Tussenvonnis: herstel en schadevergoeding bij opleveringsgebreken appartement

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Garantiewoningen    Categorie: Herstel / Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Tussen Vonnis   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 301203/488713

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De Geschillencommissie Garantiewoningen heeft geoordeeld over klachten van een consument tegen een ondernemer bij de oplevering van een nieuwbouwappartement. De consument klaagde over slechte betonafwerking, scheef geplaatst balkonglas, problemen met de aansluiting van binnenwanden op de glazen pui, binnendeuren die onvoldoende geluid weren en het ontbreken van een inregelrapport van de installatie. De commissie vond dat de betonafwerking en het balkonglas niet voldeden aan wat de consument mocht verwachten en kende hiervoor samen € 5.750 schadevergoeding toe, plus wettelijke rente. Voor de andere punten moet de ondernemer eerst actie ondernemen: een onafhankelijke geluidsmeting laten uitvoeren, een verklaring van de leverancier over de deuren en kozijnen aanleveren, en het inregelrapport van de installatie verstrekken. Pas daarna volgt een definitief oordeel. De klacht is dus deels toegewezen en deels aangehouden.

De volledige uitspraak

Ondergetekenden:

de heer mr. P.L. Alers te Almelo, de heer R. Deul te Yerseke, mevrouw mr. drs. S. Meinhardt te Oegstgeest, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage

De bevoegdheid van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: de commissie) tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals opgenomen in de tussen de ondernemer en de consument gesloten koop-/aannemingsovereenkomst met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 1 januari 2020 en het bijbehorend Garantiesupplement, bestaande uit de modules I E en II P (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, welke ook (…) die naar aanleiding van de koop-/aannemingsovereenkomst (…) ontstaan, worden beslecht bij wege van arbitrage door de Geschillencommissie Garantiewoningen overeenkomstig de regelen beschreven in het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen, zoals deze luiden op de dag van het aanhangig maken van het geschil (…)”.

Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Utrecht vastgesteld

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vraag of het appartement dat de ondernemer in opdracht van de consumenten heeft gerealiseerd, gebreken heeft die moeten worden hersteld of waarvoor – als herstel niet mogelijk of wenselijk is – een financiële compensatie moet worden betaald.

Behandeling van het geschil

Op 10 februari 2025 heeft te Utrecht de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mevrouw mr. drs. I.M. van Trier als secretaris.

Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. De consument werd bijgestaan door de gemachtigde. Namens de ondernemer zijn verschenen: de heer [naam] en de heer [naam].

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken en hetgeen door de consument ter zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 18 december 2020 heeft de consument met de ondernemer een aannemingsovereenkomst gesloten voor de realisering van een nieuwbouwappartement. Het appartement is op 2 december 2022 opgeleverd. Er is sprake van diverse opleveringsgebreken. De consument heeft de ondernemer geruime tijd in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen, dan wel een financiële compensatie aan te bieden. Van deze gelegenheid heeft de ondernemer geen gebruik gemaakt. Er staan nog steeds enkele punten van het proces-verbaal van oplevering open, met – na uitvoerige correspondentie hierover tussen de consument en de ondernemer – geen uitzicht op een acceptabele oplossing.

De consument voert per gebrek, samengevat weergegeven, het volgende aan.

1 Afwerking beton
In maart 2022 – meer dan zes maanden vóór oplevering – heeft de consument tijdens een bezoek aan de bouwplaats geconstateerd dat de afwerking van het beton van slechte kwaliteit was: verschillende kleuren tussen balken, kolommen en plafonds, grindnesten, gaten, peuken in het beton, spijkers, lekkagesporen, etc. Een deugdelijke afwerking is in het project heel belangrijk, omdat er in de appartementen sprake is van veel zichtbeton. Van dit beton verwacht de consument dat het aan bepaalde esthetische standaarden voldoet, zoals getoond in de verkoopbrochure en de verkoopwebsite.
De betonafwerking voldoet (op onderdelen) niet aan de minimumeisen van het Bouwbesluit en daarmee niet aan de algemene garantienorm. Ook als de betonafwerking wel zou voldoen aan de minimumeisen, is de ondernemer tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Ondanks de omschrijving van de afwerking van de wanden, plafonds en kolommen in de technische omschrijving behoefde de consument immers niet te verwachten dat de afwerking uiteindelijk zo zou zijn als die nu is. De artist impressions, tezamen met het luxe karakter en de prijs van de appartementen/het gebouw en het feit dat de afwerking zoals uitgevoerd niet gebruikelijk is voor interieurs, maken dat de consument redelijkerwijs meer had mogen verwachten.
De consument maakt aanspraak op een schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 4.840,–, dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag.

2 Balkonglas
Het glas van het balkon is heel slordig, niet op één lijn (langs de zijkant) geplaatst. De ondernemer heeft dit opleveringsgebrek erkend, maar meteen al aangegeven dat dit niet is op te lossen. In een later stadium heeft de ondernemer voorgesteld een en ander af te werken met een strip. Los van dit voorstel van de ondernemer is en blijft de uitvoering niet zoals de consument mocht verwachten. Derhalve maakt hij aanspraak op een bedrag aan schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 8.370,00, zijnde 1% van koopprijs (€ 837.000,00), dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag.

3 Aansluiting binnenwanden op glazen pui
Bij de oplevering van het privégedeelte is geconstateerd dat op de gehele etage de aansluiting van de binnenwanden op de glazen pui voor wat betreft de regels van geluidwering en brandveiligheid niet voldoet aan het Bouwbesluit.
De ondernemer heeft in eerste instantie niet ontkend dat er niet aan de regels wordt voldaan, maar heeft verwezen naar de architect. Als oplossing zou er een wand voor de glazen pui geplaatst kunnen worden.
Later heeft de ondernemer te kennen gegeven dat twee van de drie aansluitingen voldoen. Het is echter heel onwaarschijnlijk dat de aansluiting tussen de badkamers en de slaapkamers aan de geldende normen voldoet, simpelweg omdat er gaten zitten waarin als oplossing gewoon blokjes hout zijn gedaan.

Nu de consument geen vertrouwen meer heeft in een goede en deugdelijke oplossing door de ondernemer, wenst hij een financiële compensatie. Hij maakt aanspraak op een bedrag van € 41.850,00, zijnde 5% van de koopprijs (€ 837.000,00), dan wel een in redelijkheid door de arbiters te bepalen bedrag. Hierbij is van belang dat dit – voor zo ver er überhaupt herstel mogelijk is – niet kan zonder herindeling van het appartement of grote verbouwing. Is herstel niet mogelijk, dan voldoet het appartement niet aan de normen van het Bouwbesluit (en daarmee niet aan de (algemene) garantienorm), waardoor sprake zal zijn van een aanzienlijke waardevermindering. Door de slechte aansluiting is duidelijk sprake van geluidsoverlast tussen de betreffende slaapkamer en de woonkamer en het is niet acceptabel dat er gaten zitten (weliswaar met blokjes hout gevuld) in de muren tussen badkamers en slaapkamers.

4 Binnendeuren
Bij de oplevering van het privégedeelte is geconstateerd dat in beide slaapkamers de deuren/kozijnen niet conform de regelgeving van het Bouwbesluit zijn wat betreft de geluidwering. Ook op dit punt heeft de ondernemer in eerste instantie verwezen naar de architect.
De ondernemer heeft de consument attesten van de deuren toegestuurd en in eerste instantie aangegeven dat de deuren voldoen. Deze attesten overtuigen niet.
Uiteindelijk heeft de ondernemer aangeboden twee deuren te vervangen en strips aan te brengen. Dit aanbod is niet alleen te laat, maar is ook onvoldoende. Om alsnog te voldoen aan de normen, moeten namelijk ook de kozijnen worden vervangen. De consument wenst ter zake een financiële compensatie. Hij maakt aanspraak op een bedrag van € 5.000,00, zijnde de kosten van herstel door een derde.

5 Inregelrapport
De ondernemer heeft geen inregelrapport WTW-installatie aangeleverd.

De consument vordert:
– ter zake van de afwerking van het beton de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de ondernemer van een bedrag van € 4.840,00, dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag aan schadevergoeding;
– ter zake van het balkonglas de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 8.370,00, dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag aan schadevergoeding;
– ter zake van de aansluiting van de wanden op de glazen pui de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 41.850,00, dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag aan schadevergoeding;
– ter zake van de binnendeuren en binnen kozijnen de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 5.000,00, dan wel een in redelijkheid door de arbiters vast te stellen bedrag aan schadevergoeding.

De consument vordert voorts voormelde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van indiening van de ‘memorie van eis’ (25 maart 2024) tot aan de dag der algehele voldoening.
Ter zitting heeft de gemachtigde van de consument een pleitnota voorgedragen. De inhoud daarvan moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Ten aanzien van de binnendeuren en binnenkozijnen heeft de consument ter zitting zijn eis gewijzigd in die zin dat hij niet langer een bedrag aan vervangende schadevergoeding wenst, maar afgifte van een certificaat van de leverancier (hierna te noemen: de leverancier) waaruit blijkt dat de nieuwe deuren, de bestaande kozijnen en de akoestische dichtingsstrips aan de eisen van het Bouwbesluit voldoen.

Ter zitting heeft de consument de klacht inzake krassen op de ingangsdeuren ingetrokken, zodat deze geen behandeling meer behoeft.
Voor wat betreft de overige gebreken heeft de consument zijn eis tot vervangende schadevergoeding gehandhaafd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken en hetgeen door de ondernemer ter zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

1 Afwerking beton
De betonnen elementen zijn destijds om constructieve redenen in het werk gestort. Op aangeven van de constructeur kon dit destijds niet worden uitgevoerd in geprefabriceerd beton en daarom heeft de ondernemer de firma [naam firma] opdracht gegeven het plafond geheel te behandelen, zo ook met betrekking tot de luchtbellen en grindnesten.

2 Balkonglas
De ondernemer heeft een voorstel gedaan om een rank en slank RVS-overzetprofiel aan de bovenkant van het glas te plaatsen waardoor er één rechte zichtlijn ontstaat. Tot op dit moment heeft de architect daar geen medewerking aan willen verlenen om haar moverende redenen.

3 Aansluiting binnenwanden op glazen pui
Het is correct dat de binnenwand niet op een juiste wijze aansloot op de stijl van het gevelkozijn, dat de architect had ontworpen. Het aanpassen van de gevelpui was niet mogelijk, omdat de architect hieraan geen medewerking wilde verlenen. De ondernemer heeft toch getracht tot een oplossing te komen, waardoor er op een pragmatische wijze een bouwkundige aansluiting kan worden gemaakt op het glas. Dit met voldoende massa teneinde de op grond van het Bouwbesluit juiste geluidsnormeringen te kunnen doorstaan.

4 Binnendeuren en binnenkozijnen
In een tussentijds overleg heeft de ondernemer de consument ervan kunnen overtuigen dat de deuren voldoen aan het Bouwbesluit. Echter, het aanpassen hiervan wilde de consument niet door de ondernemer laten uitvoeren. Daarom is afgesproken dat de leverancier van de deuren en kozijnen deze werkzaamheden op zich zal nemen. De leverancier zal een en ander conform de gestelde geluidswijzer ‘Bouwbesluit’ uitvoeren en hiervan een garantiecertificaat verstrekken aan de consument.

5 Inregelrapport
Het inregelrapport is destijds aan alle bewoners verstrekt. De ondernemer kan niet aannemelijk maken dat de consument voor de ontvangst van dit rapport heeft getekend. De ondernemer heeft de installateur verzocht hierover rechtstreeks contact op te nemen met de consument.

Financiële compensatie
De ondernemer betwist dat sprake is van waardevermindering van het appartement van de consument gezien alle maatschappelijke ontwikkelingen in de huidige woningmarkt.

Deskundigenrapport

De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door de heer F.C.H.M. van der Velden (hierna te noemen: de deskundige), die daarover op 4 oktober 2024 schriftelijk aan de commissie heeft gerapporteerd. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige.

De ondernemer en de consument hebben op het rapport gereageerd bij brief van 10 oktober 2024 respectievelijk 16 oktober 2024.

De deskundige heeft vervolgens op 31 oktober 2024 een aanvullende rapportage opgesteld.

Uitgangspunten

Voor de beoordeling van het geschil nemen de arbiters – naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en met inachtneming van de inhoud van de overgelegde stukken – het navolgende als uitgangspunt.

In de op 18 december 2020 tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst heeft de ondernemer zich jegens de consument als deelgerechtigde onder meer verbonden het gebouw met aanhorigheden, waarvan het aan de consument verkochte appartementsrecht deel uitmaakt, (af) te bouwen conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en – voor zover aanwezig – staten van wijzigingen, zoals aangegeven op de bij de aannemingsovereenkomst behorende situatietekening, zulks naar de eisen van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. Het appartement is op 2 december 2022 opgeleverd.

Ook is op genoemde aannemingsovereenkomst eerdergenoemde garantieregeling van toepassing verklaard. Op grond van de van toepassing zijnde artikelen van de garantieregeling heeft de ondernemer aan de consument gegarandeerd dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en installaties onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk zijn en bruikbaar voor het doel waarvoor zij zijn bestemd, een en ander voor zover ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. De ondernemer heeft gegarandeerd dat het privégedeelte voldoet aan deze garantienormen.

Beoordeling van het geschil

De arbiters overwegen als volgt.

Op grond van artikel 16 lid 2 sub g van het reglement bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval de vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de SWK Garantie- en Waarborgregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de SWK Garantie- en Waarborgregeling.

1 Afwerking beton
De deskundige heeft geoordeeld dat het betonoppervlak voldoet aan de beschreven esthetische kwaliteit. De arbiters zien echter aanleiding om af te wijken van de beoordeling van dit klachtonderdeel door de deskundige. Op basis van de door de consument overgelegde stukken zijn de arbiters van oordeel dat sprake is van een matige en slordige afwerking van het beton, die de consument, mede gelet op de prijs van het appartement, niet had hoeven te verwachten. Weliswaar kunnen aan een artist impression in het algemeen geen rechten worden ontleend, doch dat kan anders liggen als dat document bij ontbreken van iedere andere informatie het enige visuele document is waarop de consument zijn beslissing (mede) heeft gebaseerd. In die zin heeft de artist impression ten aanzien van afwerking van het beton andere verwachtingen kunnen wekken, dan de afwerking die in de praktijk is gerealiseerd. Dat de ondernemer werkzaamheden heeft doen verrichten waarbij het plafondoppervlak geheeld is behandeld en geschuurd, doet aan het voorgaande niet af. Uit de door de consument overgelegde vergelijkende foto’s blijkt immers dat op 11 oktober 2024 nog steeds sprake is van aftekeningen, roeststrepen, rafelige kistnaden, luchtbellen en grindnesten. Deze afwerking voldoet naar het oordeel van de arbiters daarmee niet aan de eisen van goed vakmanschap.

Toetsing aan de aannemingsovereenkomst
De conclusie uit het voorgaande is dan ook dat de ondernemer tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting uit hoofde van de aannemingsovereenkomst om het appartement te bouwen naar de eis van goed en deugdelijk werk.

De consument maakt aanspraak op een vervangende schadevergoeding van de ondernemer, omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de ondernemer om de klacht op te lossen. De ondernemer heeft ter zitting verklaard dat eerder is aangeboden om stucwerk uit te voeren, maar dat dit thans geen reële optie is, omdat de consument inmiddels in het appartement woont.
Gelet op het voorgaande ligt de eis tot vervangende schadevergoeding voor toewijzing gereed.
Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding heeft de consument gesteld dat het door hem gevorderde bedrag van € 4.840,00 is gebaseerd op het alsnog behandelen van het beton. Hij heeft in dit verband verwezen naar de door hem overgelegde e-mail met betrekking tot de kosten van de firma [naam firma] van 27 februari 2023.
De commissie stelt vast dat in de hiervoor vermelde e-mail slechts een heel grove indicatie van de kosten is gegeven en dat deze daarom niet kan worden gezien als onderbouwing van de door de consument beweerdelijk geleden schade. De commissie zal de door de ondernemer aan de consument te betalen schadevergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.750,00 inclusief BTW. De arbiters zullen ook de wettelijke rente als onbetwist toewijzen vanaf 25 maart 2024.

Toetsing aan de garantieregeling
De ondernemer heeft zich in de aannemingsovereenkomst tussen partijen tegenover de consument ook verbonden ter zake van de woning de verplichtingen uit de garantieregeling na te komen. De arbiters zijn van oordeel dat de consument een beroep toekomt op de garantieregeling. De commissie verwijst naar artikel 2.20 van Module 1E van de toepasselijke Garantie- en waarborgregeling 2020 van SWK, artikel 1.20. waarbij vaststaat dat de consument binnen de toepasselijke termijn van 2 jaar het gebrek aan de ondernemer heeft gemeld.

2 Balkonglas
De deskundige heeft in zijn rapport vermeld dat de glaspanelen deels niet strak en recht in elkaars verlengde zijn geplaatst. Volgens hem kunnen en moeten de glaspanelen alsnog recht en strak worden geplaatst en is een aluminiumprofiel over de glaspanelen te overwegen.
In reactie op het deskundigenrapport heeft de ondernemer aangeboden om te proberen de glaspanelen die enigszins uit het lood staan, opnieuw uit te lijnen. De consument heeft aangegeven weinig fiducie meer te hebben in een oplossing van de zijde van de ondernemer, omdat deze herhaaldelijk heeft laten weten dat dit punt niet verbeterd kan worden. Hij verlangt daarom een vervangende schadevergoeding.

Toetsing aan de aannemingsovereenkomst
De ondernemer heeft zich in de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst tegenover de consument onder meer verbonden het appartement te bouwen naar de eis van goed en deugdelijk werk.
De arbiters stellen vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de glaspanelen niet strak en recht zijn geplaatst.
Net als de consument zijn de arbiters er niet van overtuigd dat, nog afgezien van de vraag of daarover overeenstemming kan worden bereikt met de Vereniging van Eigenaren, herstel door middel van een aluminiumprofiel over de glaspanelen – zoals door de deskundige voorgesteld – feitelijk mogelijk is.
De arbiters zijn van oordeel dat de consument had mogen verwachten dat de glaspanelen op het balkon recht gesteld zijn, althans kunnen worden. Dat dit kennelijk niet kan, doet afbreuk aan het uiterlijk van het appartement. Daarom zullen de arbiters de consument een schadevergoeding toekennen.
De consument heeft de arbiters verzocht de ondernemer te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 8.370,00 zijnde 1% van de aanneemsom. Desgevraagd kon de consument niet nader onderbouwen waarom de schade 1% van de aanneemsom zou bedragen.
Met de consument zijn de arbiters van oordeel dat wel enige schadevergoeding op zijn plaats in nu vooral in esthetisch opzicht niet het resultaat is bereikt wat kon en mocht worden verwacht. Een schadevergoeding van € 2.000,00 wegens verminderd aanzicht achten de arbiters redelijk en billijk. De arbiters zullen ook de wettelijke rente als onbetwist toewijzen vanaf 25 maart 2024.

Toetsing aan de garantieregeling
De arbiters zijn van oordeel dat de consument geen beroep toekomt op de garantieregeling. Aangezien het balkonglas tot de gemeenschappelijke gedeelten moet worden gerekend, heeft slechts de Vereniging van Eigenaren (VvE) een eventuele aanspraak uit hoofde van de garantieregeling en het haar verstrekte garantiecertificaat en niet de individuele appartementseigenaar.

3 Aansluiting binnenwanden op glazen pui
De deskundige heeft in zijn rapport ten aanzien van dit punt – voor zover van belang – vermeld: “Waargenomen: Ervan uitgaande dat de binnenwanden dienen aan te sluiten op de gevelconstructie heeft de ondernemer een houten sandwichconstructie geplaatst voorzien van PS-isolatie van ca. 25 mm dik, bekleed met in kleur gecoat aluminium. Rondom deze constructie is geen afdichting (schuimband o.g.) aangebracht.
Beoordeling: Het Bouwbesluit afd. 3.4 geluidwering nieuwbouw, verwijst naar NEN 5077 waarin wordt gesteld dat een bepaald karakteristieke luchtgeluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie niet kleiner is dan 32 dB. Door het ontbreken van het schuimband voldoet de aansluiting waarschijnlijk niet aan deze eis”.
De consument heeft in reactie op het rapport van de deskundige aangevoerd dat geen sandwichconstructie is gebruikt, maar dat de aansluiting gewoon van grenenhout is zonder sandwich. Daardoor is er geen geluidswering tussen keuken en slaapkamer en tussen slaapkamer en badkamers.
De ondernemer heeft naar aanleiding van het rapport van de deskundige te kennen gegeven dat wel degelijk schuimband (compriband) is aangebracht.

Gelet op de verschillende lezingen van partijen kunnen de arbiters niet vaststellen of al dan niet wordt voldaan aan de vereiste geluidswering. Ter zitting is daarom tussen partijen overeengekomen dat de ondernemer op zijn kosten een onafhankelijke geluidsmeting zal laten verrichten ter beantwoording van de vraag of de huidige constructie voldoet aan de betreffende eisen van het Bouwbesluit. De consument zal de ondernemer gelegenheid bieden om deze geluidsmeting te laten uitvoeren. De resultaten van de geluidsmeting dienen schriftelijk in een rapport te worden vastgelegd. De ondernemer dient het rapport binnen twee maanden na de verzenddatum van dit vonnis te uploaden in het digitale dossier. Voor het geval de ondernemer niet aan het hiervoor bepaalde voldoet, zullen de arbiters daaraan de gevolgen verbinden die hen geraden voorkomen.

4 Binnendeuren en binnenkozijnen
De deskundige stelt in zijn rapport dat binnendeurenconstructies in scheidingswanden tussen verblijfsruimten een luchtgeluidwering dienen te realiseren van minimaal 32 dB. De ondernemer heeft nieuwe deuren klaar staan, die volgens hem aan deze eis voldoen. De consument heeft benadrukt dat niet alleen de deur, maar de combinatie van deur met kozijn en akoestische dichtingsstrips de geluidsreductie bepaalt.

Ter zitting heeft de ondernemer toegezegd de leverancier te verzoeken een verklaring op te stellen, waaruit blijkt dat de nieuwe deuren en de bestaande kozijnen en de afdichting voldoen aan de luchtgeluidreductie van minimaal 32 dB. De ondernemer dient deze verklaring binnen vier weken na de verzenddatum van dit vonnis te uploaden in het digitale dossier. Voor het geval de ondernemer niet aan het hiervoor bepaalde voldoet, zullen de arbiters daaraan de gevolgen verbinden die hen geraden voorkomen.

5 Inregelrapport
De consument heeft ter zitting verklaard dat de warmteterugwin-installatie is schoongemaakt door een installateur, maar dat deze geen inregelrapport heeft achtergelaten.
Ter zitting heeft de ondernemer toegezegd het inregelrapport bij de installateur op te vragen en dit binnen veertien dagen na de verzenddatum van dit vonnis te uploaden in het digitale dossier. Voor het geval de ondernemer niet aan het hiervoor bepaalde voldoet, zullen arbiters daaraan de gevolgen verbinden die hen geraden voorkomen.

Beslissing

De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, beslissen als volgt:
I veroordelen de ondernemer om aan de consument bij wege van schadevergoeding een bedrag te betalen van € 5.750,00, te voldoen binnen 4 weken na de verzending van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2024 tot de dag van algehele voldoening;
II verstaan dat de ondernemer ten aanzien van de klachtonderdelen 3, 4 en 5 de hiervoor vermelde acties zal ondernemen en de commissie zal berichten;
III houden ter zake de klachtonderdelen 3, 4 en 5 iedere verdere beslissing aan alsmede de beslissing omtrent het klachtengeld.

Opslaan als PDF