Commissie: Water
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
717003/759771
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde dat jarenlang te hoge schattingen van het waterverbruik waren toegepast, omdat geen meterstanden waren doorgegeven. Na het alsnog doorgeven van de juiste stand bleek dat het werkelijke verbruik veel lager lag dan gefactureerd. De ondernemer corrigeerde deels, maar volgens de consument onvoldoende. De commissie oordeelde dat de berekening van de consument juist was en dat de gehanteerde schattingen niet navolgbaar waren. De klacht is gegrond: de ondernemer moet nog 831 m³ water crediteren en daarnaast € 27,50 klachtengeld vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De ondernemer dient 831 m³ water te crediteren.
Beoordeling
Standpunt van de consument
[Leverancier] heeft al jaren het waterverbruik te hoog ingeschat omdat er vanwege gezondheidsredenen geen feitelijke watermeter standen waren doorgegeven. Op 26-6-2024 is de watermeter stand doorgegeven. [Leverancier] heeft aangegeven over een periode van 5 jaar terug te verrekenen.In casu betekent dat van 27-6- 2019 t/m 27-6-2024. [Leverancier] geeft zelf aan dat het daadwerkelijke verbruik in die 5 jaren 1490 m3 is geweest. Mijn vader heeft in die 5 jaren voor 2650 m3 betaald. [Leverancier] heeft slechts 329m3 gecorrigeerd/terugbetaald wat overeenkomt met een bedrag van € 719,79.
Er had over die periode (op basis van hun eigen facturen en de in rekening gebrachte hoeveelheden water) echter 2650 – 1490 = 1160 m3 terugbetaald moeten worden. Dit betekent dat er nog een correctie van 1160 – 329 = 831 m3 zou moeten komen. Dit komt overeen met een bedrag van ongeveer € 1818,– wat nog terugbetaald zou moeten worden.
Standpunt van de ondernemer
De consument is al vele jaren contractant voor de drinkwaterlevering voor [adres]. Jaarlijks wordt de consument om een meterstand gevraagd voor het opmaken van de jaarlijkse afrekening. Helaas heeft de consument dat lange tijd niet meer gedaan, waardoor [leverancier] zich steeds genoodzaakt zag de stand te schatten. Op meegezonden overzicht zijn de meterstanden weergegeven. [Leverancier] tracht al enige tijd het aantal geschatte meterstanden omlaag te brengen. Daarom wordt op 23 augustus 2023 een extra bericht aan de consument gezonden met het verzoek een afspraak te maken met een buitendienstmedewerker van [leverancier] zodat de meterstand gecontroleerd kan worden Hierop komt echter geen reactie, waardoor de meterstand wederom geschat moet worden voor de periodeafrekening Op 27 juni 2024 neemt de dochter van de consument (tevens gemachtigde voor dit dossier) telefonisch contact op met [leverancier]. Zij geeft aan dat de schattingen van het verbruik te hoog zijn geweest. Middels een foto van de watermeter maakt zij duidelijk dat de meterstand op dat moment 1836 m³ is. Op basis van deze doorgegeven meterstand wordt op 20 juli 2024 een correctiefactuur opgesteld waarbij de periodeafrekening van 2023 komt te vervallen. Bij de berekening van deze correctiefactuur is echter wel rekening gehouden met de wettelijke verjaringstermijn van 5 jaar. Op de overeenkomst tussen de consument en [leverancier] zijn de Algemene Voorwaarden Drinkwater [leverancier] (bijlage 6) van toepassing. Artikel 10.2 geeft dat “Eén keer per jaar wordt de stand van de meetinrichting door de verbruiker opgenomen en op een door het bedrijf te bepalen wijze en binnen een door het bedrijf aangegeven termijn ter kennis van het bedrijf gebracht. Dit laat onverlet het recht van het bedrijf om zelf de meterstand op te nemen. “ Daarnaast geeft artikel 10.3: “Indien de verbruiker niet heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in lid 2 van dit artikel of het bedrijf redelijkerwijs niet in staat is de stand van de meetinrichting op te nemen of indien bij het opnemen van de meter een fout is gemaakt, mag het bedrijf de omvang van de levering bepalen overeenkomstig het gestelde in artikel 13 lid 2 van deze algemene voorwaarden, onverminderd het recht van het bedrijf om het werkelijk geleverde alsnog vast te stellen aan de hand van de stand van de meetinrichting en dat in rekening te brengen.” Kort gezegd ligt de verplichting voor het doorgeven van een meterstand voor de jaarlijkse afrekening bij de consument. Komt deze stand niet, dan is [leverancier] gerechtigd de meterstand te schatten teneinde de afrekening te kunnen opmaken.
Artikel 3:307 BW geeft de verjaringstermijn voor vorderingen uit een contractuele relatie: “Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden.” Al eerder (o.a. inzake geschil 132436/146213) heeft de Geschillencommissie Water geoordeeld dat de verjaringstermijn voor drinkwaterfacturen 5 jaar is en dat deze ook mag worden toegepast door de drinkwaterbedrijven. Wat betreft de toepassing van de verjaringstermijn kan dan ook geen discussie zijn. Rest alleen nog de exacte berekening van de toegepaste correctie. Hierover verschillen partijen van mening. Echter, o.i. leest de consument de correctiefactuur niet juist. Het teveel in rekening gebrachte verbruik van de periode tot 1 oktober 2022 is berekend op 833 m³ credit Dit is op de correctiefactuur ook in mindering gebracht Vervolgens is het verbruik van de periode van 1 oktober 2022 tot en met 27 juni 2024 (de datum van de foto) bepaald, en het verschil, zijnde 329 m³ is gecrediteerd. Na aftrek van het verschuldigde vastrecht van die periode en alle in rekening gebrachte termijnen was er uiteindelijk een creditbedrag ad € 719,79 wat is gerestitueerd. Hetgeen de consument stelt nog recht op te hebben, is dan ook wel degelijk meegenomen in de creditering.
Oordeel van de commissie
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie van oordeel dat het op de manier van berekenen van de correctie door de consument niets valt af te dingen. De schattingen waarop de ondernemer zich beroept zijn naar het oordeel van de commissie niet navolgbaar. Omdat de commissie het precieze bedrag waarop de consument recht heeft, niet kan berekenen, komt zij tot de volgende beslissing.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen 4 weken na datum verzending van dit bindend advies een bedrag overeenkomstig 831 m³ water aan de consument te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 3 april 2025.