Commissie: Water
Categorie: Informatieplicht
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
344631/400940
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over structureel lage waterdruk en een langdurige onderbreking van de watervoorziening. Bij het sluiten van de overeenkomst was niet duidelijk gemaakt dat haar woning via een gedeeld leidingnet met een nabijgelegen AZC werd voorzien van water, waardoor de ondernemer de druk in de woning niet kon garanderen. De commissie oordeelt dat de ondernemer zijn informatieplicht heeft geschonden en kent de consument een vergoeding van € 250 toe, plus € 27,50 klachtengeld.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Wegens schending van informatieverplichtingen kent de commissie aan de consument een vergoeding toe.
Beoordeling
Na de zitting heeft de consument aan het dossier een stuk toegevoegd. De ondernemer heeft daarop niet kunnen reageren en de commissie heeft er niet om gevraagd. De commissie laat het stuk buiten beschouwing.
Standpunt van de consument
De klacht gaat over de watervoorziening op ons adres. De waterdruk is te laag waardoor de drinkwatervoorziening geregeld onderbroken wordt. Op 12 februari 2022 was het dermate problematisch dat er gedurende circa 27 uur geen water meer uit de kraan kwam. 23 maanden later is daar nog geen oplossing voor gerealiseerd. Na diverse pogingen om duidelijkheid te krijgen hoe dit opgelost zou gaan worden, hebben we op 12 juli 2023 [leverancier] in gebreke gesteld. Het voorstel is dat er een permanente oplossing komt voor het probleem met de waterdruk; en dat er een watermeter in ons huis wordt geplaatst.
Standpunt van de ondernemer
Op het standpunt van de ondernemer wordt voor zover nodig hierna ingegaan.
Oordeel van de commissie
Dit geschil hangt samen met een zaak waarin de commissie in een andere samenstelling eerder een bindend advies heeft uitgebracht. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie, zoals hierna zal blijken, grotendeels dat bindend advies. De commissie zal daarbij ook aandacht besteden aan hetgeen ter zitting nader naar voren is gebracht. Ook zal de commissie uitleggen waarom zij gevolgen verbindt aan de schending van de informatieplicht van de ondernemer.
De situatie
De consument stelt dat zij en twee andere eigenaren/bewoners van huizen aan dezelfde straat geregeld een (te) lage waterdruk hebben. De waterleiding is niet rechtstreeks op een leveringspunt van de ondernemer aangesloten. Haar woning wordt voorzien van water via een leveringspunt dat ook een asielzoekerscentrum (AZC) van water voorziet, naast aansluiting van deze drie huizen. Dit is de consument en de beide andere eigenaren niet medegedeeld bij de totstandkoming van de overeenkomst tot drinkwaterlevering en er staat ook niets over in de gesloten contracten met de ondernemer. Daarnaast hebben de consument en de beide andere eigenaren geen relatie onderling en met het AZC behalve dat zij buurtgenoten zijn. De drie huizen en het AZC liggen op een heuvel, aan de voet waarvan de straat loopt met daarlangs de waterleiding van de ondernemer.
Unieke zaak
De commissie stelt voorop dat de consument de enige klager in deze procedure is. Dat anderen gelijksoortige procedures aanhangig hebben gemaakt, betekent niet dat het oordeel in deze zaak een verdere strekking heeft dan jegens de consument.
Waterdruk
De ondernemer betoogt dat het leveringspunt aan de straat ligt. Daar garandeert hij de waterdruk. Vervolgens wordt het water via een collectief leidingnet (vermoedelijk eigendom van de grondeigenaar, Staatsbosbeheer) geleverd aan de drie woningen, onder wie aan de consument, en aan genoemd AZC. De ondernemer trekt een vergelijking met levering aan bewoners in een flatgebouw, waar hij ook levert aan het collectieve leidingnet (het leveringspunt), maar met elk van de bewoners een overeenkomst sluit. De waterdruk na het leveringspunt garandeert hij niet, dat is een zaak van meestal de vereniging van eigenaars.
Leveringsplicht
De commissie overweegt dat de ondernemer wettelijk verplicht is water met voldoende druk en van voldoende kwaliteit aan te bieden. De ondernemer heeft deze plicht op het leveringspunt en heeft een mate van vrijheid om dat leveringspunt te bepalen. De ondernemer maakt een leveringspunt in of zo dicht mogelijk bij de woning van een aanvrager (in dit geval de consument), rekening houdend met de wens van de aanvrager en de wettelijke eisen aan een leveringspunt. Waar de ondernemer in redelijkheid – gezien kosten, techniek of feitelijk situatie – geen druk of waterkwaliteit kan garanderen, heeft hij de vrijheid in redelijkheid op een ander punt – waar de druk en kwaliteit wel kan worden geleverd – een leveringspunt in te richten. Vanaf dat leveringspunt is het aan de aanvrager om alleen of samen met andere aanvragers een leiding te maken en beheren die voorziet in de waterdruk en kwaliteit op de plek waarnaar in de aanvraag tot aansluiting is gevraagd. Genoemde redelijkheid dient getoetst te worden aan de hand van wat door partijen naar voren is gebracht. Hierbij spelen de feitelijke omstandigheden een rol, waaronder bestaande situaties, hoogteverschillen, lengte van leidingen en eigendom van de grond waar de leidingen door lopen.
Met betrekking tot de situatie [adres] staat vast dat destijds bij de ontwikkeling van het complex het afleverpunt aan de straat is aangelegd en dat de eigenaar van het complex en de woningen waar het in deze zaak om gaat een leidingsysteem heeft aangelegd dat aangemerkt moet worden als een zogenoemde binneninstallatie waarvoor de ondernemer niet aansprakelijk is. Het is dan ook aan de gebruikers van die installatie noodzakelijke of wenselijke aanpassingen aan die installatie voor eigen rekening te laten uitvoeren.
Incident
In dit geval heeft op 12 februari 2022 een incident plaatsgevonden waardoor de waterdruk zowel bij het AZC als bij de consument geheel is weggevallen. Ter zitting heeft de ondernemer de precieze oorzaak daarvan niet kunnen benoemen, waardoor niet uitgesloten is dat het probleem in de transportleiding heeft gezeten.
Plaats leveringspunt
De consument stelt zich op het standpunt dat de ondernemer in hun contractuele situatie gehouden is een leiding rechtstreeks vanaf het afleverpunt naar haar woning aan te leggen en de waterdruk te garanderen door een hydrofoor te plaatsen. Deze wens overschrijdt evenwel de hiervoor omschreven redelijkheid. De consument heeft ook nog een aantal haars inziens gelijksoortige situaties waarbij de ondernemer betrokken is, genoemd en waarbij naar haar zeggen de ondernemer wel zelf voor een hydrofoor heeft gezorgd, maar dit laatste heeft de consument in ieder geval onvoldoende onderbouwd.
Ook is ter zitting aan de orde gekomen dat nog een andere leiding vanaf een boerderij naar de woning van de consument is aangelegd en dat de ondernemer daarvan eventueel gebruik zou kunnen maken. Naar het oordeel van de commissie is niet bij voorbaat gegeven dat daarmee dan ook alle problemen opgelost zouden kunnen worden; ook dan zou realisatie daarvan trouwens niet per definitie voor de consument kosteloos hoeven te zijn.
Ambtshalve toetsing
De commissie moet net als de overheidsrechter ambtshalve nagaan of bij de totstandkoming van de overeenkomst aan wettelijke informatieplichten is voldaan en of de overeenkomst eerlijke voorwaarden bevat.
Vaststaat dat partijen een overeenkomst tot waterlevering hebben gesloten. Daarin is niets bepaald over een afwijkende waterdruk of levering van water via een gedeeld leidingnet dat niet in eigendom van en beheer bij de ondernemer of de consument is. De consument was niet bedacht en kon dat redelijkerwijs ook niet zijn, dat het leveringspunt aan de straat ligt en dat de ondernemer daarom de waterdruk in zijn huis via het gedeelde leidingnet niet garandeert. De commissie is van oordeel dat de ondernemer tekortgeschoten is in zijn informatieplicht toen partijen de overeenkomst sloten. Het had op zijn weg gelegen de consument te informeren over het leveringspunt en dat geleverd werd via een gezamenlijk leidingnet dat geen eigendom is van ondernemer en over de consequenties daarvan (niet alleen de waterdruk maar ook de kwaliteit). De ondernemer dient altijd bij het sluiten van de overeenkomst aan de consument helder te maken waar het leveringspunt zich bevindt en waarom voor dit leveringspunt is gekozen.
Dat de ondernemer een wettelijk monopolie heeft tot levering van water in het gebied waar de consument woont en water een essentieel product is doet hieraan niet af. In dit geval is ook niet van belang dat de consument niet heeft bestreden dat de waterdruk op het afleveringspunt In het algemeen aan de wettelijke eisen voldoet.
Informatieplicht ondernemer
Ter zitting is gebleken dat de consument op enig moment bij de ondernemer een aanvraag voor een aansluiting op het waternet heeft ingediend. Niet is gebleken dat daarbij aan de consument enige informatie is verstrekt. Dienaangaande heeft de ondernemer ook geen stukken in het geding gebracht. Onder deze omstandigheden is de commissie van oordeel dat de ondernemer heeft gehandeld in strijd met artikel 6:193b BW en meer in het bijzonder artikel 6:193c, aanhef en onder b BW. Ingevolge artikel 6:193j BW is daardoor de overeenkomst in beginsel vernietigbaar. Op vernietiging van de overeenkomst is de consument echter niet uit, in tegendeel. Vernietiging zou ook niet in haar belang zijn. Daarom ziet de commissie zich genoodzaakt het handelen van de ondernemer te sanctioneren door aan de consument een vergoeding toe te kennen die de commissie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zal vaststellen op het hierna te noemen bedrag.
Hetgeen partijen overigens naar voren hebben gebracht kan niet tot een andere beslissing leiden en hoeft daarom ook niet apart besproken te worden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt binnen 4 weken na datum verzending bindend advies aan de consument een bedrag van € 250,–.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 3 april 2025.