Commissie: Energie
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
250733/284645
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument heeft een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen in zijn garage, met een eigen meter en aansluiting. Hij vroeg de energieleverancier om het verlaagde elektriciteitstarief toe te passen, zoals geregeld in de wet. De leverancier weigerde dit, omdat zij vond dat de aansluiting geen zelfstandige aansluiting was. De geschillencommissie onderzocht de situatie en stelde vast dat de installatie wel degelijk een zelfstandige aansluiting heeft. Daarom moet de leverancier het verlaagde tarief toepassen en het klachtengeld van € 52,50 vergoeden. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De oplaad installatie van de consument valt aan te merken als een zelfstandige aansluiting waarop het verlaagde elektriciteitstarief van toepassing is
Standpunt van de consument
Ik ben eigenaar van een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die zich aan een garagebox gelegen aan adres, ter plaatsnaam bevindt. De oplaadinstallatie beschikt over een zelfstandige aansluiting (E0062000008838822) ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen en aanwenden van energie die door op het dak van de garagebox gelegen zonnepanelen opgewekt wordt. Op 1 maart 2023 heb ik ondernemer via hun chatbox (01 kopie chatgesprek.pdf) en daarna via email (02 verzoeken om retrospectief het verlaagd elektriciteitstarief toe te passen) verzocht om verlaagde tarief energiebelasting voor de betreffende oplaadinstallatie op grond van Artikel 60a Wet belastingen op milieugrondslag toe te passen, daarbij heb ik een verklaring oplaadinstallatie EV bijgestuurd (03 Verklaring_oplaadinstallatie_EV.pdf). Helaas heb ik van ondernemer geen antwoord gekregen en mijn verzoek was gewoon genegeerd. Op 8 augustus 2023 heb ik eindnota 2023 voor energieverbruik aan de betreffende aansluiting gekregen. Ik ben het met deze eindnota niet eens omdat het naar mijn belevenis in strijd is met het hierboven genoemde wetsartikel.
Standpunt van de ondernemer
Om in aanmerking te komen voor een verlaagd tarief moet de door de leverancier geleverde elektriciteit uitsluitend wordt gebruikt in een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting en waarbij die aansluiting geen deel uitmaakt van een meer omvattende onroerende zaak. Een oplaadinstallatie maakt deel uit van een “meer omvattende onroerende zaak” zoals bedoeld in artikel 21d lid 1 Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, als zij behoort tot een onroerende zaak waarvan ook andere eigendommen, die niet tot de oplaadinstallatie behoren, deel uitmaken. In dat geval heeft de oplaadinstallatie geen zelfstandige aansluiting, omdat de aansluiting ook gebruikt kan worden om andere eigendommen van elektriciteit te voorzien.
De aansluiting van de klant staat geregistreerd op ADRES, PLAATSNAAM (zijn garage). Zijn aansluiting maakt onzes inziens dus deel uit van een meer omvattende onroerende zaak en is dus geen zelfstandige aansluiting. Klant komt daarom niet in aanmerking voor een verlaagd tarief. Als het wel om een zelfstandige aansluiting gaat, moeten wij de klant natuurlijk helpen. Op het moment is dat alleen niet zo en moet de klant denk ik bij de netbeheerder zijn om ervoor te zorgen dat zijn aansluiting los wordt gekoppeld van zijn garage of bij de belastingdienst die dan kan besluiten zijn aansluiting als zelfstandig aan te merken.
Overigens staat in de wet (art. 60a Wet Belastingen op Milieugrondslag) het volgende: In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtstreepje, is het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat niet hoger is dan 10.000 kWh, gelijk aan het in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, tweede aandachtsstreepje, opgenomen tarief.
Klant vat het laatste zinsdeel op alsof er dus sprake mag zijn van een gedeelte van het verbruik voor de elektrische laadpaal en een deel voor iets anders, maar dit is niet wat er staat. Het woord gedeelte slaat op het gedeelte van het verbruik dat niet hoger is dan 10.000. Hier krijg je een verlaagd tarief voor. Voor verbruik hoger dan 10.000 krijg je geen verlaagd tarief.
Wij hebben als plicht naar de Belastingdienst om pas als wij zeker weten dat een klant recht heeft op een verlaagd dit verlaagde tarief aan te vragen/toe te kennen. Op dit moment is het ons nog niet duidelijk dat er sprake is van een zelfstandige aansluiting.
Oordeel van de commissie
Ter zitting heeft de commissie de plaatselijke situatie uitgebreid besproken met de consument. Daarbij is gebleken dat de oplaadinstallatie is aangebracht aan de garage van de consument en dat de installatie een eigen meter heeft evenals de elektrische installatie In de garage. Daarom moet naar het oordeel van de commissie gesproken worden van een zelfstandige aansluiting die aanleiding geeft tot het toepassen van het verlaagde elektriciteitstarief.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient op de oplaadinstallatie van de consument het verlaagde elektriciteitstarief toe te passen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 18 juli 2024.