Terechte klacht over verhuizing locatie zonder redelijke opzegtermijn voor zoeken alternatief.

  • Home >>
  • Kinderopvang >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzeggen en annuleren    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2016-100932

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Vanwege een noodzakelijke verbouwing is het bestaande contract beëindigd en moet de consument binnen een week een besluit nemen het voortzetten van de opvang op een locatie die ver weg ligt van de oorspronkelijke locatie. De opzegtermijn is een maand. De commissie vindt deze termijn te kort voor ouders om een alternatieve opvang te regelen. De klacht is gegrond.

Het geschil betreft de wijziging van locatie wegens een (noodzakelijke) verbouwing en de handelswijze van de ondernemer rondom deze wijziging.

De consument heeft op 4 januari 2016 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Vanwege een verbouwing is het bestaande contract beëindigd en wordt de consument gedwongen om binnen een week een besluit te nemen over een nieuw contract met ongunstige locatie. De consument had onvoldoende tijd om op zoek te gaan naar alternatieven. De verbouwing werd pas 21 januari 2016 bekend gemaakt aan de consument.

Op 28 januari 2016 heeft de ondernemer een brief gestuurd waarin werd medegedeeld dat het gevolg van de tijdelijke verbouwing is dat nieuwe contracten moeten worden afgesloten. De ondernemer heeft de contracten per 29 februari 2016 beëindigd. De consument werd verzocht voor 5 februari 2016 aan te geven of hij het contract tijdelijk of definitief wilde opzeggen en eveneens of hij vanaf mei 2016 weer wilde terugkeren naar de verbouwde locatie.

De keuze voor de vestiging in het centrum is erg ongelukkig. De ondernemer wil de openingstijden niet verruimen. De ondernemer stelt dat er geen geschikte ruimte dichter in de buurt beschikbaar was, maar dat waagt de consument te betwijfelen.

De verbouwing was overigens niet incidenteel, maar stond al twee jaar in de planning.

De consument verlangt dat de verbouwing voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld waardoor ook geen nieuw contract hoeft te worden aangeboden. De ondernemer dient een alternatieve locatie te vinden voordat nieuwe bouwafspraken worden gemaakt.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Eind februari is de verbouwing gestart. De consument heeft voor de optie in het centrum gekozen. De consument betwijfelt of de termijnen van de verbouwing gehaald worden. De ondernemer verhoogt wel zijn tarieven, maar toonde zich niet bereid de openingstijden te verruimen. De consument was genoodzaakt het jongste kind op te halen in het centrum terwijl de twee andere kinderen op de oude locatie op de NSO bleven. Dat leverde een logistieke uitdaging op en daarvoor hebben de consument en zijn partner vrij moeten nemen/aanpassingen moeten doen in hun planning.

De consument heeft het vermoeden dat de ondernemer om bedrijfstechnische redenen deze keuze heeft gemaakt omdat het pand in het centrum toch leeg stond. Een optie op een pand veel dichterbij heeft de ondernemer ten onrechte laten schieten.

Andere ouders zijn in afwachting van de uitspraak of hebben opgezegd.

Desgevraagd merkt de consument op dat hij thans verlangt dat de commissie vaststelt dat de handelswijze van de ondernemer niet door de beugel kan en de ondernemer daarbij een boete wordt opgelegd. De directie moet voelen dat dit zo niet kan.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft enkele stukken aan het dossier toegevoegd maar zijn standpunt niet toegelicht. De commissie begrijpt dat het standpunt van de ondernemer in hoofdzaak luidt als volgt.

Op 23 november 2015 heeft een onderzoek naar de vloeren van de betreffende locatie plaatsgevonden. Op 17 december 2015 heeft de gemeente gereageerd op het rapport van de deskundige hieromtrent. De gemeente heeft aangegeven de herstelwerkzaamheden voor haar rekening te nemen. Gelet op de situatie, wilden de gemeente en de ondernemer zo snel mogelijk met de herstelwerkzaamheden beginnen. Er zijn weliswaar geen veiligheidsrisico’s maar de ondernemer is geadviseerd niet te lang te wachten. De ondernemer heeft vier weken gewacht op een advies van de oudercommissie en toen dit advies uitbleef, heeft hij de ouders geïnformeerd.

De ondernemer kan de opvang op een locatie (tijdelijk) staken, dat is een keuze in bedrijfsvoering.

De wijziging van contract was noodzakelijk gezien het feit dat de locatie in eigendom is bij een andere ondernemer en het feit dat een andere locatie een ander LRK nummer heeft.

De ondernemer verzoekt – zo begrijpt de commissie – de klacht af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer heeft bij de commissie te kennen gegeven niet goed te zijn opgeroepen. Echter de commissie stelt vast dat bij de oproep de gegevens zijn gehanteerd die hij zelf bij registratie heeft doorgegeven terwijl tevens een digitale oproep is gedaan op het doorgegeven en aangepaste emailadres. De commissie ziet geen aanleiding om de ondernemer opnieuw in de gelegenheid te stellen zijn standpunt toe te lichten.

De commissie stelt vast dat hetgeen de consument in eerste instantie heeft aangegeven te verlangen in deze procedure, namelijk dat de verbouwing voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld waardoor ook geen nieuw contract hoeft te worden aangeboden en dat de ondernemer een alternatieve locatie dient te vinden, bij het wijzen van deze uitspraak is achterhaald door de feiten. De consument heeft geen belang meer bij het door hem verlangde.

De consument heeft ter zitting aangegeven wat hij thans nog verlangt. De commissie is van oordeel – het geheel overziend -– dat het op de weg van de ondernemer had gelegen om een zodanige opzegtermijn in te plannen dat het voor zijn klanten redelijkerwijs mogelijk was geweest een alternatief te organiseren voor de – ver van de overeengekomen opvanglocatie gelegen – tijdelijke opvanglocatie. Door een opzegtermijn te hanteren van minder dan twee maanden heeft de ondernemer dit nagelaten. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de commissie een schadevergoeding te bepalen naar redelijkheid en billijkheid op een bedrag van € 100,–.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie acht de klacht deels gegrond. Zij veroordeelt de ondernemer tot betaling van een bedrag van € 100,– te voldoen binnen een maand na verzending van het bindend advies.

De commissie bepaalt dat overeenkomstig het reglement van de commissie de ondernemer het klach-tengeld ad € 25,– aan de consument dient te vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 12 mei 2016.