Tarieven warmte zijn duidelijk en transparant, ook mag ondernemer voorwaarden eenzijdig wijzigen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 46932/46934

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Het geschil gaat over de gehanteerde tarieven voor de levering van warmte en warm tapwater, de duidelijkheid van de facturen en de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De consument is het niet eens met de prijzen en met de eenzijdige wijzing van de algemene voorwaarden. De ondernemer stelt dat er juiste prijzen zijn gebruikt en dat deze volgens de wet correct zijn. Volgens de ondernemer zijn de facturen duidelijk en begrijpelijk, aangezien er een duidelijke uitleg aanwezig is en er op de website een aanvullende uitleg te vinden is. Daarnaast stelt de ondernemer dat hij het recht heeft om de aanvullende voorwaarden te wijzigen. De commissie oordeelt dat ondernemer de voorwaarden inderdaad kan wijzigen, dit is niet onredelijk. De commissie geeft daarnaast aan dat de door de ondernemer gehanteerde prijzen wel duidelijk en transparant zijn aangezien deze voldoende worden toegelicht. Ook oordeelt de commissie dat de prijzen voldoen aan door de wet gestelde eisen en de besluiten van de ACM. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de gehanteerde tarieven voor de levering van warmte en warm tapwater, de inzichtelijkheid van de facturen en de toepasselijke algemene voorwaarden

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument stelt dat de facturen van de ondernemer terzake van de levering van warmte en warm tapwater niet inzichtelijk, niet eenduidig en niet transparant zijn. Zij betwist de kosten voor de afleverset en wenst daarover opheldering te krijgen. Volgens het Tariefadvies van EnergieNed dienen de water gerelateerde posten een lager Btw-tarief te hebben.

De consument is het verder niet eens met de eenzijdige wijziging van de Algemene Voorwaarden per 1 augustus 2019. Zij heeft na het bericht van ondernemer van de overgang van [naam voorgaande leverancier] naar de ondernemer per 1 mei 2017 nimmer duidelijkheid gekregen van de ondernemer dat er andere Algemene Voorwaarden gelden dan voorheen. Zij wenst verder uitsluitsel te verkrijgen over de vraag of de bedingen die de ondernemer in de Algemene Voorwaarden wijzigt niet kernbedingen bevatten en/of oneerlijk zijn dan wel kennelijk onredelijk.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer stelt dat de overname van het contract tussen de consument en [naam voorgaande leverancier] per 1 mei 2017 door middel van meerdere brieven is gecommuniceerd en ook rechtsgeldig is.
De ondernemer betwist verder dat er onjuiste Btw-tarieven zijn gehanteerd. Volgens een besluit van de belastingdienst geldt het lage BTW-tarief van 6 respectievelijk 9% alleen voor de verwarming en levering van tapwater. Voor de afleverset en de comfortverhoging naar CW-klasse 5 of CW-klasse 6 geldt het Btw-tarief van 21%.

Ook overigens zijn de in rekening gebrachte tarieven conform de Warmtewet. De ondernemer brengt de tarieven in rekening zoals gepubliceerd in het tarievenblad. Deze voldoen aan de gereguleerde tarieven. Het maximumtarief van de afleverset was tot 2020 nog niet geregeld in de Warmtewet, maar was alle jaren wel beduidend lager dan de richtlijn voor een redelijk tarief van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De tariefcomponenten zoals opgenomen in de facturen zijn terug te vinden in het tarievenblad en zijn duidelijk te herleiden. Op de site van de ondernemer staat verder nog aanvullende uitleg. De ondernemer betwist derhalve het standpunt van de consument dat de facturen niet duidelijk en onbegrijpelijk zouden zijn.
De consument is in 2019 ook nog thuis bezocht. Toen zijn op alle vragen antwoorden gegeven.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt vast dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat de levering van warmte en het contract tussen de consument en [naam voorgaande leverancier] per 1 mei 2017 is overgenomen door de ondernemer. Uit de aan de consument terzake van die overgang in april 2017 verstuurde brieven blijkt dat dit is gebeurd door middel van een overname door de ondernemer van de aandelen in [naam voorgaande leverancier] Warmte. In die brieven is verder uitgelegd dat deze overname geen gevolgen heeft voor het leveringscontract en dat de daarin gemaakte afspraken gehandhaafd zullen blijven.
De commissie is dan ook van oordeel dat genoegzaam vaststaat dat het leveringscontract tussen de consument en de rechtsvoorganger van de ondernemer en de daarop van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden vanaf 1 mei 2017 onveranderd van toepassing zijn gebleven.
Voorts kan aan de ondernemer, gelet op het voorgaande, niet de bevoegdheid worden ontzegd om de toepasselijke Algemene Voorwaarden te wijzigen, zoals zij heeft gedaan per 1 augustus 2019.
De stelling van de consument dat bepalingen uit die gewijzigde Algemene Voorwaarden kernbedingen bevatten, dan wel oneerlijk dan wel oneerlijk en/of kennelijk onredelijk zijn wordt daar niet genoegzaam onderbouwd en wordt verworpen.

De commissie deelt verder evenmin het standpunt dat de facturen niet inzichtelijk, onduidelijk en niet transparant zijn. Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat de tarieven helder worden uitgelegd op de tarievenbladen. De tariefcomponenten zoals opgenomen in de facturen zijn eenduidig en inzichtelijk terug te vinden. Ook overigens ziet de commissie geen reden om de facturen onvoldoende inzichtelijk te achten.

De ondernemer heeft verder gemotiveerd gesteld dat de gehanteerde tarieven voldoen aan de maximumtarieven, zoals die volgen uit de Warmtewet en de besluiten daarover van de ACM. Ook de in voorgaande jaren gehanteerde tarieven voor de afleverset waren lager dan de door de ACM geadviseerde maximumtarieven en zijn in 2020 ook lager dan de vanaf dat jaar geldende wettelijke maximumtarieven. De consument heeft deze stellingen niet gemotiveerd bestreden en deze komen de commissie ook juist voor.

Ten aanzien van het gehanteerde Btw-tarief overweegt de commissie als volgt. Het standpunt van de ondernemer dat het lage Btw-tarief alleen van toepassing is op de levering van tapwater en de levering van warmte ten behoeve van verwarming van tapwater en dat op de kosten voor de afleverset en de toeslag voor op de afleverset voor warmtapwater het hoge Btw-tarief geldt is naar het oordeel van de commissie juist. Deze Btw-tarieven zijn op de laatste factuur ook dienovereenkomstig in rekening gebracht. Dat op eerdere facturen per abuis het lage Btw-tarief ook is toegepast op laatstbedoelde kosten betekent niet dat de ondernemer dat niet mag corrigeren op latere facturen.

De klacht moet dan ook ongegrond worden verklaard.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Conform het reglement is de ondernemer behandelingskosten aan de commissie verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. R.H. Smits, voorzitter, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk en de heer E.J.C. van Lier, leden, op 10 december 2020.