Verlies van verzekerde post met waardebonnen: beoordeling van aansprakelijkheid en schadebeperking

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 694669/840325

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Post nadat twee verzekerde enveloppen met elk €500 aan waardebonnen tijdens verzending vermist raakten. De consument had deze bonnen, bestemd als betaling aan een makelaarskantoor, correct verzekerd en handelde volgens de gebruiksvoorwaarden van de bonnenuitgever. De ondernemer stelde dat er geen schadevergoeding verschuldigd was, omdat de bonnen geen directe geldwaarde vertegenwoordigden en het versturen ervan in strijd zou zijn met de gebruiksvoorwaarden. Ook vond de ondernemer dat de consument te laat had gereageerd op het verlies, waardoor eventuele blokkering van de bonnen werd belemmerd. De commissie oordeelde dat de consument had moeten proberen de schade te beperken door eerder contact op te nemen met de uitgever van de bonnen. Omdat dit pas na vijf maanden gebeurde, kon mogelijke frauduleuze verzilvering van de bonnen niet meer worden voorkomen. De ondernemer is daarom niet aansprakelijk voor de gestelde schade. Wel kende de commissie een vergoeding van €35 toe voor de verzekeringskosten, omdat de enveloppen tijdens het transport zijn kwijtgeraakt. Daarnaast moet de ondernemer ook het klachtengeld van €27,50 aan de consument vergoeden. De overige vorderingen van de consument zijn afgewezen. De klacht werd daarmee deels gegrond verklaard.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Post (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 28 februari 2025 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Ter zitting heeft de ondernemer het standpunt toegelicht. Daarbij werd hij vertegenwoordigd door [naam]. De consument heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting het standpunt toe te lichten.

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de schadevergoeding voor de vermissing van een verzekerd postpakket

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 22 januari 2024 via de ondernemer 2 enveloppen met waardebonnen (cheques [naam]) van elk € 500,– verzonden. De consument heeft voor beide een verzekering afgesloten van € 500,– per enveloppe. De consument heeft de bonnen in 2 enveloppen verzonden gelet op het maximaal te verzekeren bedrag van € 500,–. De bonnen zijn niet verzonden naar een derde, maar naar het makelaarskantoor in [plaats], van wie de consument een appartement had gehuurd voor een week vakantie. De consument wilde de makelaar met die bonnen € 1.000, — in [naam] cheques betalen en het restantbedrag via overschrijving. Het gebruik van de [naam] cheques was dus in overeenstemming met de gebruiksvoorwaarden.

Tijdens het vervoer zijn de enveloppen zoekgeraakt. Hiervoor is de ondernemer verantwoordelijk en schadeplichtig. De ondernemer wil slechts € 5,– voor de verzendkosten vergoeden.
De ondernemer heeft de consument meegedeeld dat de bonnen geen waarde hebben als ze niet worden gebruikt en hij de leverancier kan verzoeken om ze opnieuw af te drukken. De consument heeft dit verzocht aan de leverancier, maar die heeft in juli 2024 verklaard dat de cheques zijn gebruikt en niet opnieuw worden afgedrukt. Conform de algemene voorwaarden van [naam] is het niet mogelijk om cheques te blokkeren of stop te zetten. Dit staat duidelijk vermeld op de website. Het is alleen mogelijk om ze opnieuw af te drukken als ze na de vervaldatum niet zijn gebruikt (vervaldatum 31 december 2024).

De consument wil terugbetaling van € 1.035, –, inclusief de verzekeringskosten van €17,50 per enveloppe.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na de melding op 7 februari 2024 dat de enveloppen niet bij geadresseerde waren aangekomen heeft de ondernemer intern een onderzoek uitgevoerd naar de status van deze zendingen. Op 26 maart 2024 is de consument geïnformeerd dat deze als vermist moeten worden beschouwd.

Op grond van de standaard vergoedingsprocedure en de Algemene Voorwaarden komt de consument niet voor vergoeding in aanmerking. De waardebonnen vertegenwoordigen geen geldelijke waarde. [naam] cheques zijn persoonsgebonden en niet overdraagbaar aan anderen. De verzekeringsvoorwaarden bieden geen dekking voor dit specifieke geval, aangezien er sprake is van persoonlijke verantwoordelijkheid bij het tijdig melden van verlies bij [naam].

Het versturen van deze cheques naar een derde partij is niet in lijn met de gebruiksvoorwaarden van [naam]. [Naam] biedt de mogelijkheid om verloren of gestolen cheques te laten blokkeren. De consument heeft pas na vijf maanden contact opgenomen met [naam] over dit verlies, hetgeen mogelijk verdere actie en compensatie door [naam] heeft verhinderd. Dat de bonnen zouden zijn verzilverd betreft een kwestie van mogelijke fraude, dat buiten de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de ondernemer valt.

Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Niet is in geschil dat de twee door de consument verstuurde verzekerde enveloppen vermist zijn geraakt. De kern van dit geschil is of aanspraak gemaakt kan worden op de verzekeringsuitkering.

Het is betreurenswaardig dat de enveloppen vermist zijn geraakt.
Op grond van artikel 29 Postwet 2009 en artikel 9 Algemene Voorwaarden voor de Universele Postdienst 2024 (hierna: Algemene Voorwaarden) is in het geval van een verzekerd pakket, zoals hier, de ondernemer aansprakelijk voor schade ontstaan tijdens de uitvoering van de vervoerovereenkomst, afhankelijk van de inhoudswaarde, tot ten hoogste het opgegeven bedrag, in dit geval € 500,–, indien de schade de ondernemer toerekenbaar is.

De consument heeft de bonnen naar een verhurende makelaar gestuurd. In die zin was de geadresseerde geen derde partij. Dat met de verzending naar deze geadresseerde sprake is van strijd met de voorwaarden van [naam] is daarom niet gebleken. Dit betekent in dit geval dat het aannemelijk is dat de consument geen daadwerkelijke schade heeft nu hij handelt op de voorgeschreven wijze volgens de voorwaarden van [naam]. Nu hij op dat punt niet het tegendeel aangeeft is er voor de ondernemer geen reden om een schade-uitkering te doen (vgl. de uitspraak van de commissie inzake 131490, 14 januari 2022). Bovendien kan de ondernemer op grond van de vervoersovereenkomst niet verantwoordelijk worden gehouden voor iets anders dan het vervoer als zodanig, zoals voor onregelmatigheden ter zake het incasseren van de bonnen door derden.

Daar komt bij dat gelet op de op de consument rustende schadebeperkingsplicht (artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek) niet gezegd kan worden dat de gestelde schadeclaim bij de ondernemer terecht had behoren te komen (vergelijk de uitspraak van de commissie inzake 72197, 5 februari 2013). Immers, op 7 februari 2024 wist de consument reeds dat de enveloppen niet bij de geadresseerde waren aangekomen, maar hij heeft zich pas na ruim vijf maanden, op 25 juli 2024, hierover gewend tot [naam]. Van de consument had mogen worden verwacht dat hij dit meteen, dan wel binnen een redelijke termijn na het vernemen van het verloren gaan van de enveloppen had gedaan, teneinde de bonnen te blokkeren. Anders dan de consument stelt biedt [naam] wel die mogelijkheid en staat dit op de website vermeld. De bonnen waren volgens de consument inmiddels verzilverd door een derde. Dit valt in het nadeel uit van de consument.
In zoverre is de klacht ongegrond.

Nu de klacht reeds op grond van het voorgaande strandt kan verder in het midden blijven of de onderhavige waardebonnen in dit geval al dan niet een geldelijke waarde vertegenwoordigen.

De commissie is van oordeel dat de consument in aanmerking komt voor vergoeding van de verzekeringskosten van € 35,–, omdat de pakketten tijdens de vervoerovereenkomst zoek zijn geraakt.
Gelet hierop kan buiten beschouwing worden gelaten in hoeverre het nodig was geweest de pakketten met verzekerservice te verzenden.

In zoverre is de klacht gegrond.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Wijst het verlangde toe als volgt:
De ondernemer betaalt de consument een vergoeding van € 35,–. Betaling van dit bedrag door de ondernemer dient plaats te vinden binnen 4 weken na verzending van dit bindend advies. Door de ondernemer eventueel betaalde bedragen strekken in mindering op dit bedrag.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Wijst af het meer of anders verlangde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 28 februari 2025.

Opslaan als PDF