Vergoeding vanwege aspectverlies nu geconstateerde gebreken niet van dien aard zijn dat de vloer opnieuw gelegd moet worden.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: Ondeugdelijke levering    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 118295

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 9 april 2018 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van werkzaamheden (egaliseren van de ondergrond) en het leveren van een gietvloer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 10.240,80.

De oplevering vond plaats op of omstreeks 8 juni 2018.

De consument heeft op 14 mei 2018 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 500,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Na het aanbrengen van de vloer vertoont deze gebreken die hersteld zouden moeten worden. De ondernemer weigert echter langs te komen om de klachten te bekijken, omdat de consument een bedrag van € 500,– niet heeft betaald. De ondernemer heeft dit bedrag bij de consument in rekening gebracht, omdat op het voor het leggen van de vloer afgesproken tijdstip de vochtigheid in de woning nog te hoog bleek te zijn, zodat de ondernemer het werk niet kon beginnen.

Met betrekking tot de kwaliteit van de vloer heeft de consument de navolgende klachten:
1. de vloer vertoont grote kleurverschillen tussen grotere vlakken;
2. de toplaag van de woonbetonvloer laat los, vertoont luchtbelletjes en strepen;
3. de toplaag is onvoldoende hard, waardoor deze niet krasbestendig en belastbaar is;
4. roosters sluiten niet aan op de vloer;
5. badkamermeubels zijn bevuild;
6. de bestrating buiten is bevuild.

De geleverde vloer voldoet niet aan de overeenkomst en door het knoeien van materialen heeft de consument schade geleden.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ik zie een aantal dingen toch anders dan de ondernemer. Ik laat hem een vloer maken voor meer dan € 10.000,– en dan voldoet die vloer niet aan de verwachtingen. Niet slechts 20% van de vloer, maar de hele vloer vertoont een panterpatroon aan vlekken.

Ik heb in de showroom van de ondernemer een aantal vloeren bekeken. Dat heeft mijn verwachtingen bepaald. Ik heb niet verwacht dat er alleen maar kleurverschillen zouden optreden. Een paar gaatjes en strepen had ik wel gezien. Maar bij de roosters is niet zorgvuldig gewerkt. Die lagen in huis op de vensterbank en had de ondernemer gewoon kunnen zien.

Het vochtgehalte van de vloer is niet gemeten, maar visueel beoordeeld. Ik heb een hygrometertje gekocht en vastgesteld dat de luchtvochtigheid 72% was, dus minder dan 80%. De vloer is twee weken later gelegd en het moet toen dus nog veel droger zijn geweest in huis.

Ik verwijs naar het rapport van de deskundige. Van de technische aspecten ben ik niet op de hoogte. De PU-vloer in de badkamer vertoont twee blaasjes die hersteld moeten worden. De beschadigingen en vernielingen duiden erop dat de cementgebonden vloer veel te snel is gelegd, dat er haastig is gewerkt. Ik vind dat onzorgvuldig.

Ten aanzien van het verlangde bedrag van € 500,– merk ik op dat ik mij er niet bewust van was dat ik bij vertraging kosten zou moeten betalen. Dat staat niet in de Algemene Voorwaarden. Bovendien was de kwaliteit van de vloer van dien aard dat ik vond dat de ondernemer eerst moest komen kijken.

Ik zou willen dat ik de vloer had die bij de ondernemer in de hal ligt. Dat er wat scheurvorming op zou kunnen treden wist ik. Daar klaag ik ook niet over. Maar dat 80-90% van de vloer vol met kleine gaatjes zou zitten, dat vind ik niet goed.

De consument verlangt dat de vloer volledig wordt geschuurd en voorzien van een nieuwe toplaag, waarbij voorzieningen worden getroffen voor de opslag van meubels en het verblijf buiten de woning van het gezin van de consument. De consument stelt dat de hiermee gemoeide kosten voor rekening van de ondernemer moeten komen. Voorts verlangt de consument dat een externe partij de kwaliteit van het herstelwerk zal beoordelen en bewaken.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De klachten waar de consument naar verwijst vloeien voort uit omstandigheden waar de ondernemer voor het aanbrengen van de vloer voor heeft gewaarschuwd. Bij de offerte heeft de ondernemer de consument de richtlijnen meegestuurd waar hij zich aan had te houden.

Op 3 en 4 mei zijn de vloeren geëgaliseerd en in de week van 14 mei zou de ondernemer de gietvloer aanbrengen. Op 14 mei heeft de medewerker van de ondernemer echter gemerkt dat de egaline nog natte plekken vertoonde en de muren kort geleden gestuct waren. De consument heeft zich daarmee niet gehouden aan de instructies die de ondernemer hem tevoren had gezonden. Hierdoor heeft de ondernemer op de ingeplande dag geen werkzaamheden kunnen verrichten. Hij heeft daarom op 14 mei aangegeven aanvullende kosten te zullen berekenen en heeft daarvoor een factuur gestuurd voor € 500,–. De werkelijke kosten waren voor de ondernemer vele malen hoger.

Vervolgens is de vloer gelegd. Daarna is de consument met een aantal klachten gekomen. Die zijn deels terecht en de ondernemer wil die ook wel verhelpen, maar pas wanneer de factuur van € 500,– is voldaan. De consument weigert die echter te betalen en daarom heeft de ondernemer zijn werkzaamheden opgeschort.

Voor zover de consument zich beklaagt over de uitstraling van de vloer merkt de ondernemer op dat donkere vlekken, haarscheurtjes, kleurverschillen, spaanslagen, het doortekenen van de ondervloer, oneffenheden, craquelé, kleine gaatjes en/of een ‘krokodillenhuid” allemaal onderdeel kunnen zijn van de uitstraling van een gietvloer en geen gebreken opleveren. De consument had ook om een ruige vloer gevraagd.

Sporen in de toplaag en het loskomen daarvan komen niet voor rekening van de ondernemer. De consument heeft stucloper vastgelegd op de vloer en vastgelegd met tape. Wanneer die tape niet binnen 24 uur verwijderd wordt, verhardt de lijm en is de tape niet meer te verwijderen. De ondernemer heeft de consument gewaarschuwd om de vloer vrij te houden van tape.

De geconstateerde blaasjes vallen binnen de marges die normaal zijn voor een vloer als deze.

Met betrekking tot de roosters heeft de ondernemer de uitsparingen daarvoor aangehouden. De ondernemer wist niet dat de roosters die de uitsparingen zouden gaan bedekken kleiner van omvang waren dan die uitsparingen en kon dat ook niet weten.

Dat er kastjes en bestrating bevuild zijn kan de ondernemer wel worden aangerekend, maar de bestrating zal als gevolg van de weersomstandigheden zijn oude uitstraling herkrijgen en andere vervuiling is eenvoudig te verwijderen.

De door de consument gestelde herstelkosten (€ 3.000,–) zijn veel te hoog. Het opnieuw coaten van de woonbeton kost niet meer dan € 550,– aan materiaal en vier manuren. Dat de consument zijn huis daarvoor leeg moet halen is iets wat aan hemzelf te wijten is.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Toen ik voor de eerste keer kwam zagen mijn mensen natte vlekken in de vloer. Dat was voldoende aanleiding om het werk niet uit te voeren: de ondergrond moet voldoende droog zijn. De luchtvochtigheid is niet zo zeer het punt. Daarom heeft het ook geen zin om de luchtvochtigheid te meten. Dat zegt niets over het vochtgehalte in de egaline. Die vertoonde vlekken en de wanden waren nat. Ik mag dan volgens de fabrikant niet beginnen met het leggen, want op natte egaline laat de primer los. De consument heeft de bijlagen bij onze offerte niet gelezen en zeker niet nageleefd.

Er is tevoren gewaarschuwd voor het feit dat wij geen garantie konden geven op het uiterlijk van de vloer. De vloer voldoet aan datgene waarvoor ik gewaarschuwd heb. Ik lever elke week zo’n 500 m2 van deze vloer op en doorgaans zijn de mensen daar gelukkig mee.

Omdat ik de eerste keer met mijn mensen niet aan de slag kon en ik die mensen ook niet meer op een ander werk kon inzetten, heb ik daarvoor een kostenvergoeding van € 500,– in rekening gebracht. Mijn werkelijke kosten waren vele malen hoger. Aanvankelijk heeft de consument daar geen bezwaar tegen gemaakt. Hij heeft ons gewoon laten komen om de vloer te leggen. Pas toen dat gebeurd was, heeft hij laten weten dat hij die factuur van € 500,– niet wilde betalen. Dat vond ik al niet netjes. Toen de consument zich beklaagde over de vloer heb ik mijn werkzaamheden opgeschort totdat de factuur van € 500,– zou zijn betaald.

Volgens de producent van de vloer moet je mengen met 5 liter water, gedurende 3 minuten. Wij staan dat met de stopwatch te controleren. Als dat mengwerk is gedaan, dan is het wat het is. Dan moet je afwachten hoe de vloer verder opdroogt en uithardt. Wij hebben gewerkt volgens de richtlijnen van de fabrikant en soms komt zo’n vloer eruit zoals deze is geworden. Er zit geen acrylaat in het product.

Over ingeslagen lucht kan ik niks zeggen. Toen wij wegreden, lag er een goede vloer. Er zijn twee plekken met wat meer poriën op een vloeroppervlak van 136 m2. Ik weet niet of dat veel of weinig is. Niemand kan mij garanderen dat het een volgende keer meer of minder zal zijn.

Met betrekking tot de luchtroosters moet ik het doen met wat collegae mij hebben verteld. Een collega is op werkbezoek geweest. De gaten voor de verwarmingsroosters zouden afgekaderd worden en er zouden nieuwe roosters komen. Die waren bij het aanbrengen van de vloer niet aanwezig. Als het gaat om de kosten van de lijstjes die nu zijn toegepast, dan wil ik die wel vergoeden.

Voor wat betreft de stenen buiten ben ik verzekerd. Het kan gebeuren dat er bij het mengen van het materiaal een keer geknoeid wordt of een emmer omvalt. Die kosten worden gewoon betaald.

Met betrekking tot het rapport van de deskundige merk ik op dat er nog weinig ervaring is met cementgebonden gietvloeren. De deskundige beoordeelt de vloer als ware het een acrylaatgebonden vloer, maar dat is niet juist. Deze vloer bestaat uit cement, water en een kleurstof en hij droogt heel anders op dan een acrylaatgebonden vloer.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Op de begane grond is een minerale gietvloer aanwezig welke ronde lichte verkleuringen (circa 30 mm doorsnede) kent en duidelijk licht afgetekende banen. In de vloerafwerking zijn ook poriën aanwezig, met name in de opkamer is sprake van een aanzienlijke, gegroepeerde hoeveelheid poriën. In de sportkamer zijn duidelijk afgetekende banen met een extreme kleurnuance zichtbaar.

In de vloer zijn een aantal luchtroosters aanwezig, welke in principe over de gietvloer zouden moeten kunnen vallen. De omranding van de luchtroosters is echter dermate ruim bemeten dat de luchtroosters de sparingen in de woonbeton gietvloer niet volledig af kunnen dekken terwijl dit op grond van de maat van rooster en sparing in principe wel mogelijk was geweest.

De topcoating is in een rechte lijn losgekomen door afgetrokken schilderstape (mededeling). Langs de rand van de coating is deze niet eenvoudig af te pellen, zodat kennelijk wel van een relatief hoge trekkracht sprake moet zijn geweest.

Op de verdieping zijn in de badkamervloer 2 blaasjes aanwezig. Het betreft luchtblaasjes uit het materiaal van de gietvloer, niet veroorzaakt door vocht uit de ondergrond. Kennelijk gaat het om een onvoldoende ontluchting van de gietvloer bij applicatie. De verontreiniging van het tegelwerk wijkt in kleur af van de aangebrachte gietvloer. Deze verontreiniging laat zich met een verfkrabber echter eenvoudig van de tegel verwijderen. Ook is op de wand naast de deur sprake van een vervuiling van een (reeds gebroken en in de scheur gevoegde) tegel. Dit betreft wel gietvloermateriaal, maar kan eveneens eenvoudig worden verwijderd. Het voegsel van de scheur is echter bros en komt eenvoudig los. Dit is echter het gevolg van een gebrekkige voeg. Ook vuil op de douchebak betrof gietvloermateriaal, maar de deskundige heeft dit met een lakschaaf kunnen verwijderen. Licht napolijsten zal het laatste residu ook wegnemen. Het wandmeubel in de badkamer toonde eveneens een verontreiniging met gietvloermateriaal. Dit is verwijderbaar, maar omdat de kast fabrieksmatig is gespoten wordt daarbij vrijwel direct de laklaag van het hout verwijderd (verwachte laagdikte circa 20 mu). Van dit meubel zullen twee laden na reiniging moeten worden gespoten.

Ten aanzien van het straatwerk werd door de deskundige vastgesteld dat daarop inderdaad vervuiling van een minerale mortel zichtbaar is, en het is goed mogelijk dat dit dan de toegepaste woonbeton gietvloer betreft. Het gaat om circa 25 stenen welke in meer of mindere mate sporen van vervuiling vertonen.

In de overeenkomst tussen ondernemer en consument wordt inderdaad aangegeven dat kleurverschillen in de geleverde woonbeton gietvloer kunnen voorkomen. De deskundige is echter van mening dat de aanwezige kleurverschillen, zeker die in de sportkamer, normaliter niet hoeven voor te komen. Vanzelfsprekend kent een minerale gietvloer enige kleurnuance, maar het kleurverschil in duidelijke banen en ronde witte vlekken geeft aan dat in dit geval sprake is geweest van een weinig constante overdosering van water in het mengsel. Dit water doet acrylaat uit de gietvloer uittreden en veroorzaakt dan inderdaad kleurverschillen, maar niet van een aard die normaal verwacht hoeft te worden. De vloer is, met uitzondering van de opkamer, in één naadloos geheel aangebracht, zodat herstel van een deel van de vloer niet mogelijk is.

Daarnaast kent de vloer poriën. Enige poriën zullen altijd mogelijk zijn, omdat het doorrollen van de cementgebonden gietvloer niet mogelijk is zonder een patroon in het eindproduct te veroorzaken. De groep poriën in de opkamer is echter zonder meer bovenmatig en duidt op een overmaat aan ingeslagen lucht (de vloer werd immers geëgaliseerd en van primer voorzien voor het aanbrengen van de uiteindelijke woonbeton gietvloer).

In beide genoemde vloerdelen zijn luchtroosters opgenomen die inmiddels de sparing in de vloerafwerking niet meer afdekken. Het voorbehandelen van deze sparingen trof de deskundige niet aan in de overeenkomst, maar is tijdens de voorbespreking volgens ondernemer wel aan de orde geweest. Als je het bestaan van die sparingen kent, is de deskundige van mening dat een zorgvuldiger uitvoering eenvoudig mogelijk was geweest en dat de roosters de gaten wel degelijk hadden kunnen afdekken. Het simpelweg plaatsen van een binnenkistje met een afdichting door kit was het meest netjes (maar ook bewerkelijk en dus waarschijnlijk verrekenbaar) geweest, maar simpelweg een kitrand aanbrengen op de uiterste rand van de ondervloer had ook al kunnen volstaan. In het fotomateriaal is zichtbaar dat het in dit geval wel wat erg eenvoudig is gerealiseerd.

De losgetrokken coating geeft niet direct aan dat de hechting niet in orde is geweest. Het oordeel van de expert van consument is merkwaardig. Een dergelijk mechanisme is niet mogelijk. In theorie zou een sedimentlaagje aanwezig kunnen zijn op de verharde minerale gietvloer dat zich door licht schuren laat verwijderen, maar mij is niet gebleken dat daarvan sprake is. Wel is bekend dat de kleefkracht van tape veelal onderschat wordt en dat de trekkracht bij verwijderen aanzienlijk is. Een bekende hechtproef in de schilderswereld is zelfs gebaseerd op het lostrekken van een normtape van een oppervlak, waarbij de hoeveelheid opgetreden schade wordt gemeten. Het simpele feit dat schade bij lostrekken ontstaat geeft niet aan dat de hechting onvoldoende is, maar dat de trekkracht groter was. Bij voorzichtig onderzoek blijkt de hechting van de topcoating direct naast de beschadiging intact. Bij herstel van de gietvloer zal echter ook de topcoating opnieuw moeten worden aangebracht, zodat deze beschadiging sowieso mee zal worden opgelost.

In de badkamer is sprake van een tweetal luchtblaasjes die daar niet in horen voor te komen. Deze kunnen plaatselijk worden hersteld, omdat de gietvloer in unikleur is aangebracht. Daarna zal het herstelde moeten worden vlak geschuurd/geschaafd met de omringende gietvloer en de badkamer na opschuren moeten worden voorzien van een nieuwe transparante topcoating. De vervuilingen heeft de deskundige, met uitzondering van het badkamermeubel, eenvoudig kunnen verwijderen.

Ten aanzien van het straatwerk is sprake van een minerale vervuiling op 25 stenen, waarvan onweersproken is gebleven dat dit de mengplek van ondernemer betrof toen de minerale woonbeton vloerafwerking werd aangebracht. Het gaat om 25 stenen die veelal licht maar in enkele gevallen zwaar vervuild zijn. De stenen zouden kunnen worden gekeerd of vervangen.

De ongebruikelijke kleurafwijkingen in de gietvloer, de te ruim uitgevoerde convectorsparingen en de poriën in de vloer in de opkamer kunnen slechts worden opgelost door de vloerafwerking te schuren en opnieuw aan te brengen. Hierbij zullen de convectorputten dan eerst correct moeten worden gedetailleerd.

De gietvloer in de badkamer kan door spotrepair worden hersteld.

Het badkamermeubel zal tenminste voor wat betreft twee laden opnieuw moeten worden gespoten of, indien dat te kostbaar blijkt, geheel moeten worden vervangen. Een aankoopnota van het betreffende meubel zal het schadebedrag kunnen maximeren.

De circa 25 stenen in het straatwerk zouden kunnen worden gekeerd of vervangen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Met betrekking tot de gezonden factuur van € 500,– overweegt de commissie als volgt.
Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn de Algemene Consumentenvoorwaarden voor het Afbouwbedrijf in Nederland van toepassing, verder te noemen “de AV”. Artikel 6 AV betreft de verplichtingen van de consument. De leden 4 en 5 daarvan luiden als volgt:
“4.   De consument dient er voor te zorgen dat door derden uit te voeren werkzaamheden en/of leveringen die niet tot het werk van de ondernemer behoren zodanig en zo tijdig worden verricht dat de uitvoering van het werk daarvan geen vertraging ondervindt. Indien niettemin vertraging ontstaat, dient de consument de ondernemer daarvan tijdig in kennis te stellen.
5.   Indien de aanvang of de voortgang van het werk wordt vertraagd door omstandigheden, als bedoeld in het voorgaande lid, dient de consument de daarmee verband houdende schade en kosten aan de ondernemer te vergoeden indien deze omstandigheden hem kunnen worden toegerekend.”

De commissie stelt vast dat niet in geding is dat de consument bij de offerte meegestuurd heeft gekregen de Richtlijnen voor de Epoxy en Polyurethaan gietvloeren. Hierin is onder “B: de omstandigheden voor de applicatie” onder meer opgenomen dat er minimaal 7 dagen tussen de laatste werkdag van een stukadoor en de ondernemer moeten zitten in verband met de vochtbelasting. Voorts is niet in geding dat kort voor de geplande aanvang van de werkzaamheden door de ondernemer nog een stukadoor in huis werkzaam is geweest en de egaline onvoldoende droog was om de vloer te kunnen leggen. Naar het oordeel van de commissie was dat een omstandigheid die aan de consument toegerekend kon worden. Dat de ondernemer hierdoor schade heeft geleden omdat hij zijn personeel niet heeft kunnen inzetten, is niet betwist. In dat geval is de ondernemer op grond van de toepasselijke voorwaarden gerechtigd de schade bij de consument in rekening te brengen. Het dienaangaande gefactureerde bedrag komt de commissie niet bovenmatig voor. De ondernemer maakt daarom terecht aanspraak op dit bedrag.

Met betrekking tot de kwaliteit van de vloer overweegt de commissie als volgt.
In de meegezonden Richtlijnen staat onder meer achter “Q: Overeengekomen” dat de te leveren vloer valt onder het beoordelingsaspect B (hoge esthetische eisen woningbouw) volgens de bijgevoegde SBR richtlijn ten behoeve van kunstharsgebonden gietvloeren. Voor zover de ondernemer ter zitting heeft betoogd dat een cementgebonden vloer niet valt te vergelijken met een PU-vloer en dat de deskundige de verkeerde beoordelingsnormen heeft gehanteerd, verwerpt de commissie dat verweer. Blijkens de bijlage bij de offerte is immers overeengekomen dat de vloer moet voldoen aan de hoge esthetische eisen woningbouw (beoordelingsaspect: B) van de SBR richtlijn voor kunstharsgebonden gietvloeren.

Voorts neemt de commissie in aanmerking dat de consument een voorbeeld van de cementgebonden gietvloer is getoond in de showroom van de ondernemer. Ter zitting heeft de ondernemer bevestigd dat die in (veel) mindere mate poriën en vlekken vertoont dan de vloer zoals die bij de consument is gerealiseerd.

Gelet op de bevindingen van de deskundige is de commissie van oordeel dat de vloer zoals die is gerealiseerd ondanks de waarschuwingen van de ondernemer vanuit esthetisch oogpunt niet volledig voldoet aan de verwachtingen die de consument daarvan mocht hebben. Dat de vloer technisch onjuist is uitgevoerd in de zin dat sprake is van onvoldoende hechting is de commissie niet gebleken. Voor zover de consument zich beklaagt over sporen die in de vloer zijn ontstaan is ook niet gebleken dat die zijn veroorzaakt door een ondeugdelijke samenstelling van het materiaal of een ondeugdelijke wijze van aanbrengen van de vloer.

De afwerking bij de luchtroosters is naar het oordeel van de commissie slordig uitgevoerd, maar laat zich oplossen met kaders en vraagt niet om een volledig nieuwe toplaag van de vloer.

De commissie merkt wel op dat binnen de branche nog geen eenduidige overeenstemming bestaat ten aanzien van de beoordelingsnormen voor cementgebonden gietvloeren. Het blijft een product waarvan de ondernemer terecht opmerkt dat na het leggen afgewacht moet worden hoe het product opdroogt en uithardt en dat geen twee vloeren op dezelfde manier zullen uitharden. De commissie is van oordeel dat de geconstateerde eigenschappen van de vloer niet dermate ernstig van aard zijn dat  zij rechtvaardigen dat de vloer de facto opnieuw wordt gelegd. Wel erkent de commissie dat de vloer niet volledig voldoet aan de esthetische verwachtingen die de consument kon hebben. Om die reden  zal de commissie vanwege het aspectverlies aan de consument een vergoeding toekennen die de commissie naar billijkheid vaststelt op 15% van de aanneemsom, derhalve € 1.536,12.

Voorts zal de commissie de consument een vergoeding toekennen ter dekking van de kosten voor het herstel van de gietvloer in de badkamer, het herstel van het badkamermeubel en het herstel van de bestrating, één en ander conform de begroting door de deskundige (tezamen € 550,–) en een vergoeding ter dekking van de kosten voor extra lijsten om de luchtroosters (naar billijkheid te bepalen op € 100,–). Na aftrek van het door de consument nog verschuldigde bedrag dient de ondernemer dan aan de consument een vergoeding te betalen van € 1.686,12.

Het voorgaande voert dan tot na te melden beslissing.

Beslissing

De consument betaalt aan de ondernemer een bedrag van € 500,–.

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 2.186,12.

Na verrekening van de over en weer verschuldigde bedragen resteert een door de ondernemer aan de consument te betalen bedrag van € 1.686,12. Betaling van dit bedrag dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het bedrag van € 500,– wordt terugbetaald aan de consument.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 152,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd.

Het door de consument meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, mw. drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk en ir. J.A.A. van Strijp, leden, op 14 december 2018.