Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: (On) zorgvuldigheid / Factuur
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
220949/233928
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een conflict met het energiebedrijf over de eindafrekening van zijn gasverbruik. Hij gaf meerdere keren meterstanden door, maar het bedrijf gebruikte andere, veel hogere standen. Ook werd zijn vaste contract zonder overleg omgezet naar een variabel contract met hogere tarieven. Ondanks herhaalde klachten en brieven van de consument en zijn gemachtigde, reageerde het bedrijf niet. De commissie onderzocht de stukken en zag dat het contract in de relevante periode een vaste prijs had en dat de juiste meterstanden waren doorgegeven. Toch gebruikte het bedrijf variabele tarieven en afwijkende meterstanden, zonder duidelijke reden. Omdat het bedrijf de berekening van de consument niet heeft tegengesproken, gaat de commissie uit van een te veel betaald bedrag van € 7.023,30. Daarop is al € 451,11 terugbetaald, dus blijft er € 6.572,19 over. De commissie vindt de klacht gegrond en bepaalt dat het bedrijf dit bedrag moet terugbetalen, plus € 181,50 aan klachtengeld.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Partijen verschillen van mening over de door het bedrijf op de jaar- en eindafrekening met betrekking tot de gasleveranties opgevoerde meterstanden en de daarbij gehanteerde (variabele) tarieven.
Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene heeft aangevoerd dat op 29 september 2017 een contract is gesloten met het bedrijf en dat de levering van zowel gas als elektriciteit is gestart op 1 juli 2021. Sinds april 2020 weigert het bedrijf de door de verbruiker/aangeslotene aangeleverde meterstanden van gas aan te houden. Deze meterstanden waren als volgt:
– 31 maart 2019: 19858
– 7 april 2020: 22119
– 31 maart 2022: 26386.
– 7 april 2022: 26682.
Het bedrijf houdt echter vanaf 1 april 2020 veel hogere meterstanden aan:
– 1 april 2020 24192
– 1 april 2021 27497
– 17 mei 2021 27497
– 17 mei 2022 31053.
Daarnaast heeft het bedrijf het Vaste Prijs contract in juli 2021 eenzijdig, zonder overleg en instemming van zijn kant, gewijzigd in een Variabel contract, aldus de verbruiker/aangeslotene. Hij geeft aan dat hij vanaf juli 2022 – toen hij hiermee geconfronteerd werd – diverse malen, zowel telefonisch, als schriftelijk (per mail/ via de website) hierover heeft geklaagd maar dat daar niet op is gereageerd. Vanaf 15 augustus 2022 heeft ook de gemachtigde van verbruiker/aangeslotene het bedrijf diverse malen aangeschreven en gesommeerd om de juiste meterstanden te hanteren en zorg te dragen voor een correcte jaarafrekening Ook daar is niet op gereageerd.
Op 3 november 2022 heeft de gemachtigde het bedrijf bericht dat de gebruiker/aangeslotene was overgestapt naar een andere energieleverancier. Desgevraagd zijn toen de meterstand per 15 november 2022 doorgegeven aan het bedrijf (26973). In de periode 25 januari 2022 tot 24 februari 2023 ontving de verbruiker/aangeslotene meerdere facturen met (her)berekeningen die uitgingen van variabele tarieven die weer hoger waren dan op de oude jaarrekeningen en ook steeds op andere bedragen sloten. Op aanschrijvingen en sommaties van de gemachtigde van de verbruiker/aangeslotene werd wederom niet gereageerd. De verbruiker/aangeslotene heeft berekend dat hij uiteindelijk in totaal € 7.023,30 te veel heeft betaald. Ter zitting heeft hij aangegeven dat hij op 8 november 2023 wel een bedrag van € 190,– en een bedrag van € 261,11 van het bedrijf heeft terugontvangen.
De commissie stelt voorop dat de overeenkomst tussen partijen per november 2022 is beëindigd zodat het in deze slechts gaat om de eindafrekening op basis van de tussen partijen gesloten overeenkomsten.
De commissie constateert dat uit de overgelegde stukken blijkt dat tussen partijen in de periode 1 augustus 2022 tot en met 1 april 2025 steeds sprake was van een contract met een vaste prijs. Ook blijkt uit de stukken dat door de verbruiker/aangeslotene hiervoor door hem genoemde meterstanden steeds zijn doorgegeven en door het bedrijf ook zijn ontvangen. Bij gebreke van enige reactie van de zijde van het bedrijf, tast de commissie volstrekt in het duister waarom desondanks in de verschillende jaar- en eindafrekeningen door het bedrijf niet alleen variabele tarieven worden gehanteerd maar daarbij ook nog wordt uitgegaan van andere, substantieel hogere meterstanden.
Enige lijn in de (her)berekeningen van het bedrijf is niet te ontdekken. Nu het bedrijf ook de concrete berekening van de verbruiker/aangeslotene van hetgeen hij in zijn optiek te veel heeft betaald, niet heeft weersproken, gaat de commissie uit van de juistheid van deze berekening. Op het bedrag van € 7.023,30 zal het bedrag van € 451,11 (€ 190,– + € 261,11) in mindering worden gebracht, zodat een bedrag van
€ 6.572,19 resteert.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Bepaalt dat het bedrijf een bedrag van € 6.572,19 dient te voldoen aan de verbruiker/aangeslotene.
Bovendien dient het bedrijf overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 181,50 aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer J.H.L. den Otter, leden, op 19 februari 2024.