Terugbetaling topper via opgeheven rekening mislukt: ondernemer moet alsnog betalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 988230/1041195

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 24 augustus 2024 een topper voor € 321,20 en maakte gebruik van het herroepingsrecht. Hij stuurde het product terug en vroeg om terugbetaling. Omdat zijn betaalrekening was opgeheven, gaf hij een nieuw rekeningnummer door. De ondernemer bevestigde dit, maar maakte het bedrag toch naar de oude rekening over. Volgens de bank zou het bedrag automatisch worden teruggestort, maar de consument ontving niets. De ondernemer reageerde niet meer. De commissie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de ondernemer € 321,20 moet terugbetalen, plus € 52,50 klachtengeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 24 augustus 2024 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Topper voor de som van € 321,20.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb op 24 augustus 2024 online een topper bij de ondernemer gekocht tegen betaling van een bedrag van € 321,20. Op 3 oktober 2024 heb ik de topper geretourneerd. De topper is op 27 augustus jl. geretourneerd. De ondernemer heeft per e-mail aangegeven dat het volledige aankoopbedrag zou worden terug gestort. Ik heb per 16 oktober 2024 mijn betaalrekening definitief laten opheffen door de bank. Het rekeningnummer was vanaf 13 oktober 2024 niet meer toegankelijk voor mij. Ik heb de ondernemer hiervan op de hoogte gesteld en aangegeven dat de terugbetaling kon worden overgemaakt op mijn nieuwe betaalrekening. De ondernemer heeft vervolgens ook schriftelijk bevestigd dat de terugbetaling op de nieuwe rekening zou plaats vinden. Aangezien de terugbetaling uitbleef heb ik weer contact opgenomen met de ondernemer. Die heeft kenbaar gemaakt dat zij de betaling per abuis toch naar de verkeerde had overgemaakt.

Ik heb herhaaldelijk de ondernemer gevraagd om tot terugbetaling van het aankoopbedrag over te gaan, maar zij blijft maar verwijzen naar haar bank. Mijn bank heeft kenbaar gemaakt dat het bedrag wordt terug gestort als er geld wordt overgemaakt naar een opgeheven betaalrekening. Omdat de ondernemer desondanks niet tot volledige terugbetaling is overgegaan, heb ik mij tot rechtsbijstandsverzekeraar [naam] gewend. Op 8 januari 2025 is de ondernemer aangeschreven en verzocht om het aankoopbedrag binnen 14 dagen na heden terug te betalen. Enige reactie bleef echter uit. Er is door mijn gemachtigde herhaaldelijk, zowel per e-mail als telefonisch, contact opgenomen met de ondernemer. Maar die reageert niet op de verzoeken om tot terugbetaling over te gaan.
Nu partijen onderling niet tot een passende oplossing zijn gekomen, wil ik deze kwestie aan de commissie voorleggen.

Tussen partijen is een overeenkomst gesloten waarop de regels van consumentenkoop van toepassing zijn. Op grond van artikel 6:230o lid 1 BW heb ik het recht om gebruik te maken van het mij toekomende herroepingsrecht en daarmee de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Ik heb gebruik gemaakt van dit recht waardoor de koopovereenkomst is ontbonden. Ik heb dit ook tijdig kenbaar gemaakt aan de ondernemer en die heeft ook bevestigd dat de koop is ontbonden.
Ik heb de ondernemer tijdig geïnformeerd over de wijziging van mijn betaalrekening en het komt volledig voor rekening en risico van de ondernemer dat zij desondanks het bedrag heeft overgemaakt naar de opgeheven betaalrekening. Overigens is dit bedrag weer terug gestort aan de ondernemer. Er is dus geen enkele grondslag om niet tot terug betaling aan mij over te gaan.
Ik heb recht op terugbetaling van het volledige aankoopbedrag.

De consument verlangt terugbetaling van een bedrag van € 321,20.

Standpunt van de ondernemer

Hoewel daartoe uitgenodigd heeft de ondernemer de commissie niet laten weten wat haar standpunt betreffende het onderhavige geschil is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Nu de ondernemer de commissie niet heeft laten weten wat haar standpunt betreffende het onderhavige geschil is, is de klacht niet althans onvoldoende weersproken, zodat deze vaststaat.
Het betekent dat de ondernemer veroordeeld zal worden tot (terug)betaling aan de consument van een bedrag van € 321,20.

Omdat geen van de partijen ter zitting is verschenen en de mogelijkheid bestaat dat de ondernemer inmiddels de consument het gevraagde bedrag heeft overgemaakt, zal de commissie de veroordeling uitspreken onder de voorwaarde dat niet reeds is betaald, omdat de ondernemer anders tot een dubbele betaling zou kunnen worden aangesproken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 321,20. Betaling dient – voorzover die niet reeds heeft plaatsgevonden – te geschieden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 12 mei 2025.

Opslaan als PDF