Vermiste muntstukken, waarvoor is betaald met Bitcoins. Waarde bitcoin kan gebruikt wonen voor waardebepaling muntstukken.

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 76675

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft vermissing van munten en vaststelling van de schade in verband met het verzenden van een postpakket.   De consument heeft op 14 januari 2013 de klacht voorgelegd aan [de ondernemer].   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft een aangetekend pakket met daarin 14 verzamelbare muntstukken verstuurd met [de ondernemer]. Bij aankomst van het pakket was de inhoud verdwenen. De consument heeft de munten verkocht aan de ontvanger die deze heeft betaald met 27,96 [virtuele valuta]. [Virtuele valuta] kan over het internet worden verstuurd.. De waarde wordt bepaald door vraag en aanbod op internationale beurzen. Aangezien dit een verkoop aan een particulier betreft, is er geen factuur. Er is wel e-mailcommunicatie waaruit de overeengekomen prijs blijkt en er is een bewijs van betaling voor de goederen. Een aangetekend pakket is door [de ondernemer] verzekerd tot € 500,–. [De ondernemer] betwist vorenstaande niet maar weigert de waardebepaling te accepteren en stelt slechts een schadeloosstelling voor op basis van gewicht. Volgens de consument is dat geen accurate of eerlijke waardebepaling. De koers van de [virtuele valuta] bedroeg ten tijde van de verzending € 11,- per [virtuele valuta] zodat de waarde van de 14 munten een bedrag van € 307,96 bedraagt. Tegenwoordig zijn het soort muntstukken meer gezocht en tenminste € 300,– per stuk waard zodat de waarde op € 4.200,– gesteld moet worden.   De consument verlangt van [de ondernemer] een vergoeding van € 307,96.   Standpunt van [de ondernemer]   Het standpunt van [de ondernemer] luidt in hoofdzaak als volgt.   Deze zaak draait niet om de vermissing als zodanig, daarvoor aanvaardt [de ondernemer] de aansprakelijkheid, maar om de afwikkeling van de schadevergoeding. De verkoop is afgewikkeld in zogenaamde [virtuele valuta] en niet in een geldig betaalmiddel, dat wil zeggen een officiële munteenheid van een staat. De transactie is niet via een officieel giraal systeem of creditcardsysteem afgewikkeld. [De ondernemer] weigert de schadevergoeding vast te stellen volgens de waarde/koers van de [virtuele valuta] ten opzichte van de euro. Zij heeft een forfaitaire schadevergoeding aangeboden volgens de rekenformule die geldt in die situaties waarin de afzender geen verifieerbaar bewijs van de waarde van de inhoud levert. In de Algemene Voorwaarden voor de universele Postdienst is deze procedure vastgelegd. Voorts is terugbetaling van de door de consument betaalde verzendkosten aangeboden.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Vaststaat dat de consument aangetekend een pakket ter verzending heeft afgegeven en dat het pakket zonder inhoud is aangekomen bij de geadresseerde. Over de inhoud van het pakket noch over de aansprakelijkheid van [de ondernemer] voor de vermissing bestaat onenigheid. Dat de consument schade lijdt wordt door [de ondernemer] ook niet betwist. Hoe de schade moet worden vastgesteld is wel in geschil.   Met [de ondernemer] kan ervan worden uitgegaan dat [virtuele valuta] geen algemeen erkende munteenheid als zodanig betreft. Dat het daarmee geheel ontoereikend is om als richtlijn voor de waardebepaling te dienen, bij gebreke waarvan uitgeweken moet worden naar de waardebepaling aan de hand van het gewicht, gaat echter weer te ver. In artikel 9.4 van de toepasselijke algemene voorwaarden wordt voorgeschreven dat [de ondernemer] aan de hand van de door de afzender overgelegde bewijzen bepaalt of de afzender in aanmerking komt voor een eventuele schadevergoeding. Deze wordt in dat artikel in euro vastgesteld zodat een vertaling naar euro dient te geschieden. Onbetwist is dat het verzendbewijs en bewijsstukken van de waarde c.q. de aankoop zijn overgelegd. Er is ook een aankoopbewijs overgelegd van de [virtuele valuta] door de ontvanger; daarvoor is in Engelse ponden betaald. Er is daarmee in feite geen beletsel om tot een realistische waardebepaling van de inhoud van het pakket te komen. Het verschijnsel [virtuele valuta]s hoeft dat als zodanig niet in de weg te staan. Het heeft een omvang aangenomen die niet zonder meer ter zijde geschoven kan worden. Zo kan uit de beantwoording van Kamervragen van de Minister van Financien op 10 april 2013 worden afgeleid dat weliswaar geen sprake is van elektronisch geld in de zin van de Wet op het financieel toezicht en dat sprake is van een alternatieve virtuele ruileenheid met een beperkte relatie tot de reële economie, maar dat voordeel in de vorm van een resultaat in [virtuele valuta]s zal leiden tot belastingheffing waarbij de vaststelling van een belast inkomen zal dienen te worden omgezet in een bedrag in euro’s. Tegen deze achtergrond had [de ondernemer] niets in de weg gestaan om tot een waardebepaling te komen die recht doet aan de schade die de consument c.q. de geadresseerde in feite heeft geleden. Daarvoor zijn allerlei uitgangspunten te hanteren, zeker nu een kenmerk van de [virtuele valuta] is dat de koers sterk fluctueert. De commissie zal zich ter zake conformeren aan het uitgangspunt van de consument nu [de ondernemer] geen andere invalshoek heeft geboden en haar visie in redelijkheid niet gevolgd kan worden waar niet aangenomen kan worden dat, zoals zij zelf als uitgangspunt hanteert, sprake is van een situatie waarin de afzender geen verifieerbaar bewijs van de waarde van de inhoud levert.   Omdat onbetwist is dat het pakket althans de inhoud ervan niet aan de geadresseerde is afgeleverd, is de commissie van oordeel dat [de ondernemer] uit hoofde van de vervoersovereenkomst toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting jegens de consument en als gevolg daarvan ook de verzendkosten ad € 14,30 aan de consument moet vergoeden, zoals zij overigens ook heeft aangeboden.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   [De ondernemer] betaalt aan de consument een vergoeding van € 307,56 alsmede een bedrag van € 14,30. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient [de ondernemer] overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,42 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Post op 24 juni 2013.