Tussenadvies over gevelisolatie en plaatsing waterdorpels bij renovatie

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig   Referentiecode: 707697/ 812605

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument klaagde over scheef geplaatste waterdorpels, witte aanslag op kozijnen en scheurtjes in het stucwerk na gevelrenovatie. De ondernemer stelt dat de plaatsing conform afspraak is uitgevoerd en dat vervanging technisch bezwaarlijk is. Een deskundige bevestigde dat de gevelisolatie en afwerking esthetisch en technisch correct zijn, maar constateerde beperkte scheurvorming en onvoldoende overstek van de dorpels. Omdat nog onduidelijk is of alternatieve geleiders technisch geschikt zijn en of de kozijnbehandeling adequaat was, laat de commissie een aanvullend deskundigenonderzoek uitvoeren.

De volledige uitspraak

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt heeft op 16 juni 2023 een overeenkomst gesloten met [bedrijf] voor het isoleren van de gevel, het plaatsen van nieuwe dorpels onder de kozijnen en het stucen en sausen van de muren voor een bedrag van in totaal € 37.451,50. Na oplevering van de werkzaamheden constateerde [derden] de volgende gebreken:

– Vijf waterdorpels liggen scheef onder de kozijnen en steken niet ver genoeg uit de muur. Dit terwijl op voorhand is aangegeven dat de bestaande screens en geleiders weer op de waterdorpels zouden moeten vallen, dit is nu niet meer mogelijk.

– Op de kozijnen zit een witte sluier (spetters van het sauswerk), deze zijn naderhand niet schoongemaakt. De kozijnen kunnen enkel professioneel worden gereinigd. Recent heeft cliënt ook kleine scheuren in het stucwerk geconstateerd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is juist dat tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk is gesloten conform de offerte van 14 juni 2023, zoals deze door [derden] bij het verzoek is gevoegd. Aan deze offerte is een eerdere offerte voorafgegaan, waarin expliciet is aangegeven dat een hardsteen vensterbank 20cm is, zie bijlage 1.

2. Onjuist is dat [bedrijf] voorafgaand aan de werkzaamheden de geleiders van de screens heeft opgemeten. De afspraak was dat de vensterbanken zouden worden vervangen. Daarvoor heeft [bedrijf] de oude vensterbanken opgemeten (op overlengte) en daarop nieuwe besteld. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden bleek dat de buitenmuren veel slechter waren dan gedacht. Dat had gevolgen voor hoever de nieuwe vensterbanken uit de gevel zouden steken. Deze werkzaamheden heeft [bedrijf] samen met [derden] uitgevoerd en daarbij ook overleg gehad over de beste methode om de vensterbanken te plaatsen. Daarbij is de gevel zo vlak mogelijk gemaakt, maar blijft sprake van maatverschil in het overstekende deel. Dat heeft te maken met het feit dat de bestaande kozijnen niet in één lijn met elkaar staan en daar moest [bedrijf] op aansluiten.

3. [Derden] heeft zelf de maatvoering bij de kozijnen gedaan ten behoeve van het plaatsen van de geleiders van de screens. Naast deze maatvoering heeft [derden] ook ter plaatse de sparingen uitgemeten, uitgetekend en de isolatie weggezaagd. Bij dit werk moet [derden] de overstekende rand van de vensterbanken mee hebben genomen en dus geweten hebben wat de de uitstekende lengte was. Eerst daarna zijn de nieuwe geleiders voor de screens uit de verpakking gehaald en bleek dat deze behoorlijk grof waren; veel grover dan geleiders normaliter zijn. Daardoor vallen de screens niet overal op de vensterbanken. [Bedrijf] stelt zich op het standpunt dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het feit dat de screens niet overal op de vensterbanken vallen. [Bedrijf] heeft conform de overeenkomst de vensterbanken vervangen. De wijze waarop deze zijn geplaatst en hoe deze zijn geplaatst is in het werk besproken met [derden]. [Derden] heeft daaraan ook meegeholpen. Uit niets blijkt dat [bedrijf] hierin is tekortgeschoten. Als de Geschillencommissie daar anders over zou denken en zou menen dat [bedrijf] wel tekort is geschoten, dan geldt dat de vordering tot vervanging van de vensterbanken op technische bezwaren stuit. Met het vervangen zal het stucwerk vrijwel zeker beschadigen en heeft dat tot gevolg dat de twee gevels geheel of gedeeltelijk opnieuw gestukadoord en/of gesausd zal moeten worden. Met bijkomende kosten als een steiger etc. zullen de kosten oplopen tot meer dan € 10.000, –. Dit maakt dat de kosten van het vervangen van de vensterbanken niet in verhouding tot het gebrek (art. 7:759 lid 2 BW) en zulks dus ook niet van [bedrijf] kan worden verwacht. Een alternatief is het plaatsen van dunnere geleiders. Dat heeft [bedrijf] – en in samenspraak met fa Bakker Zonwering – meermaals aan [derden] voorgesteld. Dat is een relatief goedkope oplossing (kosten ca. € 1.500, –) en technisch en praktisch mogelijk. [Derden] vindt dat niet mooi en stelt dat dat niet in combinatie zou kunnen met de bestaande screens, maar volgens de expert van de zonwering is dat niet juist. Volgens [derden] zouden dan hele nieuwe screens besteld moeten worden, waarvan [derden] ook een offerte heeft bijgevoegd. Echter, het betreft hier screens van een heel andere kwaliteit dan die [derden] zelf heeft; het is er 1 meer dan [derden] had. Daarbij is in de offerte begrepen de voeding middels zonnecellen, waar [derden] eerst 220v had. De kosten daarvan, die lijken € 240,– per paneel te zijn (€ 1.920, –) kunnen nimmer voor [bedrijf] zijn. Immers, als er offerte was aangevraagd voor gelijkwaardige screens had er niets aan de electra te hoeven worden aangepast. Daarbij heeft [derden] dan hele nieuwe screens, terwijl hij nu gebruikte heeft. Als de Geschillencommissie al zou menen dat [bedrijf] in de kosten van nieuwe screens zou moeten bijdragen (wat niet wordt gevraagd door [derden]) dan zou het max op 7 ramen moeten gaan, zou het enkel om geleiders moeten gaan en dient een nieuw voor oud correctie te worden toegepast, waarbij ook gelet zal moeten worden op het kwaliteitsverschil. Na verloop van tijd heeft [derden] erover geklaagd dat sprake is van scheurvorming in het stucwerk. Er is sprake van fijne haarscheurtjes die in het werk voor mogen komen. Dat is technisch gezien geen probleem. [Derden] klaagt over witte spetters op de kozijnen. Welke kozijnen duidt [derden] niet. Duidelijk is wel dat voordat de steiger werd verwijderd de werkzaamheden zijn gekeurd en goed bevonden. Dit was nadat [bedrijf] de kozijnen had schoongemaakt. Ter zake van de kozijnen boven kan dus niet meer geklaagd worden. 10. De kozijnen op de begane grond kunnen nog een keer gereinigd worden. Als dat nog aan de orde is, kan [bedrijf] dat doen. Vanwege het feit dat de laatste termijn onbetaald werd gelaten, heeft [bedrijf] zijn eventuele verplichting hiertoe opgeschort en omdat partijen langdurig getracht hebben tot een minnelijke regeling te komen, was dit een onderdeel daarvan en is het om die reden nog niet uitgevoerd. 11. Aan de offerte van [autopoetsbedrijf] kan geen waarde worden gehecht. Dit is een autopoetsbedrijf met geen kennis of kunde van kozijnen.

Rapport van de deskundige

Ter plaatse werd door de aanwezigen het volgende aangegeven: De woning dateert vanuit + 1930. De woning is aan de binnenzijde voorzien van voorzetwanden en heeft een massieve steens dikke baksteenmetselwerkconstructie. De gevels waren van oudsher voorzien van stukadoorswerk op basis van een sierpleisterafwerking (met daaronder een cement bevattende raap-/uitvlaklaag). Deze vertoonde gebreken en deze afwerking is ten dele van de gevels verwijderd. Ten behoeve van het herstel is vooraf [leverancier] ingeschakeld om ter plekke een (mondeling) advies te verstrekken aangaande het toepassen van het [leverancier] [gevelisolatiesysteem]. Naar aanleiding hiervan is gekozen voor 80 mm dikke [merk] isolatieplaten (boven maaiveldniveau) en Perimeterisolatieplaten (beneden maaiveldniveau). Deze isolatieplaten zijn in een periode voor de zomervakantie, vanaf een tegen weersinvloeden afgedekt steiger, middels verlijming op de bestaande geveloppervlakken aangebracht. De isolatieplaten zijn hierna nog voorzien van additionele bevestiging met schotelpluggen. Rondom de (deels nieuwe) kunststof kozijnen zijn in eerste instantie stroken oud geveloppervlak in het zicht gelaten, dus niet direct met isolatieplaten bekleed, om hier de nieuwe hardstenen waterslagen te kunnen stellen. Na het stellen van de hardstenen waterslagen (met hardstenen neuten), die in een breedte/diepte van 220 mm, zijn toegepast, dit met uitzondering van het keukenraam op begane grondniveau waar 200 mm is toegepast, zijn deze aan de onderzijde verlijmd met een specie c.q. vastgezet met een mortel. Vervolgens zijn de isolatieplaten rondom de kozijnen verlijmd en geplugd en zijn hierin houten klossen (bekleed met Wediplaten) opgenomen (t.b.v. het bevestigen van de geleiders en screens). Na de zomervakantie zijn de gevels (voorzien van de isolatieplaten) gestukadoord middels het stellen van profielen, het aanbrengen van een uitvlaklaag (in twee lagen toegepast i.v.m. het overbruggen van onvlakheid in de gevels) waarin in de buitenste laag een laag wapeningsweefsel (spanning verdelende laag) werd toegepast. Hierna zijn deze geveloppervlakken voorzien van de eindafwerklaag op basis van schuurwerk. Na droging van het stukadoorswerk is de gevelafwerking voorzien van een primer- en twee verflagen. Aan de onderzijde van de gevels is hierbij, als smetrand, de verf in een andere kleur toegepast. Ter plaatse werd door de deskundige het volgende geconstateerd: Voorgevel Het geveloppervlak, voorzien van gevelisolatiesysteem en afgewerkt met een schuurwerkafwerking (en geschilderd), toont visueel correct van esthetische kwaliteit. Een gevelisolatiesysteem wordt “ondergrond volgend” aangebracht. Hierbij is duidelijk waarneembaar dat de neggekanten rondom de 4 raamopeningen (2 op begane grond- en 2 op 1e verdiepingsniveau) overwegend, per raam, dezelfde breedte c.q. diepte hebben en voldoende haaks zijn uitgevoerd (dit varieert van 152 tot maximaal 165 mm breed). Deze wisselingen in de breedte van de neggekanten per raamopening komen voort c.q. zijn ontstaan vanuit onvlakheid aan het oppervlak van de (oude) bouwkundige gevelconstructie van deze woning. Aan de onderzijde van de raamopeningen zijn hardstenen waterslagen met hardstenen neuten aanwezig. De voorzijde van de neuten ligt hierbij in hetzelfde verticale vlak als het geveloppervlak. De hardstenen waterslagen hebben ten opzichte van voorzijde geveloppervlak een overstek van: Raamopening links b.g.g. – 29 mm links en 29 mm rechts Raamopening rechts b.g.g. – 23 mm links en 28 mm rechts Raamopening rechts 1e verdieping – 23 mm links en 22 mm rechts Raamopening links 1e verdieping – 24 mm links en 23 mm rechts Het oppervlak van de kunststof kozijnen bevat plaatselijk een zeer lichte witte -of doffe waas. Ter plaatse van de verticale neggekanten van de 4 raamopeningen werd met een (nieuwe) geleiderail ter indicatie de beschikbare breedte/diepteligging ten opzichte van de boven- en voorzijde van hardstenen waterslagen beoordeeld. Hierbij is zichtbaar dat deze geleiderail soms tot meer dan de helft buiten c.q. voorbij de voorzijde van de waterslagen valt. Aan het oppervlak van de gevelafwerking is aan de linkerzijde op + 1,70 m hoogte in horizontale richting een zeer smalle scheur zichtbaar (wijdte < 0,05 mm). Boven de twee raamopeningen op begane grondniveau zijn vanuit de doorvoerpunten twee korte scheurtjes zichtbaar (wijdte < 0,2 mm) (foto 45 t/m 48). Deze scheuren zijn kleiner dan 0,2 mm en dienaangaande niet watervoerend (c.q. er vindt hierbij geen capillaire wateropname in de gevelafwerking plaats).

Rechterzijgevel

Het geveloppervlak, voorzien van gevelisolatiesysteem en afgewerkt met een schuurwerkafwerking (en geschilderd), toont visueel correct van esthetische kwaliteit. Een gevelisolatiesysteem wordt “ondergrond volgend” aangebracht. Hierbij is duidelijk waarneembaar dat de neggekanten rondom de raamopening (1 op begane grondniveau) overwegend dezelfde breedte c.q. diepte hebben en voldoende haaks zijn uitgevoerd. Aan de onderzijde van de raamopening is een hardstenen waterslag met hardstenen neuten aanwezig. De voorzijde van de neuten ligt hierbij in hetzelfde verticale vlak als het geveloppervlak. De hardstenen waterslag heeft ten opzichte van voorzijde geveloppervlak een overstek van: Raamopening b.g.g. – + 33 mm links en + 33 mm rechts Het oppervlak van het kunststof kozijn bevat plaatselijk een zeer lichte witte -of doffe waas. Aan het oppervlak van de gevelafwerking is aan de linkerzijde van de hardstenen waterslag onder de raamopening een diagonale scheur zichtbaar (wijdte 0,1 mm). Aan de rechterzijde is hier in horizontale richting een zeer smalle scheur zichtbaar (wijdte 0,05 tot 0,1 mm) (foto 41 t/m 44). Deze scheuren zijn kleiner dan 0,2 mm en dienaangaande niet watervoerend (c.q. er vindt hierbij geen capillaire wateropname in de gevelafwerking plaats).

Achtergevel

Het geveloppervlak, voorzien van gevelisolatiesysteem en afgewerkt met een schuurwerkafwerking (en geschilderd), toont visueel correct van esthetische kwaliteit. Een gevelisolatiesysteem wordt in principe “ondergrond volgend” aangebracht. Hierbij is tevens duidelijk waarneembaar dat de neggekanten rondom de 3 raamopeningen (1 op begane grond (keuken)- en 2 op 1e verdiepingsniveau (slaapkamers) overwegend, per raam, dezelfde breedte c.q. diepte hebben en voldoende haaks zijn uitgevoerd (152 mm breed). Aan de onderzijde van de raamopeningen zijn hardstenen waterslagen met hardstenen neuten aanwezig. De voorzijde van de neuten ligt hierbij in hetzelfde verticale vlak als het geveloppervlak. De hardstenen waterslagen hebben ten opzichte van voorzijde geveloppervlak een overstek van: Raamopening keuken b.g.g. – 19 mm links en 14 mm rechts Raamopeningen 1 e verdieping – 24 mm links en 25 mm rechts Het oppervlak van de kunststof kozijnen bevat plaatselijk een zeer lichte witte -of doffe waas.

De gevelafwerking, het aangebrachte gevelisolatiesysteem, is esthetisch, en voor zover als zichtbaar ook technisch, correct uitgevoerd. Bij het aanbrengen van een gevelisolatiesysteem met gepleisterde afwerking is er hier, op basis van goed vakmanschap op stukadoors gebied, vanuit gegaan dat deze gevelafwerking, in een gelijkmatige laagdikte, zo vlak als mogelijk, en met neggekanten die evenwijdig zijn en zoveel mogelijk een gelijke breedte hebben, wordt uitgevoerd. Hierbij is het onvermijdelijk dat er, door onvlakheid aan het oppervlak van de bestaande, oude, gevelconstructie keuzes gemaakt dienen te worden ten aanzien de aansluiting van het gevelisolatiesysteem op vaste meet- of raakpunten (de hardstenen waterslagen in dit geval). Hierdoor kan aan een vooraf theoretisch benaderde aanbevolen lengte van een waterslag overstek van minimaal 30 mm (URL 0735 Uitvoeringsrichtlijn Vervaardiging van buitengevelisolatie met gepleisterde afwerking of BRL 1328-01), in verband met vervuiling, mogelijk niet geheel worden voldaan. In deze situatie waarbij onder de hardstenen waterslagen overwegend smalle c.q. lage geveldelen voorkomen zal dit vervuilingsgedrag zwak zijn. Het is niet mogelijk om dit gevelisolatiesysteem, in verband met de ontstane smallere overstekken van de hardstenen waterslagen en het vervangen hiervan, rondom de waterslagen te verwijderen zonder dat er schade ontstaat aan kozijnen en de vochtafdichting van dit gevelisolatiesysteem diepgaand wordt beschadigd. Tevens wordt het oppervlak van het gevelisolatiesysteem vanuit esthetisch oogpunt onacceptabel beschadigd waardoor de gehele geveloppervlakken overgemaakt zouden moeten worden.

Herstel is niet mogelijk. Aanbevolen worden de volgende technische oplossingen. De geleiderails van de screens kunnen aangepast worden door smallere exemplaren. De screens kunnen bij gebruik zeer waarschijnlijk worden afgesteld op een maximale hoogte tot op de bovenzijde van de waterslagen en rusten dan hierbij niet op de bovenzijde van de waterslagen. De witte aanslag op de kunststof kozijnen dient op basis van reiniging door een professioneel reinigingsbedrijf te worden behandeld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie onderschrijft de rapportage van de deskundige met betrekking tot het stukadoorswerk. Ter zitting heeft de commissie naar aanleiding van de bespreking van het deskundigerapport nog onvoldoende duidelijkheid gekregen om een beslissing te kunnen nemen. Daarom zal de commissie een andere deskundige vragen om een aanvullend onderzoek te doen. Deze deskundige dient zich met name uit te laten over het volgende. Volgens de consument is het niet mogelijk dunnere geleiders te plaatsen, reden waarom de screens zouden moeten worden vervangen. De geleiders kunnen mogelijk worden vervangen van eindkappen. De vraag is of bij de voorgestelde oplossing niet het gevaar bestaat dat de wind onder de screens komt. Ook zouden naar aanleiding van het advies van de deskundige de kunststofkozijnen niet zozeer zijn gereinigd maar behandeld met een coating. Het is de vraag of dit een adequate behandeling is. De deskundige dient ook aandacht te besteden aan de waterdorpel van de aanbouw die in het rapport niet is behandeld.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.

De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen.

Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden.

Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, de heer H.H. van der Linden, leden, op 17 april 2025.

Opslaan als PDF