Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
256932/306815
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg in de jaarnota 2022/2023 een naheffing voor verbruik sinds 2016, omdat hij jarenlang geen meterstanden had doorgegeven. Zijn beroep op verjaring werd afgewezen, omdat de ondernemer aantoonbaar herhaaldelijk om meterstanden had gevraagd. Wel oordeelde de commissie dat het verbruik moet worden afgerekend tegen de tarieven van de betreffende verbruiksjaren, via een evenredige verdeling en graaddagenmethode. De klacht is deels gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument wordt in de jaarrekening 2022/2023 geconfronteerd met een naheffing omdat hij in de voorgaande jaren geen meterstanden heeft opgegeven. Hij beroept zich op verjaring en op afrekening tegen het tarief van het betreffende verbruiksjaar. De commissie wijst het beroep op verjaring af en wijst toe de afrekening als verzocht.
Beoordeling
De consument maakt bezwaar tegen de jaarnota 2022/2023, waarin een naheffing begrepen is voor het verbruik sedert 7 september 2016. De consument beroept zich op de tweejarige verjaring. Voorts betoogt hij dat het verbruik uit het verleden afgerekend behoort te worden tegen de tarieven van het betreffende jaar en niet, zoals gedaan in genoemde jaarnota, tegen de tarieven van 2022/2023.
De ondernemer betoogt dat de consument geen beroep op verjaring toekomt omdat de ondernemer jaarlijks aan de consument gevraagd heeft meterstanden door te geven, hetgeen de consument niet gedaan heeft. De consument is dan ook ter zake zijn plicht uit de wet en de toepasselijke Algemene Voorwaarden niet nagekomen. Bovendien heeft hij niet gereageerd op verzoeken van de netbeheerder.
Berekening tegen de tarieven van het betreffende verbruiksjaar is niet mogelijk omdat geen meterstanden per jaar bekend zijn, alleen de begin- en eindstand is bekend.
De commissie stelt voorop dat de consument in elk geval op grond van de Algemene Voorwaarden
(artikel 8) gehouden is meterstanden op te geven. De ondernemer heeft daarom jaarlijks per e-mail driemaal gevraagd, waarbij telkens als onderwerp meterstanden is vermeld. De consument heeft niet gereageerd. Bovendien heeft de netbeheerder in 2017 een poging gedaan een slimme meter te plaatsen. Toen is een kaartje achtergelaten met het verzoek een passende datum op te geven. De consument heeft richting de netbeheerder niet gereageerd. Daarnaast heeft de netbeheerder in 2023 tweemaal een huisbezoek trachten af te leggen, zonder resultaat.
De commissie is van oordeel dat de consument onder voormelde omstandigheden in redelijkheid niet een beroep op verjaring toekomt. Immers de ondernemer heeft voldoende actie genomen om de meterstanden op te vragen. Het argument van de consument dat hij dacht dat het om reclamemateriaal ging en dat hij al een slimme meter had is te weinig overtuigend om tot een ander oordeel te komen. Het beroep op verjaring wordt dan ook afgewezen.
De commissie is echter van oordeel dat het verbruik afgerekend behoort te worden tegen de tarieven van het betreffende verbruiksjaar. Weliswaar zijn de meterstanden per jaar niet bekend, doch de ondernemer dient het elektriciteitsverbruik van de gehele periode (vanaf de begin- tot de eindstand) evenredig over de jaren te verdelen en het gasverbruik van die periode over de jaren te verdelen op basis van de graaddagenmethode. In zoverre wordt de consument dan ook in het gelijk gesteld.
Inmiddels heeft de consument een bedrag van € 2.482,35 bij de commissie in depot gestort. De consument diende nog € 425,50 te storten maar dat kan achterwege gelaten worden omdat aan te nemen valt dat door de afrekening tegen de tarieven van het betreffende verbruiksjaar de vordering van de ondernemer lager zal uitvallen. Het thans in depot staande bedrag zal aan de ondernemer uitgekeerd worden. Uiteraard zal na de afrekening blijken of de consument te veel of te weinig heeft betaald. Het verschil zal dan alsnog door de betreffende partij voldaan dienen te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is. In die situatie dient de ondernemer aan de consument de helft van het klachtengeld te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het beroep op verjaring af.
De ondernemer dient de jaarnota 2022/2023 zodanig te herzien, dat het verbruik afgerekend wordt tegen de tarieven van het betreffende verbruiksjaar waarbij de meterstanden berekend worden als hierboven aangegeven.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 26,25 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Het bij de commissie in depot gestorte bedrag ad € 2.482,35 wordt aan de ondernemer uitgekeerd.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 2 september 2025.