Tuchtcommissie onbevoegd om klacht over vermeende meineed te beoordelen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals    Categorie: (On)bevoegdheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 827652/1081191

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een klacht dat de beklaagde tijdens een getuigenverhoor op 19 februari 2024 bij de rechtbank Midden-Nederland meineed zou hebben gepleegd. De klager vond dat de beklaagde onder ede een onjuiste verklaring had afgelegd. De Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals heeft echter geoordeeld dat zij niet bevoegd is om deze klacht te behandelen. Volgens de commissie is meineed een strafbaar feit en alleen de strafrechter mag beoordelen of daarvan sprake is, nadat de officier van justitie hierover een beslissing heeft genomen en een strafzaak is gestart. Omdat de commissie niet mag oordelen over mogelijke strafbare feiten, heeft zij zich onbevoegd verklaard en de klacht niet inhoudelijk behandeld.

De volledige uitspraak

De beoordeling van de bevoegdheidsvraag

Meineed
De kern van de klacht is dat volgens de klager de beklaagde op 19 februari 2024 tijdens een getuigenverhoor in een civiele procedure bij de rechtbank Midden-Nederland meineed heeft gepleegd.

De commissie stelt vast dat het plegen van meineed een strafbaar feit is. De beoordeling of er meineed is gepleegd is daarom voorbehouden aan de strafrechter nadat de officier van justitie hierover een beslissing heeft genomen en een dagvaarding uit heeft doen gaan. De commissie is gelet hierop van oordeel dat zij niet bevoegd is om deze klacht in behandeling te nemen, nu zij niet mag beoordelen of de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie
– verklaart zich onbevoegd om de klacht in behandeling te nemen.
Aldus beslist door de Tuchtcommissie Vastgoedprofessionals, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer G.W.J.M. van den Putten, mevrouw mr. M.C. de Gier, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 17 september 2025.

 

 

Opslaan als PDF