Commissie: Energie
Categorie: Contract
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1326556/1329508
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat de vaste leveringskosten uit zijn energiecontract uit 2021 ongewijzigd hadden moeten blijven nadat het contract voor bepaalde tijd afliep. Omdat hij het verlengaanbod van de energieleverancier niet had geaccepteerd, meende hij dat de oorspronkelijke voorwaarden bleven gelden. De commissie oordeelde echter dat na het aflopen van het vaste contract een overeenkomst voor onbepaalde tijd met nieuwe tarieven en voorwaarden van kracht werd. Omdat de consument deze overeenkomst niet had opgezegd, mocht de ondernemer de daarin opgenomen variabele tarieven toepassen. De klacht werd daarom afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de hoogte van de jaarafrekening van 8 januari 2026, met name voor wat betreft het tarief van de vaste leveringskosten.
De consument heeft op 2 januari 2026 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In het oorspronkelijke contract, afgesloten in 2021 bedroegen de vaste leveringskosten € 0,20548 inclusief btw per dag. Dit bedrag zou ongewijzigd blijven gedurende de looptijd van het contract. Niet in het contract is opgenomen dat de ondernemer deze kosten eenzijdig mag verhogen. Vanaf 2024 zijn aanzienlijk hogere leveringskosten in rekening gebracht, zonder dat de consument daarmee akkoord is gegaan. In artikel 3.2 van de productvoorwaarden staat dat als het verlengaanbod niet wordt geaccepteerd, de overeenkomst wordt verlengd voor onbepaalde tijd. Dat betekent dat het contract doorgaat onder de oorspronkelijke voorwaarden.
De consument verlangt dat de commissie bepaalt dat het oorspronkelijke tarief onverminderd geldt en dat de te veel betaalde bedragen worden gerestitueerd door de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument sloot op 1 december 2021 een contract met de ondernemer voor 1 jaar met vaste tarieven. De einddatum was 30 december 2022. De consument heeft niet ingestemd met het hem gedane verlengaanbod. In verband met het bepaalde in artikel 3.2 van de productvoorwaarden wordt de overeenkomst stilzwijgend verlengd met een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Deze omzetting van een vast naar een variabel contract is op 13 december 2022 aan de consument bevestigd door de toezending van dit contract. De eerder in het vaste contract overeengekomen tarieven waren niet meer van toepassing en golden de tarieven en de voorwaarden van de nieuwe variabele overeenkomst. Op grond van de daarbij behorende voorwaarden was de ondernemer gerechtigd de prijzen tweemaal per jaar aan te passen.
Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer verder nog het volgende naar voren gebracht.
De ondernemer blijft bij het gestelde in het verweerschrift. De ondernemer begrijpt dat de commissie zich zal beperken tot de klacht zoals deze bij haar is ingediend. Daaruit blijkt niet dat de consument ook klaagt tegen de hoogte van het gehanteerde tarief als zodanig
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hoogte van het op de jaarafrekening van 6 januari 2026 vermelde tarief van de vaste leveringskosten. Hij stelt dat hij aanvankelijk een contract voor bepaalde tijd met vaste tarieven had en dat door het niet accepteren van een verlengaanbod van de ondernemer dit contract stilzwijgend werd voortgezet voor onbepaalde tijd en met dezelfde tarieven als daarvoor, nu hij niet met een verhoging daarvan heeft ingestemd.
De ondernemer voert verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
Tussen partijen staat vast dat in eerste instantie sprake was van een contract voor de duur van 1 jaar met vaste tarieven. Ook staat vast dat de consument een verlengaanbod van de ondernemer niet heeft geaccepteerd. De consument betwist niet dat aan hem een nieuw contract met andere tarieven is toegestuurd, maar betwist dat hij de daarin genoemde tarieven heeft geaccepteerd.
De consument heeft de aan hem gezonden overeenkomst niet opgezegd, zodat het ervoor moet worden gehouden, dat nu de eerste overeenkomst na ommekomst van de bepaalde termijn was geëindigd, de contractuele relatie tussen partijen is blijven bestaan, maar met een andere inhoud te weten de voorgelegde overeenkomst en de daarbij behorende tarieven en voorwaarden.
De stelling van de consument dat de oude overeenkomst is blijven voortbestaan vindt dan ook geen grondslag in de feitelijke en juridische gang van zaken.
De commissie beperkt zich tot de klachtomschrijving zoals deze aan haar is voorgelegd en begrijpt daaronder niet een klacht over de hoogte als zodanig van het gehanteerde leveringstarief per dag.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 7 mei 2026.