Trilling in tweedehandsauto geen reden voor ontbinding: klacht consument afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 254745/407232

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een klacht ingediend bij de Geschillencommissie Voertuigen over een tweedehands Dacia Sandero Stepway uit 2016, die hij voor €9.950 heeft gekocht. Volgens hem trilt de auto tijdens het rijden, wat al merkbaar is vanaf 50 km/u. Ondanks meerdere reparatiepogingen door de ondernemer bleef het probleem bestaan. De consument voelt zich hierdoor onveilig en wil dat de koop wordt teruggedraaid, of dat hij een vervangende auto krijgt, of dat de auto alsnog wordt hersteld. De ondernemer stelt dat de auto veilig is en dat de trilling een normale eigenschap is van dit type voertuig. Een onafhankelijke deskundige bevestigde dat zowel de auto van de consument als een vergelijkbare auto dezelfde trilling vertonen, en dat dit technisch niet te verhelpen is. De commissie oordeelt dat de auto geschikt is voor normaal gebruik en geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid. Omdat de consument al 20.000 km zonder incident heeft gereden, is er geen sprake van non-conformiteit. De klacht is daarom ongegrond en het verzoek van de consument wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Onderwerp van het geschil betreft in de kern de vraag of de auto die de ondernemer aan de consument heeft verkocht en geleverd vanwege een trilling die zich voordoet tijdens het rijden met de auto maakt dat de auto niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 7 januari 2023 heeft de consument bij de ondernemer voor €9.950,- een Dacia Sandero Stepway uit 2016 gekocht. Na levering is door de consument geconstateerd dat de auto hevig trilt bij het rijden van hoge snelheden. Al vanaf 50 km/per uur is er tijdens het rijden een trilling voelbaar in de auto. De consument heeft hierover meermaals (binnen de garantietermijn) bij de wederpartij geklaagd.

De auto is in totaal vier keer naar de wederpartij gebracht voor reparatie, waarbij verschillende werkzaamheden zijn uitgevoerd. Op 1 november 2023 is de wederpartij namens de consument in gebreke gesteld, gevolgd door de laatste reparatie op 20 november 2023. Hoewel de auto op 5 januari 2024 gereed was om opgehaald te worden, is het opnieuw niet gelukt om het eerdergenoemde gebrek te verhelpen. De consument ervaart nog steeds een trilling tijdens het rijden.

Door de trilling tijdens het rijden voelt de consument zich niet veilig bij het gebruik van de auto. De consument heeft de wederpartij meer dan voldoende gelegenheid gegeven om de gebreken op te lossen. Nu de wederpartij niet zorgt voor herstel van de gebreken zou de consument gezien de ernst van de gebreken, waarbij de nadruk verdient dat de auto niet veilig kan worden gebruikt, verzoekt de consument de commissie:

– (primair) de ondernemer te veroordelen om binnen 10 dagen na de beslissing te voldoen aan de verplichting tot ongedaan making die voortvloeit uit de ontbinding van de overeenkomst. Dit houdt in dat de ondernemer het aankoopbedrag van € 9.950 aan de consument dient terug te betalen en de auto terug te nemen;
– (subsidiair) de ondernemer te veroordelen om binnen 10 dagen na uw beslissing de consument een adequaat alternatief voertuig aan te bieden ter vervanging van zijn huidige auto;
– (meer subsidiair) de ondernemer te veroordelen tot het herstellen van de auto, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen zes weken na uw beslissing.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wij zijn van mening dat de auto productconform is. Dat hadden wij graag laten zien aan de consument door hem te laten rijden met een gelijke auto. Later hebben wij ook het aanbod gedaan om een onafhankelijk expert deze kwestie te laten onderzoeken.
De Dacia Sandero van de consument is 100% veilig. Inmiddels heeft hij naar onze schatting ruim 20.000km gereden zonder enig incident. Zijn stelling dat de auto onveilig is, wordt niet onderbouwd.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Bij aanvang van ons onderzoek aan het bovengenoemde voertuig hebben wij deze aan een korte inspectie onderworpen. Hieruit hebben wij vastgesteld dat het voertuig in een goede staat verkeerde.
De velgen en banden bleken onbeschadigd te zijn. De banden waren voorzien van voldoende profiel.
Wij hebben vervolgens het voertuig, in de aanwezigheid van de consument, aan een uitgebreide proefrit onderworpen. Hiervoor hebben wij over verschillende trajecten gereden met het voertuig.
Tijdens de rit hebben wij een trilling in het voertuig waargenomen, welke direct na het wegrijden tot aan snelheden van 90 km/u waarneembaar waren. De omstandigheden lieten het ons niet toe om sneller te rijden met het voertuig.
De trilling was voornamelijk waarneembaar in de carrosserie van het voertuig, en in een zeer lichte mate in het stuurwiel.
Omdat er tijdens ons bezoek aan de ondernemer geen vergelijkend voertuig beschikbaar was, voor het vergelijken van het voertuig, hebben wij met de consument en ondernemer afgesproken een gelijk type
voertuig te gaan zoeken. Hiermee zouden wij dan een vergelijkend onderzoek kunnen uitvoeren, en het functioneren van het bovengenoemde voertuig kunnen vergelijken met het functioneren van het ter vergelijking verkregen referentievoertuig.
Op 28 november 2024 hebben wij een gelijk type voertuig beschikbaar gekregen van een autobedrijf te [plaatsnaam]. Hiermee hebben wij gezamenlijk met de consument een uitgebreide proefrit gemaakt.

Het beschikbaar gestelde referentievoertuig.
Tijdens de rit met het beschikbaar gestelde referentievoertuig hebben wij eveneens een trilling in de carrosserie en aandrijving waargenomen. De trilling was eveneens tijdens het rijden met lagere snelheden, en tot 80 km/u waarneembaar. Wij hebben met het referentievoertuig eveneens niet sneller kunnen rijden omdat de omstandigheden dit niet toelieten. Uit onderzoek hebben wij vastgesteld dat beide voertuigen, het voertuig van de consument en het referentievoertuig, gelijk functioneren.

Herstel
Herstel is technisch niet mogelijk. Er is spraken van een eigenschap van het voertuig, welke het gevolg is van de door de fabrikant in het voertuig gekozen techniek. Deze techniek kan niet gewijzigd worden.
Er is spraken van een producteigenschap.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument baseert zijn vordering op de stelling dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en daarmee non-conform is. De commissie is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Redengevend hiervoor is het volgende.

Bij de beoordeling gaat de commissie veronderstellende wijs ervan uit dat de aankoop van de auto door de consument een consumentenkoop is in de zin van artikel 7:5 lid 1 BW, dat de ondernemer handelt in de uitoefening van een bedrijf en dat de consument een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een bedrijf. Gelet op de stukken is de commissie van oordeel dat aan de (pre)contractuele informatieplichten als genoemd in artikel 6:230l BW is voldaan.

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Gelet op het tweede lid van dit artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (en is daarmee sprake van non-conformiteit). De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.

Het conformiteitsvereiste is voor een consumentenkoop tegen de achtergrond van de genoemde bepaling nader uitgewerkt in artikel 7:18 en 18a BW. Voor de vraag of een op grond van een consumentenkoop afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, moet de zaak met name voldoen aan in deze bepalingen nader omschreven eisen, voor zover die in een concreet geval van toepassing zijn.

De wetgever heeft onderscheid gemaakt tussen zogenoemde subjectieve (artikel 7:18 lid 1 BW) en objectieve (artikel 7:18 lid 2 BW) conformiteitseisen. Die sluiten op elkaar aan, maar zijn niet altijd strikt te scheiden. Zo moet de zaak (voor zover van toepassing) wat betreft de beschrijving, het type en kwaliteit voldoen aan de overeenkomst (artikel 7:18 lid 1 sub a BW) en moet de zaak geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt alsook de kenmerken bezitten, onder meer met betrekking tot duurzaamheid en functionaliteit, die voor hetzelfde type zaken normaal zijn en die de koper redelijkerwijs mag verwachten, gelet op onder meer de aard van de zaak (artikel 7:18 lid 2 sub a respectievelijk sub d BW). Een afwijking van de objectieve conformiteitseisen is alleen mogelijk als de consument hiervan uitdrukkelijk in kennis is gesteld én de consument die afwijking uitdrukkelijk en afzonderlijk heeft aanvaard (artikel 7:18 lid 6 BW).

Van belang is verder dat volgens vaste rechtspraak bij de koop van een tweedehandsauto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt aangenomen – overeenkomstig de huidige objectieve conformiteitsmaatstaven in het geval van consumentenkoop – dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. Onder omstandigheden kunnen ook andere afwijkingen van de verwachtingen non-conformiteit opleveren. Bezien moet worden wat de koper die tevens consument is, op grond van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper van de auto mocht verwachten. Een en ander moet worden getoetst aan artikel 7:17, artikel 7:18 en artikel 7:18a BW. De stelplicht en bewijslast van de non-conformiteit van de auto rusten op de koper.

Bij een consumentenkoop geldt verder het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW. Indien de afwijking van hetgeen is overeengekomen zich binnen één jaar na aflevering openbaart, wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Het is vervolgens aan de verkoper om te stellen en te bewijzen dat de zaak bij aflevering wel aan de overeenkomst beantwoordde.

De vraag is of de afgeleverde auto door de trilling die in de carrosserie en aandrijving waar te nemen is non-conform is en daarmee niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit is naar het oordeel van de commissie niet het geval. De consument mocht op grond van de overeenkomst verwachten dat de auto geschikt was voor normaal gebruik, te weten dat daarmee op de openbare weg mocht en kon worden gereden. Naar het oordeel van de commissie is gelet op de dossierstukken in voldoende mate komen vast te staan dat dit het geval is. Niet gebleken is dat de auto wegens gevaar voor de verkeersveiligheid de weg niet op zou mogen en niet normaal kan worden gebruikt. Niet weersproken is dat de consument inmiddels ruim 20.000km heeft gereden zonder enig incident. Niet gebleken is dat de consument om een andere dan voornoemde redenen niet voldoet aan de overeenkomst.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R. Vlasveld, mevrouw mr. R. Jelicic, leden, op 21 februari 2025.

Opslaan als PDF