Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
233662/235275
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft stroom afgenomen van een energiebedrijf en tegelijk stroom opgewekt met zonnepanelen. Hij gebruikte meer stroom dan hij zelf produceerde. Het energiebedrijf bracht hem kosten in rekening op basis van een gewogen gemiddelde van verschillende stroomtarieven, afhankelijk van het moment van verbruik en teruglevering. Volgens de consument is dit onjuist en betaalt hij daardoor te veel. Hij vindt dat het bedrijf zijn verbruik moet berekenen door de stroom die hij heeft teruggeleverd van zijn totale verbruik af te trekken, en dat tegen de normale stroomprijs. De Geschillencommissie Energie is het eens met de consument. De commissie stelt dat het energiebedrijf de salderingsregeling verkeerd toepast door per tariefperiode te rekenen in plaats van over het hele jaar. Volgens de wet en de bedoeling van de wetgever moet het verbruik op jaarbasis worden gesaldeerd: eerst het totale verbruik min de teruggeleverde stroom, en dan het resterende verbruik afrekenen tegen de afgesproken tarieven. De klacht van de consument is daarom gegrond. Het energiebedrijf moet binnen vier weken de jaarrekening corrigeren en het juiste bedrag berekenen. Ook moet het bedrijf € 52,50 klachtengeld aan de consument terugbetalen. Als dit niet op tijd gebeurt, mag de consument opnieuw naar de commissie zonder extra kosten.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument betrekt stroom van zonnepanelen en neemt daarnaast stroom af van de ondernemer. Hij produceert minder kWh dan hij verbruikt. De ondernemer brengt de consument zijn verbruik en de teruglevering in rekening met een gewogen gemiddelde; dat is onjuist. De ondernemer zou de consument op jaarbasis de afgenomen kWh minus de terug geleverde kWh in rekening moeten brengen. Door de methode die de ondernemer nu toepast betaalt de consument te veel.
De consument wil dat de ondernemer hem zijn verbruik in rekening brengt na aftrek van de kWh opgewekt door zijn zonnepanelen tegen de kostprijs van afgenomen energie.
Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat de consument in de periode van 1 september 2022 tot 1 september 2023 stroom heeft afgenomen van de ondernemer en ook stroom dat is opgewekt door zonnepanelen heeft terug geleverd aan het net.
De ondernemer heeft de consument een jaarnota gedateerd 11 september 2023 toegezonden en tegen die nota is de klacht van de consument gericht.
In antwoord op de klacht van de consument heeft de ondernemer in een aan de consument gestuurde e-mail laten weten van mening te zijn de salderingsregeling juist toe te passen. Aan de commissie heeft de ondernemer zijn standpunt in een schriftelijk stuk herhaald. Hij saldeert per jaar en als er in dat jaar meerdere leveringstarieven van kracht zijn geweest, wordt gekeken naar wat de tarieven waren op het moment dat energie werd verbruikt dan wel werd terug geleverd aan het net.
De commissie is met de consument van oordeel dat de ondernemer de salderingsregeling daarmee onjuist toepast.
De ondernemer saldeert weliswaar op jaarbasis maar door daarbij rekening te houden met de verschillende tarief periodes gedurende dat jaar, saldeert de ondernemer de facto per tarief periode.
De ondernemer handelt daarmee in strijd met de wens van de wetgever zoals die blijkt uit de wetsgeschiedenis.
Op 23 september 2022 heeft de minister Kamervragen over de salderingsregeling beantwoord. Uit de antwoorden blijkt naar het oordeel van de commissie en anders dan de ondernemer kennelijk meent dat, kort gezegd, voor overeenkomsten als de onderhavige het gehele jaarverbruik met de in dat jaar terug geleverde stroom gesaldeerd moet worden. Dat blijkt volgens de minister niet uit de wet, maar was wel de intentie van de wetgever.
Op grond van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 wordt daarom door de commissie in beginsel aangenomen dat de ondernemer voor het te factureren verbruik eerst vaststelt welke hoeveelheid kWh de consument heeft afgenomen en dan welke hoeveelheid kWh de consument heeft teruggeleverd. Het saldo van die twee levert het verbruik op ten behoeve van de facturering.
Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat het zondermeer de voorkeur verdient dat de wijze van salderen klip en klaar in de wet wordt vastgelegd.
Nu dat niet zo is gaat de commissie uit van wat naar haar oordeel de bedoeling van de wetgever is geweest.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer corrigeert de jaarrekening over de periode 1 september 2022 tot 1 september 2023 door toepassing van een saldering overeenkomstig het bepaalde in artikel 31c, lid 1 Elektriciteitsnet, en alsdan het positieve jaar-verbruikssaldo af te rekenen tegen de overeengekomen levertarieven.
Een en ander dient te geschieden binnen vier weken na verzending van deze beslissing.
Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 26 februari 2024.