Te late meterstanden zorgen voor factuurcorrecties: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 463994/664302

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument gaf zijn meterstanden te laat door, waardoor de ondernemer facturen moest schatten en later corrigeren. Dit leidde tot verwarring en onduidelijkheid over betalingen. Uiteindelijk zijn de juiste meterstanden toegepast en is vastgesteld dat de consument € 1.697,88 moet betalen. Omdat de ondernemer pas laat duidelijkheid gaf, moet hij wel het klachtengeld van € 52,50 vergoeden. De klacht zelf is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Te late opgave door de consument van meterstanden leidt tot correctie van facturen en onduidelijkheden. Duidelijkheid wordt uiteindelijk verschaft.

Beoordeling
De consument klaagt over de afrekeningen die betrekking hebben op de periode 6 oktober 2022 tot 12 februari 2024. Hij verlangt dat de ondernemer zijn boekhouding op orde maakt en dat hij verder niets hoeft te betalen. Hij verlangt het klachtengeld terug.
De ondernemer wijst erop dat de consument ondanks een herhaald verzoek zijn meterstanden per 6 oktober 2023 niet heeft opgegeven. De ondernemer heeft toen de meterstanden geschat. Op 16 november 2023 heeft de consument alsnog de meterstanden verstrekt. De ondernemer heeft, nadat hij opnieuw om meterstanden had gevraagd, in mei 2024 het verbruik berekend volgens de door de consument opgegeven standen.
Op basis van de geschatte standen is op 25 oktober 2023 een factuur aan de consument gestuurd voor de periode 6 oktober 2022 tot 6 oktober 2023 groot € 3.390,44 (factuur nummer -857). De ondernemer heeft die nota (na te noemen correctie) gecrediteerd (factuur nummer -502). De consument heeft de betreffende incasso gestorneerd. Hij was het eens met de beginstand, maar niet met de eindstand.
Eveneens op basis van de geschatte standen is op 8 maart 2024 een factuur aan de consument gestuurd voor de periode 6 oktober 2023 tot 12 februari 2024 groot € 936,53 credit (einde overeenkomst; factuur nummer -876). De consument heeft dat bedrag aan de ondernemer terugbetaald. Hij was het niet eens met de beginstand, maar wel met de eindstand. De ondernemer heeft (na te noemen correctie) een creditfactuur (feitelijk een debetfactuur) aan de consument verzonden (factuur nummer -501).
De ondernemer heeft beide facturen op 30 mei 2024 gecorrigeerd: over de periode 6 oktober 2022 tot 6 oktober 2023 factureerde hij € 1.769,92 (factuur nummer -505). Over de periode 6 oktober 2023 tot 12 februari 2024 factureerde hij € 72,04 credit (factuur nummer -507).

De commissie is van oordeel dat, nu de door de consument genoemde meterstanden gevolgd zijn en de facturen van 25 oktober 2023 en 8 maart 2024 ongedaan zijn gemaakt, uit het voorgaande volgt dat de consument de beide herstelfacturen ad € 1.769,92 (factuur nummer -505) minus € 72,04 (factuur nummer -507), derhalve € 1.697,88, dient te betalen.

Over het verschuldigde is onduidelijkheid ontstaan. De ondernemer heeft op 31 december 2024 een overzicht verstrekt van de betalingen en correcties. Uit dat overzicht blijkt onder andere voornoemde terugbetaling door de consument van het bedrag € 936,53. De consument heeft wat betreft de vermelde bedragen als enige reactie op dat overzicht bericht dat hij de daarin genoemde betaling van € 1.008,57 niet kan thuisbrengen. Uit de daarna door de ondernemer verstrekte informatie volgt dat het gaat om twee betalingen, namelijk € 72,04 (factuur nummer -507) en herstel van de door de consument teruggestorte € 936,53, bij elkaar € 1.008,57. Er resteerde dan nog door de consument te betalen het verschil tussen € 1.769,92 (factuur nummer -505) en € 1.008,57, alsmede (de hiervoor ten onrechte door de ondernemer terugbetaalde) € 936,53, derhalve € 1.697,88. Daargelaten dat de ondernemer in zijn overzicht onjuiste factuurnummers heeft vermeld en bovendien het overzicht nodeloos ingewikkeld heeft gemaakt door € 936,53 te verrekenen en vervolgens op te eisen, is het eindbedrag correct, zoals hiervoor vermeld. De vordering van de consument dat hij niets meer hoeft te betalen, wordt dan ook afgewezen.

In de stukken is ook terug te vinden dat de ondernemer een incassobureau heeft ingeschakeld. Nu de in dat kader berekende kosten en rente kwijtgescholden zijn en overigens door de ondernemer op de door het incassobureau vermelde bedragen een toelichting is gegeven, behoeft de klacht, voor zover deze ziet op het incassobureau, verder geen behandeling.

De consument heeft een schadevergoeding gevraagd. Nu hij niet gespecificeerd heeft welke schade hij heeft geleden en het kennelijk gaat om eigen kosten, wijst de commissie op artikel 23 van het reglement. Daarin staat dat eigen kosten (zoals tijdsbeslag) zelf gedragen moeten worden. Van een bijzonder geval, als bedoeld in dat artikel, is geen sprake.

De commissie constateert dat de hiervoor vermelde problematiek is ontstaan doordat de consument niet tijdig zijn meterstanden heeft opgegeven. Nadat hij dat alsnog had gedaan, heeft de ondernemer ruim een halfjaar gewacht met duidelijkheid te geven of hij die meterstanden alsnog zou toepassen. Uiteindelijk heeft hij die meterstanden toegepast. In die situatie ziet de commissie aanleiding om aan de ondernemer op te dragen het klachtengeld ad € 52,50 aan de consument te vergoeden.

Het voorgaande leidt tot verdeling van het bij de commissie in depot gestorte bedrag: van het gestorte bedrag ad € 2.706,45 wordt aan de ondernemer € 1.697,88 minus € 52,50, derhalve € 1.645,38, uitgekeerd en het restant, groot € 1.061,07 aan de consument.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Niettemin dient de ondernemer het klachtengeld aan de consument te vergoeden. De betaling daarvan is in aanmerking genomen bij de verdeling van het depot.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Uit het bij de commissie in depot geplaatste bedrag ad € 2.706,45 wordt € 1.645,38 aan de ondernemer en € 1.061,07 aan de consument uitgekeerd.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer , mevrouw J.M.A. van Haren , leden, op 19 december 2024.

Opslaan als PDF