Verkrijging onder algemene titel. Opzegging door ondernemer. Erfopvolging.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Huurovereenkomst m.b.t. vaste standplaatsen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC00-0001

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil vloeit voort uit de huur van een staanplaats voor de caravan van de consument.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak.   Onze ouders hebben al meer dan 40 jaar een staanplaats op het terrein van de ondernemer voor hun caravan; ook voor het jaar 1999 tegen een huur van ƒ 2.772,–. Vader is op 14 maart 1981 overleden en moeder is op 25 april 1999 gestorven. Nu verzoekt de ondernemer ons de standplaats vóór 30 november 1999 leeg op te leveren. Wij zouden echter graag de caravan willen behouden en ook de standplaats, omdat wij al zoveel jaren daarvan met plezier gebruik hebben gemaakt. De ondernemer heeft tegen het behouden door ons van de standplaats geen bezwaar mits wij daarop een nieuwe caravan neerzetten. De bestaande caravan is in zeer goede staat (polyester ombouw, hardhouten deuren en kozijnen, dubbele beglazing). Voorts staan er in het straatje, waar onze caravan staat, 11 caravans, waarvan er minstens 5 à 6 caravans ouder zijn dan de onze. Anders dan de ondernemer in zijn beëindigingbrief van 4 oktober 1999 schrijft is hier sprake van vererving in plaats van verkoop. Bovendien heeft de ondernemer niet de opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. In 1998 heeft onze moeder gevraagd om naamswijziging, hetgeen toen is afgewezen, omdat de caravan van onze ouders de leeftijdsgrens van 14 jaar ruimschoots had overschreden. Dit is niet juist, want de caravan is op 17 april 1984 nieuw gekocht en was, toen mijn moeder om naamswijziging vroeg (9 januari 1998) nog net geen 14 jaar oud.  Ter zitting zegt de consument, dat hij samen met zijn broer en zijn twee zussen erfgenamen zijn van de nalatenschap van hun overleden moeder. Bij de boedelscheiding is uit de erfenis de caravan met de jaarplaats op de camping van de ondernemer toegescheiden aan mij en aan mijn broer. De consument verlangt verlenging van het huurcontract van staanplaats 491 met daarop de oude caravan onder dezelfde voorwaarden als voorheen. De nieuwe huurder moet dan worden namens de erven.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak.   Wijlen mevrouw is 40 jaar onze gast geweest. Wij hanteren de regel dat onze gasten tot aan hun dood – ongeacht de leeftijd van de caravan – op onze camping mogen blijven staan; daarna moet het perceel leeg en schoon worden opgeleverd. We doen dit al jaren en eenieder is hiervan op de hoogte. Per aangetekende brief van 4 oktober 1999 hebben wij de erven bericht, dat de caravan, eigendom van wijlen hun moeder, niet overgeschreven kan worden op naam van één of meer erven, daar de caravan de leeftijdsgrens van 14 jaar met vele jaren overschreden heeft. Wij hebben de erven dan ook onder verwijzing naar ons reglement verzocht het perceel leeg op te leveren vóór 30 november 1999. Indien de erven in het gelijk worden gesteld, ontstaat er een precedent, waardoor ons beleid teniet gedaan wordt. Wij achten dit zeer ongewenst en vinden dit een aantasting in de uitoefening van ons ondernemersschap. De erven kunnen de plaats blijven huren mits de oude caravan wordt vervangen. Ter zitting handhaaft de ondernemer zijn standpunt en beroept zich op het reglement van de camping In het bijzonder wordt daarin gewezen op “Voorwaarden verkoop stacaravan”, de basis voor ons verzoek aan de erven om de standplaats in geschil te ontruimen. Wij gaan er namelijk vanuit, dat er in casu sprake is van verkoop van de caravan.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen:   Anders dan de ondernemer stelt is er in casu geen sprake geweest van verkoop van de caravan, maar door het overlijden van de huurder gaan alle rechten en plichten onder algemene titel over op haar erfgenamen. Deze worden dan eigenaar van de caravan en huurder van de staanplaats. Er is dan van een geheel andere situatie sprake als door de ondernemer in zijn reglement geregeld onder het hoofd "Voorwaarden verkoop stacaravan". De voorwaarden, waarop de ondernemer een beroep doet, zijn in dit geval dan ook niet van toepassing. In plaats van die voorwaarden geldt het burgerlijk recht. Dit brengt mee, dat de beide broers als gevolg van de verdeling van de erfenis van hun overleden moeder mede-eigenaar van de caravan zijn geworden en medehuurder van jaarplaats 491. Nu de beide broers dit recht van medehuurderschap langs de weg van vererving hebben ontvangen is dit recht gelijk aan dat van de erflater. Dit houdt in, dat zij op die jaarplaats de caravan van wijlen hun moeder mogen laten staan, zoals hun moeder dat ook zou hebben gemogen, tot het moment waarop een rechtmatig einde komt aan genoemde huurovereenkomst.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.   Beslissing   De commissie stelt vast, dat erfgenaam samen met zijn broer huurder is van de jaarplaats nummer 491 met het recht daarop de caravan van hun moeder te houden tot het moment, waarop een rechtmatig einde komt aan genoemde huurovereenkomst.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 26 april 2000.