Vergoeding toegekend voor foutieve vervanging distributieriem, overige schade afgewezen

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Betaling    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 739872/841611

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft zijn Ford Focus laten repareren bij een garage, waarbij onder andere de distributieriem werd vervangen. De kosten hiervoor waren € 1.859,73. Na de reparatie merkte hij problemen op, zoals een sissend geluid, minder vermogen en trillingen bij een koude start. De garage vond geen fouten, maar een andere garage ontdekte dat de distributieriem verkeerd was vervangen. Omdat de consument geen vertrouwen meer had in de eerste garage, diende hij een klacht in en vroeg om terugbetaling van de reparatiekosten en een vergoeding voor de tijd dat zijn auto onnodig lang bij de garage stond. De ondernemer reageerde niet op de klacht. De Geschillencommissie oordeelde dat de kosten voor de distributieriem vergoed moeten worden, omdat de klacht niet is weersproken en goed is onderbouwd. De vergoeding voor het vasthouden van de auto werd afgewezen, omdat de consument zich kon redden met andere vervoersmiddelen en de schade niet voldoende heeft aangetoond. De ondernemer moet € 1.859,73 betalen plus € 127,50 klachtengeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de vergoeding van de kosten van een distributieriem die door een ander dan de verkoper is vervangen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

“Mijn Ford Focus is voor vervanging van de distributieriem, onderhoud en apk bij de garage van de ondernemer geweest. De kosten hiervoor waren € 1.859,73. De werkzaamheden hebben plaatsgevonden in de periode 30 april 2024 tot en met 16 augustus 2024.

Nadat ik mijn voertuig op 13 juli 2024 bij de ondernemer heb opgehaald, heb ik geconstateerd dat mijn auto een sissend geluid maakte bij het optrekken en vermogen miste. Ook liep de motor bij koude start niet goed en trilde deze meer dan voorheen. Na het melden van dit motorprobleem is mijn auto opnieuw door de garage in bezit genomen voor nader onderzoek. Uiteindelijk heeft de ondernemer, nadat de auto een aantal weken bij de garage gestaan heeft, onterecht geconstateerd dat er niets mis was met de auto.

Omdat ik inmiddels geen vertrouwen meer in de garage had, heb ik om een second opinion gevraagd bij een ander garagebedrijf. Deze heeft onder andere geconstateerd dat de vervanging van de distributieriem onjuist is uitgevoerd.

Ik heb veel problemen met de auto gehad. Dit is uitgebreid te lezen in de documenten die ik heb aangeleverd. De klachten zijn voor het eerst op 22 juni 2024 aan de ondernemer kenbaar gemaakt.

De auto is onnodig lang bij de garage geweest en er zijn afspraken niet nagekomen. Mijn klacht is (aangetekend) schriftelijk afgegeven op de vestiging van de ondernemer en [bedrijf] heeft ook proberen te bemiddelen maar er is totaal geen reactie ontvangen.

Ik wil terugbetaling van de factuur die ik heb betaald wegens foutieve reparatie en vergoeding voor het onnodig lang vasthouden van mijn auto. Ik vraag daarvoor € 35,– per dag compensatie In mijn sommatie aan de ondernemer heb ik een bedrag van € 3.154,73 genoemd.”

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer had de commissie naar overgelegde stukken willen verwijzen, maar de ondernemer heeft -hoewel daartoe uitgenodigd- geen verweerschrift ingezonden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht is niet, althans onvoldoende, weersproken, zodat deze zal worden toegewezen, tenzij deze kennelijk onjuist of ongegrond is.

De door de consument gemaakte kosten voor de vervanging van de distributieriem, groot €1.859,73, komen voor vergoeding in aanmerking. De consument heeft de vordering afdoende toegelicht en onderbouwd, en deze is door de ondernemer niet bestreden.

Dit geldt niet voor de door de consument gevraagde vergoeding voor het onnodig lang vasthouden van zijn auto. Die kosten heeft de consument namelijk niet voldoende onderbouwd, terwijl dat wel van hem mocht worden verwacht.

Op de zitting heeft de consument bovendien aangegeven dat hij zich heeft kunnen redden met een leenauto, die de ondernemer hem enkele keren heeft gegeven, en op andere manieren. Hierbij noemde hij het lenen van auto’s van zijn partner of familieleden, het gebruiken van een fiets of het thuiswerken. De commissie begrijpt dat dit alles hinderlijk is geweest voor de consument, maar het betekent nog niet dat er sprake is van schade die de ondernemer moet vergoeden. Dit deel van de vordering wordt dus afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer moet aan de consument een bedrag van € 1.859,73 voldoen.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, op 25 februari 2025.

Opslaan als PDF