verhuizer heeft geen inventarislijst gemaakt. Daardoor ligt bewijslast met betrekking tot de vermissing van goederen bij de ondernemer.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verhuizen    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 92108

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een tussen de consument en de ondernemer gesloten bewaarnemingsovereenkomst. De consument stelt dat er goederen verdwenen zijn en wenst een schadevergoeding. De ondernemer weigert schade uit te keren aan de consument.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Na 5 jaar opslag zijn een zevental meubelstukken en twee goederen niet door de ondernemer afgeleverd of terugbezorgd. Na de schriftelijke melding op 16 juli 2014 is op 10 augustus 2014 een claim ingediend. Op 13 augustus 2014 meldde de ondernemer dat zij in overleg was met haar verzekering en dat wij zouden vernemen. Op 6 oktober 2014 heeft de consument een herinneringsverzoek gezonden aan de ondernemer met een schikkingsvoorstel van € 500,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De goederen zijn in 2009 in opslag genomen in één stalen 20-fts container. De niet al te stevige poten van de grote kast zijn apart bewaard. De container is later verhuisd van de [naam opslaglocatie 1] in Delft naar de [naam opslaglocatie 2] in Ypenburg. Op de container zit een zegel die er niet is af geweest. In 2014 is op verzoek van de consument de container geopend. We hebben de best bereikbare kleinere artikelen, zoals dozen en tafeltjes etc. uit de container gehaald en klaar gezet want wij dachten dat daar om gevraagd was.

Dat was tegen de zin van de consument, want hij had blijkbaar ook stoelen en kastjes verwacht. De consument werd bijzonder onhebbelijk. In een vijandige sfeer is toen bijzonder kort door de bocht door de consument e.e.a. meegenomen. De overige gevraagde artikelen hebben wij toen, in goed overleg en geheel kosteloos, zelf afgeleverd bij de consument.
Kort daarna was er weer contact en wilde de consument zo snel mogelijk de rest. Door de vervelende situatie tijdens het ophalen waren wij de grote kast vergeten, die wij zo netjes hadden bewaard, maar verder is alles uit de container bij de consument afgeleverd. De container was geheel leeg.
De consument wees ons op de vermiste artikelen zoals de kast. Die kast hebben “hervonden“ Die hebben wij direct afgeleverd.

De door de consument genoemde spullen hebben wij nooit in opslag gehad.

De ondernemer wijst de schade af.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Na ruim vijf jaar opslag – van 22 juni 2009 tot 16 juli 2014 – tegen € 457,56 per maand, heeft de consument naar eigen zeggen niet alle meubelstukken en andere diverse goederen uit de opslag terugontvangen. De consument heeft een lijst gemaakt van vermiste goederen en daarbij de geschatte waarde vermeld, aanvankelijk ten bedrage van € 1.165,– , later gewijzigd in een bedrag van € 515,–.

Vast staat dat de consument tussentijds reeds enkele goederen heeft opgehaald, waarbij de ondernemer de goederen uit de container heeft gehaald en voor de consument heeft klaargezet.

De consument stelt nu dat hij niet alle goederen, die destijds in de opslag zijn gegaan, heeft terugontvangen. De ondernemer betwist dat en stelt daar tegenover dat hij alles uit de container heeft gehaald en de apart bewaarde kast bij de consument heeft afgeleverd.

Op grond van de vigerende Algemene Voorwaarden Bewaarneming Verhuisgoederen 2006 (AV) artikel 3 onder 3 draagt de bewaarnemer er zorg voor dat van elke bewaarneming een inventarislijst zal worden opgemaakt.

Op grond van artikel 11 onder 3 AV moet er ook een lijst worden opgesteld en door beide partijen te worden ondertekend, waarop de teruggegeven goederen vermeld staan.

Dergelijke lijsten zijn de commissie niet bekend, vermoedelijk zijn er geen lijsten gemaakt.
Nu met name het opmaken van de inventarislijst van artikel 3 onder 3 AV een verplichting is van de bewaarnemer en deze overeenkomstig artikel 15 onder 1 AV aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade indien hij de op hem rustende verplichtingen niet nakomt, ligt het risico naar het oordeel van de commissie bij de bewaarnemer.

Dat betekent in het voorliggende geval dat vooralsnog uitgegaan moet worden van de door de consument opgestelde lijst met vermiste goederen en dat de waarde daarvan, welke de commissie niet onredelijk voorkomt, als uitgangspunt zal worden gehanteerd.
Nu overigens geen feiten en omstandigheden zijn gesteld die tot een ander oordeel nopen, betekent dit dat het verweer van de ondernemer onvoldoende is gegrond en dat de klacht gegrond moet worden verklaard.

Op grond van deze overwegingen acht de commissie het door de consument voorgestelde schikkingsbedrag redelijk.
De commissie zal dit bedrag als schadevergoeding toewijzen.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.

Bepaalt dat de ondernemer gehouden is aan de consument binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak een bedrag te betalen van € 500,– wegens schadevergoeding.

Verstaat dat de ondernemer tevens aan de consument het klachtengeld ad. € 52,50 zal vergoeden.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 200,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, op 9 april 2015.