,0849 en € 0,0455 voor resp. hoog en laag tarief. Vergoeding van gemaakte kosten en betaald klachtengeld van in totaal € 175,– en een vergoeding voor immateriële schade van in totaal € 250,–.   De ondernemer heeft bij brief van 10 augustus 2007 – dus na indienen van de klacht – een voorstel gedaan tot schikking door alsnog het lagere tarief te rekenen over periode 1/1/07 tot en met 13/2/07 en vergoeding van klachtengeld aan te bieden. De consument is hiermee niet akkoord gegaan.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Op of omstreeks 1 februari 2007 heeft de ondernemer een tariefsverhoging bekend gemaakt welke geldt vanaf 1 januari 2007. De consument vindt het niet correct dat de ondernemer na aanvang van het nieuwe jaar een tariefsverhoging bekend maakt welke terugwerkt en zo de consument te laat de mogelijkheid wordt geboden de leveringsovereenkomst met de ondernemer te beëindigen. De consument verlangt een herberekening van de eindafrekening over de periode van 1 april 2006 tot en met 13 februari 2007 op basis van het tarief van € 0,0849 en € 0,0455 inclusief BTW voor verbruik tegen respectievelijk hoog en laag tarief. De vordering tot vergoeding van € 250,– ziet volgens de consument niet op werkelijk geleden immateriële schade maar meer op een soort boete voor de ondernemer in verband met het onrechtmatige handelen van de ondernemer.   Standpunt van de ondernemer   Ter zitting heeft de ondernemer – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De ondernemer is van mening dat artikel 19, lid 2 van de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden, zoals deze thans luiden, toestaan dat de tarieven na aanvang van het nieuwe jaar gewijzigd worden. De ondernemer vindt dat het nieuwe tarief dus vanaf 1 januari 2007 ook voor de consument geldt. Wel erkent de ondernemer dat in de brief van 14 februari 2006 aan de consument is medegedeeld dat de tarieven voor 2007 € 0,0849 (piektarief) en € 0,0455 (daltarief) inclusief BTW zijn. Ook erkent de ondernemer dat de klachten van de consument niet adequaat zijn behandeld.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Tussen partijen staat als gesteld en erkend, althans niet of onvoldoende weersproken, voor zover thans van belang, het navolgende vast.

De ondernemer heeft de consument voor het jaar 2006 een tarief voor de levering van elektriciteit toegezegd van € 0,0849 en € 0,0455 per KWH voor respectievelijk piek- en daluren. Beide bedragen zijn aangeduid als bedragen inclusief BTW. Door in de eindafrekening over de periode van 1 april 2006 tot en met 31 december 2006 een tarief van € 0,0849 en € 0,0455 exclusief BTW in rekening te brengen is de ondernemer jegens de consument toerekenbaar tekort gekomen in de nakoming van de leveringsovereenkomst.   Op of omstreeks 1 februari 2007 maakt de ondernemer aan de consument bekend de tarieven per 1 januari 2007, dus met terugwerkende kracht, te verhogen. Artikel 19 van de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden luiden blijkens de publicatie op de internetsite van de ondernemer per heden als volgt:   “Artikel 19 Wijziging van de voorwaarden en de tarieven 19.1 Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, kunnen de voorwaarden en de tarieven door de leverancier worden gewijzigd. Wijzigingen van de voorwaarden worden tenminste 10 kalenderdagen vóór inwerkingtreding bekend gemaakt. Tariefswijzigingen worden uiterlijk op de dag van inwerkingtreding bekend gemaakt. Wijzigingen treden in werking op de in de bekendmaking vermelde datum. 19.2 Bekendmaking vindt plaats door middel van een persoonlijke kennisgeving of door middel van een algemene kennisgeving op de internetsite van de leverancier of in één of meer binnen Nederland verspreide dag- of weekbladen, met dien verstande dat ingeval van een tariefstijging altijd uiterlijk binnen één maand na inwerkingtreding van de stijging een persoonlijke kennisgeving plaatsvindt. In de kennisgeving wijst de leverancier de contractant op de mogelijkheid de overeenkomst op te zeggen. 19.3 Wijzigingen gelden ook ten aanzien van reeds bestaande leveringsovereenkomsten, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. “   Ingevolge artikellid 19.1 van de op de tussen partijen bestaande leveringsovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden heeft de ondernemer de bevoegdheid om een tariefswijziging door te voeren per de datum van bekendmaking. Ingevolge artikel 19.2 van de algemene voorwaarden kan bekendmaking in de zin van het vorige artikel onder meer plaatsvinden door een algemene kennisgeving op de internetsite van de ondernemer gevolgd door een persoonlijke kennisgeving uiterlijk binnen één maand na inwerkingtreding. Van deze mogelijkheid heeft de ondernemer in het voorliggende geval gebruik gemaakt.   De commissie is evenwel van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengt dat een verhoging van een tarief niet eerder doorgevoerd mag worden dan nadat de consument middels een persoonlijke kennisgeving in de gelegenheid is gesteld de leveringsovereenkomst op te zeggen tegen een zodanig tijdstip dat de verhoging niet voor hem geldt. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat de ondernemer het tarief van 2006 ook dient te hanteren tot de datum van beëindiging van de leveringsovereenkomst tussen partijen. Ook op dit punt is de klacht van de consument derhalve gegrond.   De ondernemer heeft niet adequaat gereageerd op de klachten van de consument zodat ook op dit punt de klacht van de consument gegrond is.   Gelet op de aard van de fouten aan de zijde van de ondernemer, de tijd en kosten die de consument heeft moeten besteden en het daardoor aan de zijde van de consument veroorzaakte ongemak acht de commissie een vergoeding door de ondernemer aan de consument ter grootte van € 100,– redelijk en billijk. Het reglement van de commissie biedt geen grond voor het opleggen van een boete als door de consument wordt verlangd, zodat dit verzoek van de consument wordt afgewezen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De klacht van de consument is gegrond.   De commissie gelast de ondernemer de eindafrekening elektriciteit van 20 maart 2007 te crediteren en een nieuwe eindafrekening elektriciteit op te maken over de periode van 1 april 2006 tot en met 13 februari 2007 op basis van een piektarief van € 0,0849 per KWh inclusief BTW en van een daltarief van € 0,0455 per KWh inclusief BTW.   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 100,–.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Creditering, opmaak van een nieuwe eindafrekening en betaling dienen plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.   Wijst het meer of anders gevorderde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 9 november 2007.