Van prijsafspraak niet gebleken – 1

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Opdracht    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV09-0100

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat ter zake van haar bijstand aan de cliënt in een familierechtprocedure en de declaraties die de advocaat voor haar werkzaamheden in rekening heeft gebracht.   De cliënt heeft een deel van deze declaraties niet aan de advocaat voldaan. Het openstaande bedrag van € 1.077,10 is overeenkomstig het Reglement van de commissie in depot gestort.   Standpunt van de advocaat   De advocaat wenst de declaraties, die de cliënt ondanks herhaalde betalingsherinneringen niet heeft voldaan, ter incasso aan de commissie voor te leggen. De advocaat heeft aan de cliënt rechtsbijstand verleend. Voor haar werkzaamheden heeft de advocaat declaraties verzonden die onbetaald zijn gebleven voor een bedrag van € 1.077,10.   Voor het verweer van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer ten aanzien van de door de cliënt geformuleerde klachten op het volgende neer.   De advocaat heeft de cliënt diverse malen verzocht over te gaan tot betaling van de openstaande declaraties. Tijdens het intakegesprek is de cliënt gewezen op het uurtarief van de advocaat. Het bedrag van € 400,– betrof enkel een voorschot. Volgens de advocaat heeft zij de cliënt op de hoogte gehouden van de stand van zaken in zijn dossier. Zij heeft al hetgeen gedaan om tot een voor de cliënt zo gunstig mogelijk te betalen alimentatie te komen. De advocaat heeft nog aangevoerd dat de cliënt voor het eerst klaagt via het vragenformulier van de commissie terwijl hem herhaaldelijk is verzocht de openstaande declaraties te voldoen.   De advocaat verzoekt de commissie te bepalen dat de cliënt de openstaande declaraties van € 1.077,10 dient te voldoen te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf de vervaldatum van veertien dagen van de betreffende declaraties althans van de datum van indiening van onderhavig verzoek. Voorts verzoekt de advocaat de cliënt te veroordelen tot betaling van de arbitragekosten.   Standpunt van de cliënt   Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënt op het volgende neer.   De cliënt is geschrokken dat de onbetaalde declaraties ter incasso aan de commissie zijn voorgelegd. Hij heeft meerdere malen om een urenspecificatie gevraagd aan het kantoor van de advocaat en was nog in afwachting van het openstaande bedrag. Volgens de cliënt heeft hij met de advocaat afgesproken dat de advocaat contact met hem zou opnemen indien de kosten een bedrag van € 400,– zou overstijgen. Dit heeft echter niet plaatsgevonden. De advocaat heeft de cliënt niet op de hoogte gehouden van de gang van zaken en heeft hem niet bijgestaan in het viergesprek met de wederpartij.   Op grond van het voorgaande verzoekt de cliënt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.   De kern van de stellingen van de cliënt houdt in dat hij met de advocaat een prijsafspraak heeft gemaakt omtrent de (advocaat)kosten in die zin dat de advocaat in contact zou treden met de cliënt indien de kosten een bedrag van € 400,– zou overstijgen. Deze stelling van de cliënt kan naar het oordeel van de commissie niet slagen. Immers, de commissie heeft uit de overgelegde stukken geenszins kunnen afleiden dat een dergelijke afspraak tussen de cliënt en de advocaat is overeengekomen. Uit het overgelegde intakeformulier blijkt slechts dat de cliënt en de advocaat een uurtarief hebben afgesproken. Gelet op het vorenstaande alsmede gelet op het feit dat de advocaat de stelling van de cliënt gemotiveerd heeft weersproken, kan de stelling van de cliënt geen doel treffen. De overige verwijten die de cliënt heeft geformuleerd op het vragenformulier van de commissie, vinden naar het oordeel van de commissie geen steun in de correspondentie noch in de processtukken, en ook op de zitting van de commissie is niet van nadere onderbouwing gebleken. Met name de stelling van de cliënt dat hij meerdere malen contact heeft opgenomen met het kantoor van de advocaat met de vraag welk bedrag hij nog dient te betalen, kan naar het oordeel van de commissie niet slagen. Immers, de advocaat heeft onweersproken gesteld dat zij diverse malen, per brief en per email, de cliënt heeft verzocht om de openstaande declaraties te voldoen. Weliswaar heeft de cliënt gesteld dat de correspondentie van de advocaat hem niet heeft bereikt doordat hij diverse malen is verhuisd, doch naar het oordeel van de commissie kan dat de advocaat niet worden verweten.   De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie is van oordeel dat de advocaat als zodanig heeft gehandeld. Het enkele feit dat de genomen stappen niet hebben geleid tot het door de cliënt gewenste resultaat maakt nog niet dat de advocaat tekortgeschoten is in de uitvoering van de opdracht. Bij de uitvoering van de opdracht door de advocaat is immers in beginsel sprake van een inspanningsverbintenis en niet van een resultaatsverbintenis. De prestatie bestond niet in het behalen van een bepaald resultaat maar bestond daarin dat de advocaat zich daarvoor diende in te spannen. Met haar werkwijze is de advocaat haar inspanningsverplichtingen correct nagekomen. De advocaat heeft naar beste eer en geweten geadviseerd. Van enig onprofessioneel handelen, is niet gebleken.   De commissie stelt vast dat de advocaat verzoekt te bepalen dat de cliënt de openstaande declaraties van € 1.077,10 dient te voldoen. Gelet op het vorenoverwogene zal dan ook het depotbedrag van € 1.077,10 aan de advocaat worden overgemaakt. Dit brengt met zich dat de door de cliënt gevorderde schadevergoeding eveneens wordt afgewezen. Volledigheidshalve voegt de commissie hieraan toe dat de cliënt geenszins aannemelijk heeft gemaakt door het handelen of nalaten van de advocaat schade te hebben geleden. Bovendien heeft de cliënt nagelaten deze schade nader te onderbouwen.   Het verweer van de advocaat dat cliënt eerst klaagt via het vragenformulier, kan naar het oordeel van de commissie niet slagen nu de cliënt middels dat vragenformulier verweer heeft gevoerd tegen het door de advocaat aanhangig gemaakte declaratiegeschil.   Op grond van artikel 2 van het reglement van de commissie is zij niet bevoegd uitspraak te doen over de vordering van de advocaat tot vergoeding van wettelijke rente. Nu de klachten van de cliënt ongegrond worden verklaard, is de commissie van oordeel dat de advocaat terecht een declaratiegeschil aanhangig heeft gemaakt. De commissie acht het dan ook gerechtvaardigd dat de cliënt het door de advocaat voor de onderhavige procedure betaalde klachtengeld van € 50,– vergoedt.   Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft – naar het oordeel van de commissie – geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.   Het depotbedrag van € 1.077,10 wordt aan de advocaat overgemaakt.   Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de cliënt aan de advocaat, die het klachtengeld heeft voldaan, een bedrag van € 50,– te vergoeden.   Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 11 augustus 2009.