Vermogensverlies Peugeot Partner geen gevolg van fout bij reparatie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 244503/250854

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument liet op 26 mei 2023 de distributieriem van zijn Peugeot Partner vervangen vanwege een terugroepactie. Sindsdien heeft de auto minder trekkracht, vooral bij het rijden met een caravan. De consument vermoedt dat dit komt door fouten tijdens de reparatie. Een deskundige onderzocht de auto en stelde vast dat de distributieriem goed was gemonteerd en dat het vermogensverlies niet door de reparatie komt. De motor is volgens voorschrift gereinigd, maar dat kan bij dit type motor op hogere kilometerstanden leiden tot vermogensverlies. De commissie oordeelde dat de ondernemer niet aansprakelijk is. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de reparatie van een distributieriem van een Peugeot Partner.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 26 mei 2023 is het voertuig (auto) van de consument gerepareerd. De distributieriem is vervangen i.v.m. een terugroepactie. De motor is tijdens de reparatie eruit geweest. Sinds de reparatie heeft de auto bij een bepaald toerental onvoldoende trekkracht, met name met caravan. Gebrek is vermoedelijk ontstaan tijdens de reparatie. De ondernemer had voorafgaande aan de werkzaamheden een compressietest en een cilinder-lekkage test moeten doen. Ook is de brandstofpomp volgens cliënt onterecht vervangen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer. De ondernemer heeft de reparatiewerkzaamheden op correcte wijze en volgens voorschrift uitgevoerd. Het feit dat de motor sedertdien minder trekkracht heeft, vindt zijn oorsprong in slijtage van de motor welke niet aan de ondernemer kan worden toegerekend. De ondernemer weerspreekt dat hij tests had moeten uitvoeren voorafgaande aan de werkzaamheden, omdat daarvoor geen indicatie bestond en daarvoor ook geen opdracht is gegeven.

Deskundigenrapport

De commissie verwijst naar het tussenadvies waarin de deskundige onder andere is verzocht na te gaan of de distributieriem door de ondernemer correct is geïnstalleerd en op tijd staat en zo nee, of het aannemelijk is dat het geconstateerde vermogensverlies hierin zijn oorsprong vindt.

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld. Het onderzoek is aangevangen met de controle van de distributieriem. Deze was na de reparatie vervangen en nadien waren de klachten ook aanwezig. De distributieriem was, zoals deskundige heeft vastgesteld, juist afgesteld. De timing was correct. Nadien is de conditie van de motor vastgesteld. De motor is na de reparatie door ondernemer meerdere malen gereinigd. Zoals voorgeschreven door de fabrikant.

Deskundige acht het vermogensverlies van de motor niet afkomstig van een montage of procedurefout van de ondernemer. Het reinigen van de motor, wat bij de procedure van de coulance werkzaamheden van de fabrikant behoort heeft negatief bijgedragen aan het vermogensverlies. Dergelijke motoren vertonen vergelijkbare storingen bij een kilometerstand tussen de 130.000 en 170.000 kilometer. Vanaf deze kilometerstanden is bij dit type motoren een vermogensverlies en een zeer hoog olieverbruik waar te nemen. Al naar gelang er gekozen gaat worden voor een nieuwe motor, een gereviseerde motor of een vervangingsmotor zal de herstelkosten meer of minder oplopen. Uitgaande van een gereviseerde motor zal de prijs ongeveer € 3.500,– tot €4.500,– bedragen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De deskundige acht het vermogensverlies van de motor niet afkomstig van een montage of procedurefout van de ondernemer. De ondernemer heeft de distributieriem volgens de deskundige correct geïnstalleerd en deze staat op tijd. De motor is na de reparatie door ondernemer meerdere malen gereinigd, zoals voorgeschreven door de fabrikant. De commissie volgt de ondernemer in zijn stelling dat de consument in de gegeven omstandigheden niet mocht verwachten dat de ondernemer op eigen initiatief de conditie van de motor zou testen voorafgaande aan de werkzaamheden als daarvoor geen indicatie bestaat, los van de vraag of dit ertoe zou hebben geleid dat het vermogensverlies in dat geval niet zou optreden, op welke het antwoord niet duidelijk is.

Uit het voorgaande volgt dat niet is vast komen te staan dat het vermogensverlies van de auto valt toe te rekenen aan de ondernemer. Wat wel de oorzaak van het vermogensverlies is, kan in het midden blijven, het gaat in deze zaak immers uitsluitend om de vraag of de ondernemer daarvoor aansprakelijk is en volgens de commissie is dat niet het geval.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse en de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 24 april 2025.

Opslaan als PDF