Commissie: Energie
Categorie: Aansprakelijkheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
253644/314172
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument had een energiecontract met vaste tarieven voor drie jaar, dat in januari 2024 door haar leverancier werd overgedragen aan een andere energieleverancier. Door deze overdracht kon de consument haar zelf opgewekte stroom uit eind 2023 niet volledig verrekenen (salderen) met haar verbruik in 2024. De ondernemer stelde dat hij volgens de regels van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) had gehandeld, maar de Geschillencommissie Energie oordeelde anders. Volgens de commissie had de ondernemer moeten zorgen dat de rechten van de consument, zoals het salderen, behouden bleven bij de contractovername. Omdat dit niet is gebeurd, heeft de consument financieel nadeel geleden. De commissie berekende de schade op € 8,80 en besloot dat dit bedrag aan de consument moet worden terugbetaald. Daarnaast moet de ondernemer ook het klachtengeld van € 52,50 vergoeden. De klacht van de consument is gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Doordat de ondernemer het contract met de consument heeft overgedragen aan een andere leverancier ontgaat de consument de mogelijkheid binnen één verbruiksjaar de door haar opgewekte energie geheel te salderen. Omdat er sprake is van contractovername door de opvolgende leverancier, is de commissie van oordeel dat ook het door de consument opgebouwde recht ter zake van de saldering behoorde over te gaan. Nu dat niet gebeurd is, lijdt de consument schade die vergoed behoort te worden door de ondernemer.
Beoordeling
Aanleiding
Tussen partijen is met ingang van 11 november 2021 een overeenkomst voor de levering van energie tot stand gekomen met voor een periode van 3 jaar vaste leveringstarieven. De ondernemer heeft dit contract met ingang van in januari 2024 overgedragen aan een andere leverancier. Het contract is in juridische zin overgenomen door energieleverancier. De ondernemer heeft met de consument afgerekend per in januari 2024. Het verbruik na saldering heeft hij afgerekend. Bij energieleverancier is op 1 januari 2024 voor de saldering een nieuw jaar gestart.
Het geschil
De consument klaagt erover dat, indien het contract na 1 januari 2024 doorgelopen zou zijn, alle door hem
opgewekte energie gesaldeerd zou zijn met zijn verbruik voor en na in januari 2024. Door de saldering
zou hij de afgenomen energie kunnen verrekenen met In de periode 11 november 2023 tot 1 januari 2024 teruggeleverde energie. De ondernemer betoogt dat hij conform de door de Autoriteit Consument en Markt
(ACM) opgestelde spelregels gehandeld heeft (afrekening bij bedrijfsbeëindiging dient plaats te vinden op
dezelfde manier als bij overgang naar een andere leverancier), de geautomatiseerde verwerking van leveringsgegevens maakt het onmogelijk dat de overnemende leverancier de gegevens van de overdragende leverancier gebruikt bij het opstellen van een jaarrekening en dat de consument door deze gang van zaken geen schade lijdt.
Contractsovername
De ondernemer is met energieleverancier een contractsovername overeengekomen. Ingevolge artikel 6:159 BW zijn daardoor alle rechten en verplichtingen overgegaan op energieleverancier. Dat geldt in beginsel ook voor het recht van de consument dat de door hem aan de leverancier teruggeleverde energie op jaarbasis wordt gesaldeerd met de door hem verbruikte energie.
Voorzover de ACM mocht hebben laten weten dat de consument tegen de contractsovername bezwaar kan maken, merkt de commissie het volgende op. Op de overeenkomst tussen partijen zijn algemene voorwaarden van toepassing waarvan art. 2.12 als volgt luidt:’ Wij mogen de rechten en plichten van de overeenkomst die wij met u hebben in twee situaties wel aan een andere energieleverancier overdragen. U geeft ons hiervoor nu al toestemming en onze afspraken blijven gelden. Als wij dit doen, melden wij u dit schriftelijk of digitaal.
Wij mogen dat in deze twee situaties:
■ ons bedrijf wordt overgenomen door een ander bedrijf;
■ wij geven de rechten en plichten van de overeenkomst die wij met u hebben aan een ander bedrijf, maar wij blijven ervoor verantwoordelijk dat het andere bedrijf deze rechten en plichten nakomt.
Hieruit volgt enerzijds dat de ondernemer zonder meer bevoegd was om de overeenkomst tussen partijen over te dragen aan energieleverancier, omdat de tweede situatie als genoemd in die bepaling aan de orde was.
Anderzijds impliceert de laatste bijzin van deze bepaling dat de ondernemer daarbij wel gehouden was ervoor te zorgen dat de consument er door de contractsovername niet op achteruit gaat. Door de overdracht en het sturen van een eindafrekening is naar het oordeel van de commissie de ondernemer jegens de consument niet gekweten, in het bijzonder niet wanneer de consument door een en ander schade lijdt.
Schade?
De commissie stelt voorop dat wanneer de ondernemer had gehandeld conform artikel 6:159 BW en de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden de consument de door hem In de periode 11 november 2023 tot 1 januari 2024 opgewekte stroom had kunnen verrekenen met de door hem in de rest van het leveringsjaar verbruikte stroom. Die mogelijkheid is hem ontnomen en levert hem financieel nadeel op.
De ondernemer heeft dit laatste betwist. Voorzover de ondernemer heeft erop gewezen dat hij de consument in de gelegenheid heeft gesteld zo spoedig mogelijk over te stappen naar een nieuwe leverancier gaat de commissie hieraan voorbij. Bij dit laatste had de consument geen belang, want dan zou hij in dezelfde situatie terecht komen als nu, namelijk dat hij voor de overstap opgewekte stroom niet zou kunnen verrekenen met verbruik in de rest van het levensjaar. In feite is sprake van een knip in de saldering waardoor de salderingsperiode in het nadeel van de consument verschuift. Volgens de ondernemer is geen sprake van een nadeel, omdat de consument bij de nieuwe leverancier een nieuwe salderingstermijn van 12 maanden begint. Dit argument gaat naar het oordeel van de commissie niet op, omdat het berust op de speculatie dat de consument in het leveringsjaar 1 januari 2024 tot 11 november 2024 zoveel stroom opwekt dat na saldering op de juiste manier op jaarbasis (waarvan niet bij voorbaat vaststaat dat energieleverancier dat zal doen) ook het verbruik in de laatste maanden van 2023 kan worden verrekend.
Had de ondernemer het anders kunnen doen?
De commissie stelt vast dat de ondernemer met betrekking tot de (administratieve) afhandeling van de overdracht van het contract heeft gehandeld volgens de ‘spelregels van de ACM’ zoals die worden toegepast in gevallen van een leverancierswissel op initiatief van de consument of van een situatie waarin leveringszekerheid aan de orde is. Kennelijk voorzien die spelregels niet in een geval van contractsovername als het onderwerpelijke. Het is niet aan de commissie daarin te voorzien. Anderzijds kan dit niet met succes aan de consument worden tegengeworpen en moet de commissie vaststellen dat aan de consument de mogelijkheid is onthouden de in het najaar van 2023 teruggeleverde energie te verrekenen met de in 2024 afgenomen energie. In wezen komt het erop neer dat de consument tenminste het aan salderen verbonden belastingvoordeel is ontgaan. Met betrekking tot dit belastingvoordeel heeft de ondernemer aangevoerd dat de belastingwetgeving de overnemende leverancier verhindert verrekening toe te passen met betrekking tot niet door hem geleverde energie.
Met dit in het achterhoofd had de ondernemer moeten voorzien dat de consument dit belastingvoordeel zou mislopen. De ondernemer kan zich jegens de consument niet verschuilen achter ‘de spelregels van de ACM’. De ACM heeft ook aan een consument desgevraagd laten weten dat de overdragende partij een contractuele verplichting had jegens zijn afnemers. Als je als contractspartij vroegtijdig een nog lopend contract eenzijdig verbreekt, dan kunnen hier financiële gevolgen aan verbonden zijn, aldus de ACM. In hoeverre er in dit geval sprake is van schadeplichtigheid is niet aan de ACM om vast te stellen.
Schadeberekening
Naar het oordeel van de commissie bestaat het door de consument geleden nadeel uit het resultaat van het in de periode 11 november 2023 tot 1 januari 2024 aantal kWh vermenigvuldigd met het leveringstarief. Uit de eindafrekening blijkt dat het gaat om 52 kWh normaal tarief en 13 kWh laag tarief. De commissie komt uit op een bedrag van € 8,80, hetgeen zij zal verrekenen met het in depot gestorte bedrag.
Conclusie
De commissie stelt vast dat de consument ten gevolge van de contractsovername en de ondernemer toe te rekenen nadeel heeft ondervonden. De commissie kent aan de consument ten laste van de ondernemer een vergoeding toe van € 8,80. Ook is de ondernemer aan de consument klachtengeld verschuldigd en aan de commissie behandelingskosten.
Hetgeen partijen overigens naar voren hebben gebracht kan niet tot een andere beslissing leiden en hoeft daarom niet apart besproken te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het depot bedrag van € 188,15 wordt als volgt verrekend:
Aan de consument wordt een bedrag van € 8,80 gerestitueerd.
Aan de ondernemer wordt een bedrag van € 179, 35 overgemaakt.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 13 augustus 2024.