Uitspraak betreft aansprakelijkheid voor verbruik hoofdmeter, terwijl consument alleen tussenmeter kent maar wel contractant is van de hoofdmeter. Klacht deels gegrond, maar voor communicatie. Verbruik dient te worden voldaan.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 85622

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de door de ondernemer in de periode september 2008 tot en met december 2012 gehanteerde meterstanden en de wijze van klachtafhandeling door de ondernemer.

De consument heeft op 19 februari 2013 de klacht bij de ondernemer aangekaart.

De consument heeft het aan de ondernemer onbetaald gelaten bedrag van € 2.708,11 bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

In de periode 2008 tot en met 2012 heeft de consument meerdere malen telefonisch aangegeven, dat de standen niet klopten. De ondernemer heeft daar nooit iets mee gedaan, behalve aangegeven dat de standen zouden worden aangepast, hetgeen dan vervolgens niet gebeurde. Na een schouwing door de netbeheerder bleek, dat de consument de standen had afgelezen van een tussenmeter. De consument wist van het bestaan van dergelijke meters niet af en de ondernemer heeft ook nooit deze mogelijkheid geopperd.

De ondernemer heeft nagelaten de consument te informeren over de discrepantie tussen de door haar gehanteerde meterstanden en de meterstanden die de consument hanteerde.

De ondernemer heeft desgevraagd niet de foto’s van voormelde schouwing naar de consument gestuurd, maar de door de consument zelf in januari 2013 gemaakte foto’s.

De ondernemer heeft nimmer antwoord gegeven op vragen omtrent de (eind)nota’s, met name in verband met een exorbitante verhoging van het tarief voor transport vergeleken met voorafgaande jaren.

De consument wenst dat het op de eindnota bij te betalen bedrag ad € 2.708,11 vervalt.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 15 oktober 2008 is de ondernemer leverancier geworden op het adres [straatnaam] in [plaatsnaam]. De beginstanden zijn door de netbeheerder vastgesteld, omdat de consument geen standen heeft doorgegeven.

Op 17 februari 2010 is er telefonisch contact geweest tussen de ondernemer en de consument over de meter. Er is toen afgesproken dat de consument de meternummers zou opnemen en doorbellen. Dit is niet gebeurd. Het eerstvolgende contact was op 19 maart 2012, toen de consument aangaf dat de meterstanden niet klopten en verzocht een correctienota op te maken.

Op 18 november 2012 heeft de ondernemer wegens verhuizing de levering van elektra en gas op voormeld adres beëindigd. Op 28 januari 2013 heeft de consument de eindafrekening ontvangen, waarbij de gehanteerde eindstanden de door de netbeheerder per 18 november 2012 vastgestelde standen zijn. Per 1 december 2012 heeft de consument afwijkende standen doorgegeven. Om deze te controleren heeft de ondernemer op 18 januari 2013 opnieuw de standen opgevraagd.

De consument heeft naar aanleiding van de eindafrekening aangegeven dat deze niet correct is opgemaakt. Met behulp van de foto’s van de meters heeft de ondernemer de netbeheerder gevraagd de standen aan te passen. De netbeheerder heeft een schouwing verricht. Het verzoek de foto’s daarvan aan de consument in sturen is bij de netbeheerder neergelegd. Die heeft echter de door de consument zelf gemaakte foto’s naar de ondernemer doorgestuurd.

De betreffende woning is opgesplitst in twee verdiepingen, waarbij de eerste verdieping gebruik maakt van een tussenmeter. De hoofdmeter voor zowel de eerste als de tweede verdieping bevindt zich op de begane grond. De consument heeft steeds de standen van de tussenmeter doorgegeven. Het is niet aan de ondernemer het verbruik op de tussenmeter te factureren. De tussenmeter wordt door de verhuurder geplaatst om het verbruik per verdieping te kunnen uitrekenen. De verhuurder dient de huurder daarvan in kennis te stellen.

Uit de stukken van de consument blijkt dat er nog vragen zijn waar de consument nooit antwoord op heeft gehad. Dat is juist en de ondernemer biedt daarvoor excuses aan.
Op de nota van 8 maart 2012 was de stand 6539 geschat. Die schatting bleek te hoog te zijn. De nota is gecorrigeerd.
De transportkosten zijn 393% gestegen, omdat er een 3x35A meter is. Op de eerste twee nota’s zijn de transportkosten op basis van 3x25A berekend. Deze nota’s zijn in het voordeel van de consument niet gecorrigeerd.

De ondernemer is van mening, dat de eindnota terecht is en gehandhaafd dient te worden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting is het navolgende gebleken. De hoofdmeter die is geregistreerd op naam van de consument bevindt zich op de begane grond. De consument bewoonde als huurder de eerste verdieping, alwaar zich een tussenmeter bevond. De tweede verdieping werd door een derde bewoond.
De consument is bij de opgave van de meterstanden steeds uitgegaan van de op de tussenmeter zichtbare standen.

De verhuurder heeft kennelijk nagelaten de consument te wijzen op de hoofdmeter en evenmin de consument iets uitgelegd over het verbruik dat op de hoofdmeter wordt geregistreerd.
De verdeling van het geregistreerde verbruik over de twee verdiepingen is een taak van de verhuurder. De ondernemer heeft daarmede niet van doen. De ondernemer factureert op basis van de door haar van de netbeheerder ontvangen meterstanden. Niet is gebleken dat die standen onjuist zijn.

Wel is de commissie van oordeel, dat de ondernemer te weinig heeft gedaan om er achter te komen, waar het gelet op de door de consument geuite klacht nu werkelijk aan schortte. Weliswaar heeft de consument geen gevolg gegeven aan de op 17 februari 2010 gemaakte afspraak de meternummers door te bellen, maar van enige hulp dan wel evaluatie van de zijde van de ondernemer is niet gebleken.
Met een meer actieve benadering van de zijde van de ondernemer had het onderhavige probleem wellicht al in 2010 onderkend kunnen worden.

De commissie is van oordeel, dat de ondernemer ter genoegdoening van haar nalatigheid een bedrag aan de consument dient te betalen van € 250,–.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de commissie van oordeel, dat de klacht ten dele gegrond is.

Mitsdien wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie is van oordeel, dat de klacht gegrond is als hiervoor overwogen en wijst de klacht voor het overige als ongegrond af.

De commissie bepaalt, dat het in depot gestorte bedrag van € 2.708,11 aan de ondernemer wordt uitgekeerd.

De commissie bepaalt voorts, dat de ondernemer binnen veertien dagen na de verzenddatum van dit bindend advies een bedrag van € 250,– betaalt aan de consument.

Overeenkomstig het reglement van de commissie, dient de ondernemer een bedrag van € 27,50 te vergoeden aan de consument ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 22 juli 2014.