Commissie: Recreatie
Categorie: Ontzeggen toegang
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
228549/260646
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg een terreinverbod van drie jaar opgelegd door een campingondernemer na een incident waarbij zij heeft gescholden, bedreigd en met een bierflesje heeft gegooid. De consument vond het verbod onterecht en wilde weer toegang tot het park. De ondernemer verwees naar een zerotolerancebeleid en stelde dat het verbod terecht was. De Geschillencommissie oordeelde dat de ondernemer de consument terecht mocht verwijderen van het terrein, maar vond de duur van drie jaar te zwaar. Het beleid was onvoldoende duidelijk over de lengte van het verbod en er was geen hoor en wederhoor toegepast. Daarom besloot de commissie het terreinverbod te verkorten tot één jaar. De consument mag vanaf 11 augustus 2024 weer het park betreden. Ook moet de ondernemer €26,25 terugbetalen als deel van het klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een aan de consument opgelegd terreinverbod voor de duur van drie jaren.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een terreinverbod gekregen van de ondernemer zonder een deugdelijke onderbouwing of wettelijke grondslag. Het verbod is onbevoegd gegeven en er ontbreekt iedere redelijkheid en billijkheid in het besluit. De consument heeft een huurovereenkomst voor een jaarplaats en wenst weer toegelaten te worden tot het park.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In de vroege ochtend van 10 augustus 2023 heeft er een incident plaatsgevonden op het park van de ondernemer waarbij er een handgemeen heeft plaatsgevonden. De consument heeft gescholden, bedreigingen geuit en met een bierflesje gegooid.
De ondernemer hanteert een zerotolerance beleid en op grond daarvan heeft de ondernemer de consument op 10 augustus 2023 met ingang van 17.00 uur de toegang tot het park ontzegd voor de duur van drie jaren. De consument was bekend met dit beleid.
De ondernemer verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en ingebracht staat vast dat incident heeft plaatsgevonden en de consument daarbij heeft gescholden, verwensingen heeft geuit en er met een bierflesje is gegooid. Ter zitting heeft de consument uitgelegd waarom een en ander plaatsvond en is de commissie duidelijk geworden dat het een incident betrof met onder meer een collega van de consument, die ook geregeld aanwezig is op het park van de ondernemer en waarmee zij dagelijks samenwerkt. Zij zou op de grond zijn gegooid en raakte daarvan overstuur mede gelet op een traumatische ervaring in het verleden.
De commissie stelt voorop dat al hetgeen de consument heeft aangedragen de door haar ten toon gespreide handelingen en verwensingen niet kunnen rechtvaardigen en de ondernemer in redelijkheid haar naar aanleiding van het incident onmiddellijk van het park mocht verwijderen en de toegang tot het park mocht ontzeggen.
Dit verbod is naar het oordeel van de commissie rechtsgeldig opgelegd nu uit de stukken naar voren komt dat in ieder geval (ook) de directie als bevoegd gezag deze maatregel juist acht en heeft laten uitvoeren door de parkmanager.
Echter, het door de ondernemer gehanteerde zerotolerance beleid is naar het oordeel van de commissie onvoldoende geconcretiseerd. Immers, in het ABC-boekje staat slechts aangegeven dat tot onmiddellijke verwijdering van het terrein kan worden overgegaan. Daarmee is voor de huurders en gasten van het park in ieder geval niet duidelijk gemaakt of en in hoeverre een (al dan niet deels voorwaardelijke) termijn aan deze verwijdering verbonden is en komt een verwijdering voor de duur van drie jaren de commissie in dit geval wel erg zwaar voor. Nog daargelaten dat een mogelijkheid tot hoor en wederhoor de commissie als procedure daarbij redelijk en gewenst acht.
De commissie komt dan ook tot de slotsom dat de ondernemer weliswaar in redelijkheid over kon gaan tot verwijdering van de consument van het park en haar de toegang tot het park mocht ontzeggen voor een bepaalde duur, maar deze zal matigen tot een jaar in plaats van drie jaren waarbij de consument weer toegang heeft tot het park met ingang van 11 augustus 2024 te 09.00 uur.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht deels gegrond en bepaalt dat de consument weer toegang zal worden verleend tot het park met ingang van 11 augustus 2024 te 09.00 uur.
Bovendien dient de ondernemer een bedrag van € 26,25 aan de consument te vergoeden zijnde 50 procent van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd die de commissie zal matigen met 50 procent.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. M. de Rooij – Slager, de heer H.H. van der Linden, leden, op 28 mei 2024.