Commissie: Kinderopvang
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1162503/1256557
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De zaak gaat over een vader die wilde dat de opvangovereenkomst voor zijn zoontje werd stopgezet, omdat zijn ex‑partner hem had ingeschreven zonder zijn toestemming. Ook klaagde hij erover dat hij geen toegang kreeg tot informatie over zijn zoon in het ouderportaal van de kinderopvang. De commissie stelt vast dat beide ouders het ouderlijk gezag hebben, maar dat dit niet betekent dat voor een inschrijving bij de opvang toestemming van beide ouders nodig is. Een ouder mag het kind op de dagen dat het bij hem of haar verblijft zelf aanmelden bij een opvanglocatie. Daarom is dit deel van de klacht ongegrond. Over de toegang tot informatie oordeelt de commissie anders: de moeder en de ondernemer zeggen dat de vader toegang heeft, maar tijdens de zitting bleek dat zijn ouderaccount geen gegevens bevatte. De ondernemer kon niet aantonen dat de vader wél toegang had. Daarom vindt de commissie dat de ondernemer alsnog volledige toegang tot alle informatie moet geven, vanaf de eerste opvangdag van het kind. Dit deel van de klacht is gegrond. De vader krijgt het klachtengeld van € 25 terug, maar de opvangovereenkomst blijft geldig.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Klager verlangt een beëindiging van de opvangovereenkomst die zijn ex-partner, zonder zijn toestemming, is aangegaan met de ondernemer. Klager heeft net als zijn ex-partner het ouderlijk gezag over hun zoon. Daarnaast verwijt klager de ondernemer dat hij geen toegang heeft tot informatie over zijn zoon.
Standpunt van klager
Klager is de vader van zijn bijna driejarige zoon. Klager is met de moeder van de zoon verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Klager en de moeder hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over de zoon maar het ouderschapsplan met de zorgregeling is nog niet vastgelegd. Op grond van een voorlopige regeling verblijft de zoon iedere week van zaterdagochtend tot maandagavond bij klager.
De moeder heeft de zoon ingeschreven bij [naam kinderopvang], een opvanglocatie van de ondernemer. Klager heeft voor deze inschrijving echter geen toestemming verleend. Het is ook helemaal niet nodig dat de zoon naar de kinderopvang gaat. Klager kan en wil die opvang graag zelf verzorgen. Klager heeft bezwaar gemaakt bij de ondernemer maar desondanks is de zoon toegelaten tot de opvang.
Klager heeft gevraagd om informatie over zijn zoon bij de opvang maar die heeft hij niet ontvangen. Klager heeft het Klachtenloket Kinderopvang om bemiddeling gevraagd en dat heeft ertoe geleid dat de ondernemer voor klager een account heeft aangemaakt maar dat account is leeg. Informatie voor ouders, foto’s of een overzicht van de bezigheden van de zoon blijven voor klager onzichtbaar.
Klager vraagt de commissie dan ook om vast te stellen dat de ondernemer onrechtmatig heeft gehandeld door een overeenkomst tot opvang van de zoon aan te gaan zonder de toestemming van klager. Voorts vraagt klager de commissie om de ondernemer te verplichten hem toegang te geven tot de informatie over de zoon in het ouderportaal.
Standpunt van de ondernemer
De moeder van [naam zoon] heeft zich bij de ondernemer gemeld om een opvangovereenkomst aan te gaan voor haar zoon. De ondernemer heeft geverifieerd of de moeder belast is met het ouderlijk gezag over de zoon waarmee de ondernemer gerechtigd was een opvangovereenkomst met de moeder aan te gaan. De moeder had aangegeven dat tussen haar en de vader sprake was van een ‘vechtscheiding’. Op 14 januari 2025 is de vader onaangekondigd naar de opvanglocatie gekomen en heeft op onplezierige wijze te kennen gegeven dat hij de zoon mee zou nemen. De moeder heeft uiteindelijk huilend telefonisch haar toestemming gegeven waarna de pedagogisch medewerkers de zoon aan klager hebben meegegeven. De pedagogisch medewerkers en ook de aanwezige kinderen zijn erg van klagers houding geschrokken.
Uiteraard heeft klager recht op informatie over zijn zoon en heeft de ondernemer meegewerkt aan de bemiddeling middels het klachtenloket. De ondernemer heeft hierbij aangegeven dat klager gewoon telefonisch contact op kon nemen om informatie over zijn zoon te verkrijgen. Ook is klager uitgenodigd om op kantoor langs te komen. Voorts is voor klager een ouderportaal aangemaakt en is aan klager een email gestuurd voor de activatie van zijn account. Het account is geactiveerd en sinds 2 juni 2025 zijn foto’s en verslagen van de zoon zichtbaar. De ondernemer begrijpt dan ook niet waar de klacht van klager vandaan komt. Klager heeft geen contact opgenomen met de ondernemer en op pogingen van de ondernemer om met klager in contact te komen (telefoon, app of email) reageert klager niet. De ondernemer stelt zich dan ook op het standpunt dat zij zorgvuldig heeft gehandeld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Klager en zijn ex-partner zijn de ouders van zoon. Beide ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over de zoon. De ex-partner van klager heeft de zoon zonder instemming van klager ingeschreven op een opvanglocatie van de ondernemer. Klager verlangt een ontbinding van de opvangovereenkomst door de ondernemer omdat hij niet heeft ingestemd met de inschrijving van de zoon en een inschrijving, zoals door hem gesteld, door beide ouders moet worden ondersteund.
Anders dan klager kennelijk veronderstelt is het onjuist dat beide ouders, in geval van het delen van het ouderlijk gezag, in dienen te stemmen met een inschrijving van een kind bij een kinderopvangorganisatie.
Elk van de ouders is daartoe afzonderlijk gerechtigd. Op de dagen dat een kind bij zijn/haar moeder verblijft kan zij het kind bij een opvanglocatie van haar keuze aanmelden. Andersom geldt dat een vader, als gezaghebbende ouder, een kind op de dagen dat hij/zij bij hem verblijft op een opvanglocatie van zijn keuze inschrijven. Klager kan dan ook geen ontbinding vragen van de opvangovereenkomst die zijn ex-partner met de ondernemer heeft gesloten. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Wel geldt dat elk van de ouders recht heeft op informatie over het kind op de opvanglocatie waar het kind verblijft. Klager heeft gesteld dat de ondernemer weliswaar een account voor hem heeft aangemaakt maar dat daarmee geen toegang kan worden verkregen tot informatie over zijn zoon.
In het verweerschrift heeft de ondernemer naar voren gebracht dat het account van klager is geactiveerd en foto’s voor hem vanaf 2 juni 2025 zichtbaar zijn. Aangezien klager dit heeft weersproken en ter zitting, na het inloggen middels het account, een leeg scherm heeft getoond heeft de commissie niet vast kunnen stellen dat de ondernemer heeft voldaan aan zijn informatieplicht ten opzichte van klager. De commissie zal dan ook bepalen dat de ondernemer klager alsnog of nogmaals toegang dient te verschaffen tot de informatie over zijn zoon en wel met ingang van de dag in januari 2025 waarop de zoon van klager voor het eerst is opgevangen op de locatie van de ondernemer. Wat dit betreft is de klacht van klager gegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. Omdat de klacht deels gegrond is zal de commissie bepalen dat het door klager betaalde klachtengeld door de ondernemer aan hem dient te worden vergoed.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van klager dat de ondernemer zonder zijn toestemming een overeenkomst tot opvang van de zoon van klager is aangegaan ongegrond;
– verklaart de klacht van klager dat de ondernemer niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht ten opzichte van klager gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer klager, met ingang van de dag in januari 2025 waarop zijn zoon voor het eerst door de ondernemer werd opgevangen, middels het ouderportaal toegang dient te verschaffen tot informatie over zijn zoon;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 25,00 aan klager dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 13 oktober 2025.