Uitvoeriger reparatie dan verwacht vanwege aangetroffen defecten. Retentierecht niet onterecht gebruikt door ondernemer.

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 104933

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de door de ondernemer uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan het kajuitzeiljacht van de consument.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door de consument overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van de consument op het volgende neer.
Kort samengevat is er sprake van een omvangrijker reparatie dan is afgesproken 27 mei 2015.
In augustus 2015 bleek dat de uitvoering wantputting stuurboord niet conform afspraak was uitgevoerd. Opdracht was gegeven de verticale delen te vervangen. Zonder toestemming van de consument zijn ook de horizontale delen uitgeslepen cq. vervangen.
Al de extra uren die hiermee gepaard zijn gegaan, zijn bij de consument in rekening gebracht, zonder hiervoor toestemming te vragen. Ook het uurtarief is niet conform afspraak.

Een tweede klachtpunt betreft de maximumprijs die is afgesproken voor de motorwerkzaamheden. De ondernemer ontkende later dat er een maximumprijs is afgesproken en heeft een hoger bedrag gefactureerd.

Tevens heeft de ondernemer tijdens de reparatieperiode zich niet als een goed huisvader voor het schip van de consument zorggedragen. Hierdoor zijn er beschadigingen aan het dek ontstaan en was het een enorme bende op het schip. Ook stonden de accu’s van de consument leeg toen hij zijn schip op kwam halen.

Tenslotte heeft de ondernemer misbruik gemaakt van het retentierecht. Als de nota’s correct waren geweest dan had de consument ze gewoon voldaan.

De consument verlangt terugbetaling van de teveel in rekening gebrachte arbeidsuren en het te hoog berekende uurloon. Daarnaast verlangt de consument een vergoeding voor de twee 12v accu’s, nu deze niet meer door de consument kunnen worden gebruikt.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De opdracht aan de ondernemer was om de verticale wantputting te vervangen, niet ook de horizontale. Wanneer naar het oordeel van de ondernemer ook de horizontale putting vervangen had moeten worden, dan had de ondernemer contact met de consument moeten opnemen en dit moeten bespreken. Nu was alles, op het moment dat de consument op het schip kwam kijken, al verwijderd. De ondernemer kan niet regeren over de portemonnee van de consument. Het betreft hier een regieopdracht en de consument wilde deze regie ook hebben.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie allereerst naar de overgelegde stukken. De door de ondernemer overgelegde stukken dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt van de ondernemer op het volgende neer.

Dat de vervanging van de putting niet conform opdracht is gebeurd, ontkent de ondernemer. De consument heeft niet expliciet opdracht gegeven voor vervanging van het verticale gedeelte van de putting. De consument spreekt in zijn berichten alleen over putting(en), over verticale putting is nooit gesproken.

Vervolgens is een offerte opgemaakt, waarbij duidelijk is gemaakt dat de ondernemer deze werkzaamheden uitsluitend op basis van nacalculatie wilde uitvoeren. De consument is hiermee akkoord gegaan en om kosten te besparen heeft de consument zelf zorg gedragen voor de montage van een gedeelte van de binnenbetimmering. Verder vraagt de consument in zijn emailberichten om een veilige en goede constructie. De consument heeft verder ook niet meer om een offerte voor de putting gevraagd en heeft zijn schip conform afspraak afgeleverd bij de ondernemer.
De ondernemer heeft de afgesproken werkzaamheden vervolgens uitgevoerd. Wanneer de ondernemer deze zou hebben uitgevoerd zoals de consument het achteraf wilde, dan was er zeker niet voldaan aan de eis van een veilige en goede constructie.

Dat de motorwerkzaamheden niet volgens afspraak zijn berekend, ontkent de ondernemer. De consument heeft opdracht gegeven voor herstel van de motor voor een totaalbedrag van 2.011,-. Uiteindelijk is er € 2.152,26 voor materiaal in rekening gebracht en € 290,59 voor arbeidsloon, inclusief BTW. Dit laatste komt overeen met de door consument maximaal gestelde uren van 4. De materiaalkosten zijn € 141,26 hoger uitgevallen omdat bij demontage bleek dat verschillende onderdelen vervangen moesten worden (uitlaatslang, covers, slangklemmen) die niet waren te voorzien. Bij dergelijke kleine bedragen is het niet gangbaar om daarover met de consument contact op te nemen.

Dat de ondernemer niet als een goed huisvader voor het schip heeft gezorgd, ontkent de ondernemer. Het schip was bij binnenkomst niet opgeruimd. De ondernemer heeft alle spullen in de achter- cabine moeten leggen en heeft daarna alles afgeplakt met plastic om verspreiding van stof door het schip te voorkomen. De ondernemer weerspreekt dat zijn werknemers schade aan het teakdek zouden hebben veroorzaakt. Zij dragen namelijk speciale werkschoenen met zachte zolen. Ook de door de commissie ingeschakelde deskundige heeft behalve één bluts nergens schade kunnen ontdekken aan het teakdek.

Wat betreft de accu’s vindt de ondernemer het spijtig te horen dat deze leeg waren en niet meer bruikbaar. De ondernemer begrijpt niet hoe dit heeft kunnen gebeuren als de hoofdschakelaars uit staan, maar mogelijk waren de accu’s in slechte conditie. Overigens stonden de accu’s op 11 volt en dat is wel wat leeg, maar betekent niet dat ze niet meer bruikbaar zijn.

Tenslotte merkt de ondernemer in verband met het retentierecht het volgende op. Dit recht is voor zeer korte duur uitgeoefend, namelijk in de week dat de directeur van de ondernemer op vakantie was. Omdat de consument de  factuur niet wilde voldoen, heeft de directeur van de ondernemer tegen zijn werknemers vanaf zijn vakantieadres gezegd dat ze, gedurende zijn afwezigheid, de boot maar een paar dagen op de kant moesten zetten.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Korte omschrijving van de klachten

De consument is ontevreden over de uitgevoerde werkzaamheden van de ondernemer, waaronder
het vervangen van de horizontale bevestiging van de stuurboordputting aan de huid waarvoor geen opdracht was verstrekt en hij hierover niet vooraf door de werf was geïnformeerd.
Daarnaast zijn kleine beschadigingen aan het teakdek tijdens de reparatie ontstaan, werd de boot vuil opgeleverd en waren de zalingkappen niet meer aangebracht.

Vaktechnisch oordeel

Volgens verklaring van de consument verstrekte hij de werf o.a. de opdracht de stuurboord verticale wantputting vanwege lekkage te vervangen. De betimmering rond deze putting was vooraf door de consument verwijderd.
De puttingen zitten onderdeks bevestigd aan een stalen constructie die op de huid is gelamineerd.
Zonder de consument vooraf te informeren heeft de werf de stalen constructie verwijderd van de huid door middel van slijpen om reden dat naar hun mening het betreffende laminaat een twijfelachtige hechting had ( “lucht in laminaat”). Tegen deze gang van zaken heeft de consument geprotesteerd met als gevolg dat de werf, gebaseerd op haar retentierecht, de boot op de wal zette in afwachting van betaling van de factuur.
Naast het voorgaande was de consument ontevreden over tijdens de reparatie ontstane kleine beschadigingen, vervuiling en het niet terugplaatsen van witte kunststof zaling beschermkappen.

De deskundige heeft het volgende geconstateerd.
Bij het onderzoek in [plaats] heeft de deskundige geconstateerd dat er lekkage was ontstaan onder de stuurboordputting (donkere watervlekken in betimmering).
De reparatie kon de deskundige niet beoordelen aangezien deze achter de teruggeplaatste betimmering zit.

Het teakdek toonde slecht en op een deeltje van de kuipbanken toonde de consument een bluts in een deeltje dat naar zijn mening was ontstaan tijdens de onderhavige reparatie.
Op de einden van de zalingen zaten geen witte kunststof kappen maar met leer beklede zalingeindbeschermers.

De deskundige concludeert dat de klacht hoofdzakelijk eruit bestaat dat de werkzaamheden aan de stuurboord putting uitvoeriger uitgevoerd zijn dan was opgedragen.

De ondernemer heeft zijn standpunt en motivatie hierover schriftelijk verwoord. De reden voor het vernieuwen van de huidbevestiging was dat vervangen van het bestaande laminaat noodzakelijk was om een deugdelijke constructie van de betreffende wantputting te verkrijgen.
De deskundige kon dit niet meer achterhalen c.q. bevestigen. Mogelijk dat derde getuigen dit nader kunnen onderbouwen.

Herstel

Herstel is technisch gezien niet  aan de orde omdat er op de reparatie op zich geen technische klachten zijn.

Het vernieuwen van de gehele stuurboord wantputting heeft volgens de factuur van de werf d.d. 06-08-2015 ex BTW € 5.414,82 gekost (incl. BTW  € 6.551,93).
De deskundige schat in dat het door de consument opgedragen werk (vernieuwen verticale putting) ca 40% van deze werkzaamheden hebben bedragen.

Toelichting

Er is voor de deskundige geen reden voor verdere technische toelichting

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van de stukken en hetgeen partijen over en weer naar voren hebben gebracht, overweegt de commissie als volgt.

De klacht heeft betrekking op de omvang van de uitgevoerde reparatie en de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen. Daarnaast zouden er tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden beschadigingen aan het teakdek zijn ontstaan en is de boot vuil opgeleverd.

De kern van de klacht is naar het oordeel van de commissie vooral dat de consument bij de reparatie van de putting tussentijds niet gebeld zou zijn door de ondernemer. Zoals de consument ter zitting ook duidelijk heeft doen blijken, had hij de regie willen houden bij de uitvoering van de werkzaamheden aan zijn boot. Dit acht de commissie heel begrijpelijk.
Aan de andere kant weet de commissie uit eigen ervaring dat werkzaamheden aan de putting met zich meebrengen dat de hele putting moet worden losgehaald en uit elkaar gehaald, hetgeen vaak gepaard gaat met het nodige slijpwerk. Pas als de putting los is, wordt zichtbaar wat zich daaronder bevindt.
Op het moment na demontage, zo heeft de commissie kunnen opmaken uit de stukken, heeft de ondernemer de consument laten zien dat vervanging van het laminaat nodig was, nu dit reeds aan het delamineren was. Dit probleem van delamineren is zichtbaar geworden terwijl de ondernemer de  wandputting heeft verwijderd. Door dit probleem te tonen aan de consument, heeft de ondernemer  naar het oordeel van de commissie aan zijn informatieverplichting voldaan. Het moet voor de consument op dat moment duidelijk zijn geweest dat de reparatie omvangrijk zou zijn. Op dat moment had de consument de reparatie stop kunnen zetten, danwel kunnen beperken. Overigens acht de commissie het in dit geval, gezien de door demontage zichtbaar geworden defecten, een technisch gezien onmogelijk scenario om enkel de verticale wandputting te vervangen, omdat in dat geval een gedeeltelijke vervanging technisch gezien geen deugdelijke constructie zou opleveren, hetgeen de consument wel verlangde.

Op grond van het voorgaande ziet de commissie geen aanleiding de ondernemer enig verwijt te maken inzake de reparatie aan de putting. Daarbij komt ook dat er naar het oordeel van de commissie in de stukken tot en met het sluiten van de overeenkomst, nergens een onderscheid wordt gemaakt tussen horizontale- en verticale wantputting. De consument heeft dan ook naar het oordeel van de commissie onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er expliciet is overeengekomen tussen partijen dat de reparatie enkel aan de verticale putting zou plaats hebben. Had de consument dit wel kunnen aantonen dan was de ondernemer naar het oordeel van de commissie nog geen verwijt te maken van een uitvoeriger reparatie. De ondernemer heeft de consument immers gewezen, na de noodzakelijk demontage van de putting, op de aangetroffen defecten. Op dat moment had de consument ervoor kunnen kiezen de overeenkomst te beperken, waarbij wel de consequentie zou zijn dat geen solide constructie zou kunnen worden verkregen.

Voor wat betreft het klachtenonderdeel aangaande het uurtarief, zo is ter zitting gebleken, lijkt er geen geschil meer te bestaan tussen partijen. De consument verkeerde in de veronderstelling dat het tarief hoger was dan het ter zitting genoemde bedrag aan uurloon van € 69,–.
Overigens is op grond van de stukken voor de commissie duidelijk naar voren gekomen dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten op basis van nacalculatie. Het is de commissie niet gebleken dat er vaste prijsafspraken zijn gemaakt.

Evenmin is het naar het oordeel van de commissie voldoende gebleken dat de ondernemer zich als een slecht huisvader heeft gedragen gedurende de periode dat de consument het schip ter reparatie bij de ondernemer heeft ondergebracht. Naar haar oordeel is onvoldoende komen vast te staan dat er schade aan het schip is ontstaan door toedoen van de ondernemer. Het dossier biedt hiervoor geen enkel aanknopingspunt. Ook de door de commissie ingeschakelde deskundige heeft geen schade kunnen vaststellen die zou kunnen worden toegerekend aan de ondernemer.

Ten aanzien van het laatste klachtonderdeel, het gebruik maken van het retentierecht door de ondernemer, oordeelt de commissie als volgt. De HISWA voorwaarden bevatten een bepaling die zegt dat de ondernemer een door haar te leveren zaak dan wel zaak welke deze onder zich heeft in het kader van verrichten van werkzaamheden, onder zich mag houden totdat de consument de vordering heeft voldaan. Dit is een krachtig toegestaan incassomiddel dat een scheepswerf heeft tot een oplossing tussen partijen wordt bereikt.
In onderhavige zaak concludeert de commissie dat de ondernemer niet onterecht gebruik heeft gemaakt van dit recht, temeer daar het van zeer beperkte duur was (ongeveer een week) en de omstandigheid dat op dat moment geen passende oplossing voorhanden was nu de directeur van de ondernemer afwezig was vanwege vakantieverlof.

Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat zij alle klachtonderdelen ongegrond acht. Al het overige wat partijen naar voren hebben gebracht, behoeft geen nadere bespreking.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 12 september 2017.