Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
248695/254728
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een variabel energiecontract en leverde stroom terug via zonnepanelen. Volgens het contract zou de terugleververgoeding gelijk zijn aan het leveringstarief. In de jaarnota van november 2023 werd dit tarief echter aangepast, waardoor de consument € 112,90 minder kreeg. Ook werd de saldering per maand toegepast, terwijl het contract sprak over verrekening op jaarbasis. De geschillencommissie oordeelt dat de leverancier de terugleververgoeding niet zomaar mag wijzigen en dat salderen op maandbasis niet klopt volgens de wet. De klacht is daarom gegrond. De leverancier moet een nieuwe jaarnota opstellen en het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Deze zaak gaat over de vraag of de ondernemer de terugleveringsvergoeding voor door de klant opgewekte energie eenzijdig mag wijzigen. De commissie komt tot het oordeel dat dit de aanbieder niet is toegestaan. Ook gaat de zaak over het toepassen van de salderingsregeling in het geval van een variabel energiecontract. De commissie komt tot het oordeel dat de aanbieder de salderingsregeling niet juist heeft toegepast.
Beoordeling
Achtergrond van het geschil
De klant heeft met ingang van 1 november 2022 een contract gesloten met de aanbieder voor de levering van elektriciteit. Het betreft een zogenaamd “variabel” contract waarbij de leveringsprijs iedere maand wijzigt. De klant beschikte over zonnepanelen en leverde daarmee elektriciteit aan het net. In het contract staat hierover het volgende:
“Salderen en terugleveren
De stroom die u op jaarbasis zelf opwekt zullen wij eerst verrekenen met uw eigen verbruik. Dit wordt salderen genoemd. Indien u meer opwekt dan u zelf verbruikt, levert u de stroom terug aan het stroomnet. Dit wordt terugleveren genoemd. Bij ons kunt u onbeperkt uw opgewekte energie salderen en/of terugleveren. Wij salderen de door u opgewekte stroom volledig tot maximaal uw eigen verbruik. Op de jaarafrekening die u van ons ontvangt staat de hoeveelheid stroom die u zelf hebt opgewekt. Deze wordt weggestreept tegen de stroom die u zelf hebt verbruikt. Als u een dubbele stroommeter heeft, dan wordt de opgewekte energie in de normaaluren gesaldeerd tegen het verbruik in de normaaluren (hoog tarief). Hetzelfde geldt voor de opgewekte energie in de daluren (laag tarief). De energiebelasting van het totale verbruik wordt gesaldeerd met de energiebelasting van de totaal opgewekte energie.
Wekt u meer op dan u verbruikt? Dan ontvangt u voor de teruggeleverde stroom van ons een terugleververgoeding gelijk aan uw leveringstarief plus btw, maar exclusief energiebelasting en ODE.”
Op 9 november 2023 heeft de klant de jaarnota ontvangen. Hieruit blijkt dat de klant meer elektriciteit heeft geleverd dan verbruikt en dus aanspraak maakt op de terugleververgoeding. Daarin is ook de voornoemde wijziging van het teruglevertarief weergegeven onder het kopje “Afslag netto invoeding” en is het bedrag dat de klant zou ontvangen voor de teruglevering verminderd met € 112,90.
Verder is in de jaarnota de geleverde elektriciteit gesaldeerd met de teruggeleverde elektriciteit door de op basis van de maandelijks wisselende prijs tot stand gekomen waarde van de geleverde elektriciteit per maand weg te strepen tegen de in die maand gerealiseerde waarde van de geleverde elektriciteit.
De klant is het met de wijziging van de terugleververgoeding oneens en meent dat de aanbieder niet op de juiste wijze heeft gesaldeerd. Volgens de klant moeten eerst de binnen het betreffende jaar geleverde en teruggeleverde kilowatturen tegen elkaar worden weggestreept en dient er dan te worden afgerekend over de netto geleverde (of teruggeleverde) kilowatturen.
Het standpunt van de aanbieder
De aanbieder stelt zich op het standpunt dat hij gerechtigd is het teruglevertarief te wijzigen omdat de algemene voorwaarden voorzien in de mogelijkheid de leveringstarieven te wijzigen en omdat sprake is van een variabel contract zodat de aanbieder sowieso gerechtigd is de tarieven eenzijdig vast te stellen. De aanbieder is verder van oordeel dat hij op de juiste wijze heeft gesaldeerd.
Het oordeel van de commissie
Ten aanzien van de terugleververgoeding
De commissie is van oordeel dat de ondernemer niet gerechtigd is op deze wijze de terugleververgoeding te wijzigen. In de tussen partijen gesloten overeenkomst staat uitdrukkelijk en ondubbelzinnig bepaald dat de terugleververgoeding gelijk is aan het leveringstarief. Dat het leveringstarief variabel is, en dus eenzijdig maandelijks door de ondernemer wordt vastgesteld, brengt niet mee dat de ondernemer de – uitdrukkelijk overeengekomen – koppeling tussen de terugleververgoeding en het leveringstarief mag verlaten. Dat houdt immers een eenzijdige wijziging van een overeengekomen kernbeding in, hetgeen niet is toegestaan.
Ten aanzien van het salderen
Het gaat in deze zaak om toepassing van de salderingsregeling. Deze regeling staat wettelijk beschreven in artikel 31c Electriciteitswet:
“Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid [commissie: met een aansluiting van ten hoogste 3*80A], die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.”
Uit de tekst van dit wetsartikel blijkt dat salderen inhoudt dat de onttrokken elektriciteit dient te worden verminderd met de ingevoede elektriciteit en dus niet dat de waarde van de onttrokken elektriciteit wordt verminderd met de waarde van de ingevoede electriciteit. Dit betekent dat de wijze van salderen die door de aanbieder is toegepast, niet strookt met artikel 31c lid 1 elektriciteitswet. Vervolgens doet zich de vraag voor of een aanbieder van een variabel contract van de wettelijke salderingsregeling mag afwijken. Voor zover een afwijkende regeling mogelijk is, zal op zijn minst vereist zijn dat de aanbieder de klant daarover duidelijk informeert in de overeenkomst. In het onderhavige geval heeft de aanbieder dat niet gedaan. De hierboven geciteerde tekst uit de overeenkomst verwijst op geen enkele wijze naar de wijze van salderen die in de eindafrekening is gehanteerd. Er wordt daarin immers gesproken van het verrekenen op jaarbasis (en dus niet op maandbasis).
De volgende vraag is hoe er dan afgerekend moet worden. Gelet op het voorgaande dient eerst de op jaarbasis hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar weggestreept te worden. Het aantal kWh dat resteert, onttrokken dan wel ingevoed, wordt gefactureerd. Op dit moment is niet wettelijk vastgelegd op welke wijze dit dient te gebeuren in een situatie waarbij het tarief in de factuurperiode varieert. In afwachting van nadere regelgeving op dit punt heeft de commissie ook al in eerdere uitspraken (volgens de uitspraak met referentiecode: 183496/187832) aanwijzingen gegeven hoe het aantal kWh dat resteert, onttrokken dan wel ingevoed, dient te worden gefactureerd in het geval partijen dat niet nader met elkaar zijn overeengekomen. Het komt de commissie redelijk en billijk voor dat het aantal kWh dat resteert nadat de op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar zijn weggestreept voor zover niet voor alle perioden eenzelfde invoedingstarief geldt wordt berekend aan de hand van de formule:
• Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een tariefperiode, gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (= resultaat van de saldering). Het aldus aan een tariefperiode toegerekend verbruik wordt afgerekend tegen het tarief van de betreffende periode;
• Voor het geval er minder verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een tariefperiode, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering). De aldus aan een bepaalde tariefperiode toegerekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van die tariefperiode.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat het de ondernemer niet is toegestaan jegens de klant een terugleververgoeding te hanteren die niet gelijk is aan het leveringstarief.
De aanbieder stelt een nieuwe jaarnota voor de klant op langs de lijnen als hiervoor uiteengezet.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 8 juli 2024.