Tweede eindafrekening niet onderbouwd – klacht deels gegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: facturering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1309524/1316575

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument maakte bezwaar tegen een eindafrekening van € 339,83 voor een leegstaande woning. De ondernemer stuurde daarna een tweede, veel hogere eindafrekening van € 1.008,47, maar gaf geen enkele onderbouwing voor dit bedrag en bracht deze nota ook niet in bij de commissie. Omdat de ondernemer niet op de zitting verscheen, kon hij dit gebrek niet herstellen. De commissie oordeelt dat de eerste eindafrekening van € 339,83 wel verschuldigd is, omdat ook bij leegstand verbruik kan ontstaan en de consument zelf had kunnen zien dat het verbruik hoger was dan verwacht. Voor de tweede, hogere eindafrekening ontbreekt echter elke grond. Daarom is de klacht deels gegrond: de consument moet € 339,83 betalen, maar niet het meerdere. Het depot wordt verdeeld: € 339,83 naar de ondernemer en € 668,64 terug naar de consument.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Klacht over eindafrekening. Nabetaling betwist, daarop volgde nieuwe eindafrekening met nog hogere nabetaling. Laatste eindafrekening niet onderbouwd. Klacht deels gegrond.

Beoordeling
Do consument heeft bezwaar gemaakt tegen de eindafrekening van 14 oktober 2024, volgens welke
€ 339,83 moest worden bijbetaald. Volgens de consument kan dit niet kloppen, omdat het een leegstandscontract betrof. De consument zegt nadat zij tegen die afrekening bezwaar heeft gemaakt bij de ondernemer een nieuwe eindafrekening te hebben ontvangen, op grond waarvan € 1.008,47 moest worden nabetaald.

De ondernemer heeft in haar verweer niets gezegd over de tweede hogere eindafrekening. Bij het verweerschrift is door de ondernemer uitsluitend de eindafrekening d.d. 14 oktober 2024 in het geding gebracht.

De commissie heeft overwogen om de behandeling aan te houden teneinde een reactie van de ondernemer te kunnen krijgen op het ontbreken van de tweede eindnota. De commissie heeft daar evenwel vanaf gezien, omdat het op de weg lag van de ondernemer om ter zitting eventuele vragen te beantwoorden. Dat dit door de afwezigheid van de ondernemer ter zitting niet mogelijk was, komt enkel voor rekening en risico van de ondernemer zelf.
De commissie komt daarom tot het volgende eindoordeel.

Uit het dossier blijkt van de vordering gegrond op de eindafrekening van 14 oktober 2024 ten bedrage van € 339,83. De omstandigheid dat het een leegstandscontract betrof is evenwel onvoldoende om te kunnen vaststellen dat die afrekening niet juist is. Ook bij leegstand is het verbruik immers niet per definitie “0”.

Daar komt bij dat de consument maandelijkse energierapporten betreffende de aansluiting van de ondernemer heeft ontvangen. Een hoger verbruik dan voorzien had bij controle daarvan door de consument ontdekt kunnen worden. De consument had dan hetzij de oorzaak daarvan wellicht kunnen wegnemen of het voorschot kunnen aanpassen. Dat de consument dat heeft nagelaten komt niet voor rekening en risico van de ondernemer.

Nu ook overigens geen feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de afrekening van 14 oktober2024 onjuistheden bevat, gaat de commissie van de juistheid van die afrekening uit.

De commissie stelt evenwel vast dat uit niets blijkt dat de ondernemer aanspraak zou kunnen maken op een nabetaling van € 1.008,83, nu elke onderbouwing voor die vordering ontbreekt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Verklaart de klacht ongegrond voor zover het betreft de vordering groot € 339,83 gebaseerd op de eindnota met notanummer 1071370278 d.d. 14 oktober 2024 en verklaart de klacht gegrond ten aanzien van het meerdere.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 339,83.

Depotverrekening, bedrag aan consument € 668,64.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 8 januari 2026.

Opslaan als PDF