Treinstaking is overmacht

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Vervoer    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI09-0085

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 13 februari 2008 met de reisorganisator tot stand gekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor twee personen (zonder korting) met een rondreis per vliegtuig, trein en bus naar diverse plaatsen in Peru, Chili met verblijf in diverse hotels op basis van logies, voor de periode van 10 oktober tot en met 8 november 2008 voor de som van € 5.558,–.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.   Klager stelt voorop dat hij het een bezwaar vindt dat de reisorganisator uitsluitend gebruikt maakt van lokale agenten, omdat de contacten met de reisorganisator dan steeds over de lokale agenten lopen. Op 30 oktober 2008 kreeg klager te horen dat de geboekte tweedaagse Inca-trail geen doorgang zou vinden omdat de treinen vanwege een treinstaking (van 4 tot en met 7 november 2008) niet zouden rijden. Later bleek dat het ging om acties van de plaatselijke bevolking. Door Peru rail werden de ritten daarom afgelast. Wel is raar dat de vierdaagse Inca-trail wel doorging. Verder is klager gebleken dat al twee weken voor 4 november 2008 bekend was dat de trein niet zou rijden. Dat de Inca-trail niet doorging was een grote teleurstelling, zodat het de vraag was of klager ooit de Machu Picchu zou zien. Na omboeking zou de groep op 2 november 2008 de Machu Picchu gaan zien. Een financiële domper was dat het bedrag van € 199,– p.p. voor de Inca-trail niet werd terugbetaald en dat voor het bezoek aan de Machu Picchu $ 88,– p.p. moest worden bijbetaald. Klager heeft dit bedrag onder protest betaald, want hij wilde wel de Machu Picchu zien. Klager is van mening dat beide bedragen behoren te worden vergoed. Verder acht klager onjuist dat zuurstof niet aanwezig was op de hoog gelegen delen, wat wel was toegezegd. Klagers vrouw had last van hoogteziekte en de aanwezigheid van zuurstof had haar veel ellende kunnen besparen.   Ter zitting heeft klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Het bezoek aan de Machu Picchu zat ook in de geboekte reis. Een beroep op de annuleringsverzekering is afgewezen. Klager accepteert dat de trail geen doorgang kon vinden.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.   Ten gevolge van treinstakingen in Cusco kon de vooraf geboekte tweedaagse Inca-trail geen doorgang vinden. De reisorganisator heeft getracht een zo goed mogelijk alternatief te bieden zodat de een bezoek aan de Machu Picchu in ieder geval doorgang kon vinden. De extra daaraan verbonden kosten waren $ 88,– p.p.. Er is sprake van een overmachtsituatie als bedoeld in artikel 12 lid 3 van de ANVR Reisvoorwaarden. In dat geval draagt ieder, de reiziger en de reisorganisatie, zijn eigen schade. Voor de reisorganisator bestaat die schade onder andere uit het inzetten van extra menskracht, het bedenken van alternatieve routes en voor de reiziger bestaat de schade soms uit extra reis- en verblijfskosten. Uit coulance heeft de reisorganisator besloten de helft van extra kosten van het bezoek van de Machu Picchu te restitueren (in het geval van klager $ 88,–) . Dit aanbod is een alleszins coulant gebaar. Anders dan klager veronderstelt, heeft de reisorganisator door het afgelasten van de Inca-trail geen kosten bespaard. Alle geboekte onderdelen zijn volledig doorbelast aan reisorganisator. De reisorganisator beschikt over een netwerk van betrouwbare agenten, zoals ook in de brochure is aangegeven. De agent is de aangewezen persoon om in noodsituaties hulp te bieden juist door zijn bekendheid ter plaatse. Op de door klager bezochte hoogte treden normaliter geen grote problemen door hoogteziekte op. Uit navraag blijkt dat geen toezegging is gedaan dat zuurstof meeging.   Ter zitting heeft de reisorganisator verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De excursie naar Machu Picchu bracht extra kosten met zich mee. Deze kosten komen voor rekening van de reiziger omdat zij het gevolg zijn van overmacht. Als de voorgestelde excursie niet was geaccepteerd zou het basisprogramma zijn uitgevoerd.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie neemt als uitgangspunt dat de door klager geboekte Inca-trail geen doorgang heeft gehad door een treinstaking al dan niet verband houdend met acties van de plaatselijke bevolking. Als de reis niet volgens de overeenkomst verloopt, is de reisorganisator verplicht de schade van de reiziger te vergoeden tenzij de tekortkoming niet aan de reisorganisator is toe te rekenen (artikel 12 lid 2 ANVR Reisvoorwaarden). Dat is het geval indien sprake is van overmacht. Volgens artikel 12 lid 4 wordt onder overmacht verstaan “abnormale en onvoorzienbare omstandigheden (…) waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden”. De commissie is van oordeel dat geschetste omstandigheden die de uitvoering van de Inca-trail hebben verhinderd, volgens deze maatstaf overmacht opleveren. Dat leidt ertoe dat (volgens artikel 13 lid 2) dat “ieder zijn eigen schade draagt”. Voor de klager betekent dit hij geen aanspraak kan maken op vergoeding van de kosten van de afgelaste Inca-trail (€ 199,– p.p.). In zoverre is de klacht dus ongegrond. De reisorganisator heeft ter compensatie van de weggevallen Inca-trail een bezoek aan de Machu Picchu georganiseerd en is van mening dat de kosten van deze excursie eveneens op grond van artikel 13 voor rekening van klager komen. De commissie overweegt daarover het volgende.   Artikel 11 lid 5 van de ANVR Reisvoorwaarden bepaalt dat de reisorganisator, indien een belangrijk deel van de overeengekomen diensten na aanvang van de reis wegvalt, passende alternatieve regelingen moet treffen met het oog op de continuering van de reis. Ten aanzien van de kosten van deze alternatieven wordt verwezen naar artikel 13. De vraag is dus of de excursie naar de Machu Picchu een passend alternatief is in de zin van artikel 11 voor het wegvallen van de Inca-trail. De commissie beantwoordt deze vraag bevestigend, daar de Inca-trail ook in de waardering van klager een hoogtepunt vormde van de overeengekomen diensten en klager zelf vreesde dat hij als gevolg daarvan de Machu Picchu nu niet zou zien. Voor de kosten betekent dit dat de reisorganisator terecht van klager heeft verlangd dat klager zelf de aan deze excursie kosten zou dragen. Ook hier geldt immers dat het wegvallen van een deel van de overeengekomen diensten niet aan de reisorganisator (de reiziger) is toe te rekenen, zodat “ieder zijn eigen schade draagt”. Ten aanzien van de zuurstofvoorziening is niet aannemelijk gemaakt dat de reisorganisator een daarop betrekking hebbende toezegging niet is nagekomen. In de reisinformatie is daarover niets vermeld, terwijl voorts onduidelijk is gebleven dat namens de reisorganisator een hem bindende toezegging tot het meenemen van zuurstof is gedaan.   De klacht wordt daarom ook overigens ongegrond geoordeeld.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door klager verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 13 maart 2009.